Taken tweede scheidsrechter volleybal: stap voor stap | Koach
Open de app
Kennisbank · Spelregels

Taken tweede scheidsrechter volleybal: stap voor stap

Je staat vanavond als tweede scheidsrechter bij het net omdat er niemand anders was. Geen cursus, wel een fluitje en tweeënhalf uur waarin je niet wilt opvallen. Het goede nieuws: je taak is een vaste volgorde die je één keer moet doorlopen. Dit is die volgorde, van de netcontrole tot de laatste wissel.

Leestijd: 8 min

Je dienst begint een halfuur voor de eerste service

Wees dertig minuten voor aanvang in de zaal en zoek meteen de eerste scheidsrechter op. Je bent namelijk niet zijn assistent: je hebt een aantal beslissingen die uitsluitend van jou zijn, en het scheelt de hele avond als je van tevoren drie dingen afspreekt. Eén: wie doet de toss en wie neemt de spelerslijsten in. Twee: hoe hij wil dat je fouten aangeeft die buiten jouw bevoegdheid vallen — meestal is dat een klein handsignaal, zonder fluit en zonder aandringen. Drie: wat hij van je verwacht bij een blessure of een oplopende discussie.

Neem mee: een eigen fluitje (je deelt er geen), een pen, en als de zaal er geen heeft een meetlint of nethoogtemeter. Je staat tijdens de wedstrijd op de vloer aan de andere kant van het net dan de eerste scheidsrechter, met de teltafel binnen twee stappen. Je verplaatst je langs het net mee met het spel; spreek met de eerste af naar welke kant je bij een aanval opschuift, zodat jullie elkaar niet in het zicht staan. De vuistregel die overal werkt: je wilt zicht houden op het blok en op de middenlijn aan de kant waar de aanval komt.

De veldcontrole: negen dingen in vijf minuten

Loop deze lijst af voordat de teams gaan inspelen, niet erna. Wat je dan nog aantreft, is meestal in twee minuten opgelost; wat je tijdens de eerste set ontdekt, is een onderbreking.

Klopt er iets niet en is het niet te repareren, meld het dan bij de eerste scheidsrechter en laat het feitelijk in het opmerkingenveld van het formulier zetten. Zelf beslissen dat het wel meevalt, is het enige wat je hier fout kunt doen.

Spelerslijsten, opstellingsbriefjes en de toss

De coaches leveren hun spelerslijst in: rugnummers, namen, de aanvoerder en de libero of libero's. Neem hem aan, controleer of de nummers leesbaar zijn en breng hem naar de teller. Verzin nooit zelf een nummer omdat een shirt afwijkt van de lijst — laat de coach het corrigeren voordat er geserveerd wordt.

De toss wordt door de eerste scheidsrechter geleid. Jouw taak is dat de uitkomst — wie serveert, wie welke kant kiest — meteen bij de teller op het formulier staat. Daarna volgt het onderdeel dat expliciet van jou is: voor elke set, en bij de wissel van speelhelft in een beslissende set, controleer je of de zes spelers op het veld overeenkomen met het opstellingsbriefje. Loop de posities in rotatievolgorde langs, hardop in jezelf, en kijk naar de rugnummers en niet naar de gezichten.

Zit er een verschil in en heeft de eerste service nog niet plaatsgevonden, dan wordt de opstelling aangepast aan wat er op het briefje staat, zonder straf. Merk je het pas later, dan is het een positiefout met alle gevolgen van dien — en dat is precies het scenario dat jouw controle van tien seconden voorkomt.

Tijdens de rally: kijk naar het net, niet naar de bal

Dit is de fout die vrijwel iedere beginnende tweede scheidsrechter maakt: de bal volgen. Het voelt logisch, want daar gebeurt het spel. Maar alles wat met die bal gebeurt — gedragen, dubbel geraakt, uit, aangeraakt door het blok — beoordeelt de eerste scheidsrechter. Wie de bal volgt, kijkt dus naar fouten die niet van hem zijn en mist tegelijk de fouten die alleen hij kan zien, omdat die zich onderin het net en op de middenlijn afspelen.

Gebruik daarom per rally een vaste kijkroutine:

  1. Vóór het fluitsignaal: loop de zes spelers van het ontvangende team langs. Hun posities zijn jouw verantwoordelijkheid; het serverende team is van de eerste.
  2. Bij de service: ogen los van de bal, naar het net en de middenlijn.
  3. Tijdens de opbouw en de aanval: handen aan het blok, netband, en de voeten onder het net.
  4. Na de rally: kijk naar de eerste scheidsrechter voordat je iets doet.

Wat jij zelf fluit, is een korte en concrete lijst: het doordringen in het veld van de tegenstander en in de ruimte onder het net, netcontact aan de onderkant van het net of met de antenne aan jouw zijde, positiefouten van het ontvangende team, een bal die buiten de doorgangsruimte passeert of de antenne aan jouw kant raakt, en een bal die de vloer of een voorwerp raakt op een moment dat de eerste scheidsrechter er geen zicht op heeft. De details van die eerste categorie staan in de netfoutregels.

Wat níet van jou is: balbehandeling, aanvals- en blokfouten boven het net, en de tijd die de serveerder krijgt. Zie je daar toch iets, dan mag je het zonder fluit met een klein gebaar aangeven — maar je dringt niet aan en je herhaalt het niet.

Kernpunt: jouw ogen horen bij het net en bij de ontvangende zes, niet bij de bal. Wie de bal volgt, kijkt de hele avond naar beslissingen die hij niet mag nemen en mist ondertussen de enige fouten die alleen hij kan zien.

Wissels: jij keurt ze goed, jij telt ze

Wissels zijn het onderdeel waar een onervaren tweede scheidsrechter vastloopt, omdat er vier dingen tegelijk gebeuren. Houd deze volgorde aan.

  1. Het verzoek. Alleen de coach of de aanvoerder in het veld mag wisselen aanvragen, met het handgebaar, terwijl de bal uit het spel is en vóór het fluitsignaal voor de service.
  2. De wisselzone. De invaller staat klaar in de vrije zone tussen de verlengden van beide aanvalslijnen, aan de kant van de teltafel, met zijn nummerbordje als jullie daarmee werken. Een speler die nog aan het uittrekken is, laat je niet wisselen.
  3. Toestaan. Jij geeft het wisselgebaar en laat de spelers elkaar bij de zijlijn passeren.
  4. Wachten op de teller. Pas als de wissel op het formulier staat, geef je aan dat er verder gespeeld kan worden. Die twee seconden zijn geen beleefdheid maar het halve doel van de administratie.

Daarnaast tel je mee. De officiële spelregels geven elk team zes wissels per set; sommige bonden hanteren in bepaalde klassen een afwijkend aantal, dus controleer dat vooraf. Een taak die vaak vergeten wordt: je meldt de vijfde en de zesde wissel actief aan de eerste scheidsrechter én aan de betrokken coach. Datzelfde doe je bij de tweede time-out. Zo weet niemand het pas als het te laat is. De regels achter de koppels en de terugwissel staan in de wisselregels.

Komt er een verzoek dat niet mag — tijdens de rally, na het fluitsignaal voor de service, van iemand die het niet mag vragen, of terwijl het maximum al bereikt is — dan wijs je het af. Vertraagt het het spel niet en is het de eerste keer, dan volgt er geen straf, maar het wordt wel op het formulier genoteerd. Gebeurt het nog eens, dan is het spelvertraging.

De liberowissel valt hier helemaal buiten. Die wordt niet aangevraagd en niet door jou toegestaan: hij loopt via de liberozone bij de eigen bank, er moet minstens één rally tussen twee liberowissels zitten, en hij telt niet mee in de zes. Jouw rol is meekijken en de teller helpen als het tempo hoog ligt; de precieze voorwaarden staan in de liberowisselregels. Raakt er iemand geblesseerd, dan ben jij degene die een uitzonderlijke wissel toestaat of hersteltijd toekent.

Wisselscherm met de spelers die eruit en erin gaan en het aantal gebruikte wissels
Coaches die hun wedstrijd in Koach bijhouden, zien zelf hoeveel wissels er al gebruikt zijn — handig als jouw telling en die van de bank uiteenlopen.

Time-outs, de bank en de klok

Een time-out wordt op dezelfde manier aangevraagd als een wissel: door de coach of de aanvoerder in het veld, met het T-gebaar, bij een dode bal en vóór het fluitsignaal voor de service. Jij fluit, geeft het gebaar, wijst het aanvragende team aan en bewaakt de tijd. Dertig seconden is kort: begin na ongeveer vijfentwintig seconden al te fluiten en te gebaren dat de teams terug moeten, anders loop je structureel uit. Elk team heeft er twee per set en niet-gebruikte time-outs vervallen. Wat er in die dertig seconden tactisch gebeurt, is niet jouw zaak: jouw taak is de tijd en de administratie.

Tussen de rally's houd je ook de vloer en de bank in de gaten. Zweetplekken laat je dweilen op een moment dat het spel toch stilligt. En je houdt toezicht op de teambanken en de opwarmruimte: gedrag dat over de grens gaat, meld je bij de eerste scheidsrechter. Kaarten geef je zelf niet — dat is uitsluitend zijn bevoegdheid.

Als het formulier en het veld uiteenlopen

Vroeg of laat steekt de teller zijn hand op. Onderbreek dan nooit een lopende rally: wacht op de dode bal, loop naar de tafel en stel in deze volgorde drie vragen.

  1. Klopt de stand op het bord met de stand op het formulier? Wijken ze af, dan gaat het bord terug naar het formulier. Het formulier is de administratie van de wedstrijd, het bord is een hulpmiddel voor het publiek.
  2. Klopt de serveerder met de servicevolgorde op het formulier? Is er al geserveerd door de verkeerde speler, dan is dat geen boekhoudkwestie meer maar een servicevolgordefout, en die handelt de eerste scheidsrechter af.
  3. Klopt de opstelling op het veld met het opstellingsbriefje van deze set? Dit is de controle uit het begin van de set, nog een keer.

Twijfelt de teller over de stand zelf — een punt niet doorgestreept — dan is dat het lastigste geval. Reconstrueer vanaf de laatste stand waarvan iedereen zeker is, roep de eerste scheidsrechter erbij, en laat beide aanvoerders bevestigen wat de stand wordt voordat er weer geserveerd wordt. De gouden regel: repareer nooit stilletjes. Een correctie die vier mensen hebben gezien, komt na afloop nooit meer terug; een correctie die jij alleen hebt doorgevoerd, wel.

Wat je zelf fluit, wat je herhaalt en wat je nooit doet

Fluit je een fout uit je eigen lijstje, dan is de volgorde: fluiten, het foutgebaar maken en de speler aanwijzen. Het toewijzen van de servicebeurt laat je aan de eerste scheidsrechter. Fluit hij een fout, dan herhaal jij zijn gebaar, zodat beide banken de beslissing kunnen zien vanaf hun kant van het net. Welke gebaren daarbij horen, staat compleet uitgelegd in alle scheidsrechtergebaren; leer er voor je eerste dienst vooral vier goed: netfout, positiefout, wissel en time-out.

Drie dingen doe je nooit. Je fluit niet over iets wat de eerste al beoordeeld heeft. Je dringt niet een tweede keer aan op een fout buiten je bevoegdheid. En je gaat geen discussie aan met een coach: verwijs vriendelijk naar de aanvoerder in het veld, want alleen die mag om uitleg over de toepassing van een regel vragen.

Blijft er onenigheid met de eerste scheidsrechter, dan is de rangorde helder: alleen hij mag de beslissing van een ander lid van het scheidsrechterlijk korps herroepen. Ben je het ergens niet mee eens, loop dan bij een dode bal naar hem toe en zeg in één zin wat je zag — bijvoorbeeld: ik zag van hieraf de voet volledig over de middenlijn. Hij beslist. Nooit twee verschillende gebaren tegelijk, nooit zichtbaar debat langs het net. De rest bespreek je na afloop, bij de koffie, en daar leer je meer van dan van welke regeltekst ook.

En dan het echte geheim van deze dienst: verreweg het grootste deel van je avond is stilstaan, kijken naar het net en op tijd tellen. Wie dat rustig doet, valt niet op — en dat is bij een tweede scheidsrechter precies het compliment dat je wilt.

Veelgestelde vragen

Is de tweede scheidsrechter de assistent van de eerste?

Nee. Hij assisteert wel, maar heeft daarnaast beslissingen die uitsluitend van hem zijn: netcontact aan de onderkant, doordringen onder het net, de positiefout van het ontvangende team en het toestaan en tellen van wissels en time-outs. Bij een meningsverschil beslist de eerste scheidsrechter, want alleen hij mag beslissingen van anderen herroepen.

Waar moet ik als tweede scheidsrechter naar kijken tijdens de rally?

Naar het net, de middenlijn en de antenne aan jouw kant, en vóór elk fluitsignaal naar de posities van het ontvangende team. De bal volgen is de meest gemaakte beginnersfout: alles wat met de bal gebeurt, beoordeelt de eerste scheidsrechter.

Hoeveel wissels moet ik bijhouden en wanneer meld ik ze?

De officiële spelregels geven elk team zes wissels per set; per bond kan het aantal in bepaalde klassen afwijken, dus controleer dat vooraf. Meld de vijfde en de zesde wissel actief aan de eerste scheidsrechter en aan de betrokken coach, en doe hetzelfde bij de tweede time-out van een team.

Wat doe ik als een coach een wissel te laat aanvraagt?

Een verzoek na het fluitsignaal voor de service wijs je af. Vertraagt het het spel niet en is het de eerste keer, dan volgt er geen straf, maar het wordt wel op het wedstrijdformulier genoteerd. Herhaalt hetzelfde team het, dan is het spelvertraging.

Mag ik als tweede scheidsrechter een gele of rode kaart geven?

Nee. Je houdt wel toezicht op de banken en de opwarmruimte en meldt wangedrag bij de eerste scheidsrechter, maar het uitdelen van kaarten en sancties is uitsluitend zijn bevoegdheid.

Wat doe ik als de stand op het bord niet klopt met het formulier?

Wacht op een dode bal, ga naar de teltafel en pas het bord aan naar het formulier: dat is de officiële administratie van de wedstrijd. Klopt het formulier zelf niet, reconstrueer dan vanaf de laatste zekere stand, haal de eerste scheidsrechter erbij en laat beide aanvoerders de correctie bevestigen voordat er weer geserveerd wordt.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach