Wat doet de diagonaal? De rol op rechts uitgelegd | Koach
Open de app
Kennisbank · Tactiek

Wat doet de diagonaal? De rol op rechts uitgelegd

De diagonaal is de speler die het minst wordt uitgelegd en het vaakst verkeerd wordt ingezet. Hij past nooit, staat altijd rechts en krijgt de moeilijkste ballen van de wedstrijd. Dit is wat er echt van hem wordt gevraagd.

Leestijd: 5 min

Waar de diagonaal staat en waarom hij zo heet

De naam is letterlijk bedoeld: de diagonaal staat in de rotatie diagonaal tegenover de spelverdeler, drie posities van hem vandaan. Dat heeft één belangrijk gevolg — staat de setter achterin, dan staat de diagonaal voorin, en omgekeerd. Er is dus altijd precies één van de twee aan het net. In het Engels heet hij opposite, en in de zaal hoor je ook 'rechteraanvaller' of simpelweg 'de dia'.

Waar de andere volleybalposities vaak twee gezichten hebben, is de diagonaal het meest gespecialiseerd van allemaal: hij past niet, hij zet niet op als het goed gaat, en hij heeft één duidelijke opdracht — punten maken van rechts.

Taak 1: aanvallen vanaf rechts, en van achteren

Zijn hoofdtaak is de aanval vanaf P2. Dat is technisch de lastigste hoek van het veld voor een rechtshandige speler: de bal komt van zijn rechterkant, dus hij moet hem 'achter zich langs' halen of vroeg raken. Precies daarom zijn linkshandige spelers ideale diagonalen — voor hen ligt de bal op rechts net zo natuurlijk als voor een rechtshandige buitenaanvaller op links.

Daarnaast is hij vaak de vaste aanvaller vanuit het achterveld: als hij achterin op P1 staat, valt hij aan vanachter de driemeterlijn, wat je een extra dreiging geeft in de rotaties waarin je setter voorin staat en er maar twee netaanvallers zijn.

Nog een taak die zelden wordt benoemd: hij is de noodklep. Komt de pass slecht en moet er een hoge bal weg, dan gaat die net zo vaak naar rechts als naar links — en een diagonaal die alleen bij een perfecte pass kan scoren, is een halve diagonaal. Zie ook out-of-system spelen.

Taak 2: blokken tegen hun beste buitenaanvaller

Omdat hij op P2 staat, staat hij recht tegenover de P4 van de tegenstander — en dat is bij vrijwel elk team de vaste buitenaanvaller die de meeste ballen krijgt. De diagonaal is dus je belangrijkste blokkeerder tegen hun belangrijkste aanvaller, elke rotatie waarin hij voorin staat. Dat maakt lengte en bloktechniek voor deze positie minstens zo belangrijk als slagkracht: een diagonaal die niet kan blokken, laat het drukste stuk van het net onbewaakt.

Spelersprofiel in de Koach-app met positie, rugnummer en persoonlijke statistieken
Leg de positie vast bij de speler, dan worden zijn aanvallen en blokken vanaf de eerste wedstrijd als rechteraanvaller geteld.

Stel je die positie in het spelersprofiel in Koach in, dan worden zijn aanvalspercentage en blokpunten vanaf de eerste wedstrijd als rechteraanvaller bijgehouden.

Taak 3: de tweede spelverdeler

De diagonaal is in elk systeem de logische vervanger van de setter. De reden is puur meetkundig: op het moment dat de setter achterin staat en zelf de eerste bal moet verdedigen, staat de diagonaal voorin op rechts — precies waar de tweede bal gespeeld moet worden. In een 5-1 is dat de standaardafspraak, en het scheelt je elke wedstrijd een paar rally's die anders in paniek eindigen. Leer je diagonaal dus bovenhands opzetten, ook al doet hij het maar drie keer per set.

Waarom hij bijna nooit past

In de meeste teams blijft de diagonaal volledig uit de receptie. Dat is geen luxe maar rekenkunde: hij staat op de rechterkant van het veld terwijl zijn aanloop van rechtsbuiten moet komen, en elke bal die hij past kost hem die aanloop. Door hem eruit te laten, houd je in élke rotatie minstens één aanvaller die zonder omweg zijn volle aanloop kan maken. Hoe je die keuze rond krijgt in je formatie, staat in receptieformaties.

Wat je zoekt in een diagonaal

Zo train je hem

Geef hem bewust slechte ballen. Zet een serie op waarin drie van de vijf sets te laag, te ver van het net of te strak zijn, en tel alleen of de bal gecontroleerd het veld in gaat. Train daarnaast twee dingen die vaak vergeten worden: de aanval vanuit het achterveld — vanaf P1, met een echte aanloop — en het bovenhandse opzetten naar links, zodat hij de tweede bal aankan. Meet ten slotte zijn aanvalspercentage apart van dat van je buitenaanvallers: een diagonaal die op 25 procent staat, doet het vaak beter dan een buiten op 30, omdat de ballen die hij krijgt van een heel andere orde zijn.

Zet je linkshandige speler op de diagonaal. Het is de goedkoopste positieverbetering die er bestaat: dezelfde speler slaat vanaf rechts opeens vóór zich in plaats van achter zich langs, en zijn aanvalshoek naar de diepe hoek opent zich vanzelf.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een diagonaal en een buitenaanvaller?

De diagonaal valt aan vanaf rechts en blijft uit de receptie; de buitenaanvaller valt aan vanaf links en past wel. Daardoor is de diagonaal een aanvalsspecialist en de buiten de meest complete speler van het team.

Waarom heet de diagonaal zo?

Omdat hij in de rotatie diagonaal tegenover de spelverdeler staat, drie posities van hem vandaan. Staat de setter voorin, dan staat de diagonaal achterin — en omgekeerd.

Moet de diagonaal kunnen opzetten?

Ja, minstens basaal. Als de spelverdeler de eerste bal moet verdedigen, is de diagonaal degene die op de goede plek staat om de tweede bal te spelen. Een paar keer per set is dat genoeg om rally's te redden.

Is een linkshandige speler echt beter op deze positie?

Vaak wel. Op rechts komt de bal voor een linkshandige aanvaller vóór het lichaam in plaats van erachter, waardoor hij eerder kan raken en meer hoeken heeft. Het is geen voorwaarde, maar wel een gratis voordeel.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach