Mag de libero bovenhands setten? De regel in de voorzone | Koach
Open de app
Kennisbank · Spelregels

Mag de libero bovenhands setten? De regel in de voorzone

De pass gaat rommelig, de libero neemt de tweede bal en zet hem bovenhands klaar voor de buitenaanvaller. Die slaat hem hard weg, en de scheidsrechter fluit — tegen de aanvaller. Dit is de meest misbegrepen liberoregel van allemaal, en het misverstand zit in de vraag wie er eigenlijk fout zit.

Leestijd: 6 min

De libero mag gewoon setten

Laten we het misverstand meteen wegnemen: de libero mag de bal overal bovenhands spelen. Er staat nergens in de spelregels dat een libero niet mag setten, niet in de voorzone en niet elders. De beperking uit regel 19.3.1.4 gaat niet over de libero, maar over de speler die de bal daarna aanvalt.

Die regel luidt: een speler mag van waar dan ook geen aanvalsslag afmaken als de bal op het moment van het contact volledig boven de bovenkant van het net is, wanneer die bal komt van een bovenhandse vingerset van de libero in diens voorzone. Er zijn dus vier voorwaarden die alle vier tegelijk moeten gelden voordat er iets fout is.

De vier voorwaarden op een rij

Ontbreekt er één, dan is de aanval gewoon legaal. En let op wie er wordt bestraft: niet de libero, maar de aanvaller. Het is een aanvalsfout, met punt en service voor de tegenstander.

Setstanden en het scoreverloop van een gespeelde wedstrijd
Rally's waarin de libero de tweede bal moet nemen, zijn zelden toevallig — ze komen in reeksen.

Komt je libero vaak als tweede balcontact terecht, dan is dat een teken van rommelige rally's; dat zie je in Koach terug in het scoreverloop per set, waar zulke reeksen zichtbaar worden.

Waarom deze regel bestaat

De libero is een verdedigingsspecialist en staat altijd achterin. Zonder deze bepaling zou een team hem structureel als tweede spelverdeler bij het net kunnen inzetten: hij mag immers onbeperkt in en uit wisselen, dus je zou hem elke rally bij het net kunnen laten opduiken zonder wisselkosten. De regel houdt dat af, zonder het setten helemaal te verbieden — hij mag het gewoon, alleen niet als opmaat naar een volwaardige aanval.

Vier praktijkgevallen

Wat betekent dit voor je opbouw?

Praktisch draait het om één afspraak: komt de libero bij het net aan de tweede bal, dan baggert hij. Dat is niet alleen reglementair veilig, het is meestal ook de betere keuze — een bovenhandse set onder tijdsdruk vlak bij het net levert zelden een goede aanvalsbal op. Sta je verder naar achteren, dan mag alles.

Grijpt je libero structureel de tweede bal, dan is dat een teken dat je spelverdeler te vaak de eerste bal moet spelen of dat je pass te ver doorschiet. Dat is een opbouwprobleem, geen regelprobleem: hoe je die rally's alsnog winnend afmaakt, staat in out of system spelen. De techniek van het setten zelf behandelen we in bovenhands setten.

Jeugd, CMV en recreanten

De regel geldt vanaf de C-jeugd onverkort, ook al wordt hij daar zelden gefloten — bij jeugdwedstrijden komt een bal die volledig boven de netrand wordt geraakt na een liberoset simpelweg weinig voor. Bij CMV-volleybal bestaat de rol van libero niet. In recreantencompetities wordt vaak zonder libero gespeeld of met eigen afspraken; wat er dan precies geldt, staat in het reglement van die competitie. Alle overige liberobeperkingen staan in de liberoregels en in de netregels voor libero's.

Veelgestelde vragen

Mag de libero bovenhands setten?

Ja, overal op het veld. De spelregels verbieden de libero het bovenhandse spel nergens. De beperking geldt voor zijn medespeler: die mag zo'n bal niet aanvallen als hij hem volledig boven de netrand raakt en de libero in de voorzone zette.

Wie krijgt de fout bij een illegale aanval na een liberoset?

De aanvaller. Het is een aanvalsfout, met punt en service voor de tegenstander. De libero zelf doet niets verkeerd — hij mocht die bal gewoon spelen.

Geldt de beperking ook bij een onderarmse pass van de libero?

Nee. De regel gaat uitsluitend over een bovenhandse vingerset. Speelt de libero de tweede bal onderarms, dan mag de aanvaller die bal op elke hoogte aanvallen, ook vanuit de voorzone.

Waar loopt de voorzone precies?

Van het net tot en met de driemeterlijn, en zijwaarts doorlopend voorbij de zijlijnen tot het einde van de vrije zone. Bepalend is waar de voeten van de libero staan op het moment dat hij de bal raakt.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach