Telformulier volleybal invullen: stap voor stap
Je bent aan de beurt voor de telbriefjedienst en zit ineens naast de scheidsrechter met een formulier waar je niets van begrijpt. Het valt mee: het is vooral een vaste volgorde die je een keer moet doorlopen. Dit is die volgorde.
Vooraf: de kop van het formulier
Vul de kop in voordat er iemand inspeelt, niet tussen de eerste punten door. Erin komen: datum, plaats en zaal, de competitie en klasse, het wedstrijdnummer, en beide teams met de thuisspelende ploeg op de plek die het formulier aanwijst.
Daarna de spelers. Neem de rugnummers en namen over van de lijst die beide coaches inleveren, in oplopende volgorde. Zet een letter bij de aanvoerder, en noteer de libero of libero's in het aparte vak dat daarvoor bestaat. Ontbreekt er een lijst, vraag er dan om — een teller die zelf namen gaat verzinnen, veroorzaakt later precies de discussie die het formulier moet voorkomen.
Tot slot de toss: de scheidsrechter geeft aan wie serveert en wie welke kant kiest. Dat leg je vast, want daar hangt de rest van je set aan vast.
De opstelling per set
Voor elke set leveren beide coaches een opstellingsbriefje in met de zes rugnummers op de posities 1 tot en met 6. Die neem je over in het setvak. Dit is het belangrijkste moment van je hele dienst, want hieruit volgt de serveervolgorde: wie op positie 1 staat, serveert als eerste, en daarna gaat het volgens de rotatievolgorde.
Controleer voor de eerste service of de zes spelers op het veld overeenkomen met wat er op je formulier staat. Klopt het niet, meld het dan meteen bij de scheidsrechter. Een verkeerd overgenomen opstelling merk je anders pas bij een positiefout vier punten later, en dan is het lastig repareren.
Tijdens de set
Nu wordt het ritme. Vier dingen komen langs, en meer niet.
- Punten. Elk punt streep je door in de kolom van het team dat scoort, in oplopende volgorde. Het laatste doorgestreepte getal is de stand — daarom is een doorgestreept nummer overslaan de meest voorkomende fout.
- Service. Bij elke nieuwe servicebeurt noteer je welk team en welke speler serveert, op de plek die het formulier daarvoor heeft. Zo blijft controleerbaar of er in de goede volgorde geserveerd wordt.
- Time-outs. Elk team heeft er twee per set, elk dertig seconden. Noteer ze met de stand waarop ze werden aangevraagd.
- Wissels. Noteer het rugnummer dat eruit gaat, het nummer dat erin komt, en de stand. Een team mag er zes per set, en liberowissels tellen daar niet in mee en worden niet als gewone wissel genoteerd.
Werkt je vereniging digitaal, dan zijn de velden identiek en verandert alleen de invoer; het onderscheid tussen formulier, telbord en score-app staat in wat telt officieel.
Het einde van een set en van de wedstrijd
Zodra een set is beslist — 25 punten met twee verschil, of 15 in een beslissende set — sluit je het setvak af: de eindstand van de set, de setstand in de wedstrijd en de duur van de set. Trek een streep door de niet-gebruikte punten, zodat er niets bij geschreven kan worden.
Aan het einde van de wedstrijd tel je de sets, de totalen en de speeltijd bij elkaar. Dan volgt het deel dat mensen vergeten: de handtekeningen. Beide aanvoerders tekenen voor akkoord, de scheidsrechter tekent, en jij als teller tekent ook. Zonder handtekeningen is het formulier onvolledig.
Is er iets bijzonders gebeurd — een protest, een kaart, een speler die zich blesseerde en niet verder kon — dan hoort dat in het opmerkingenveld. Kort en feitelijk: wat, wanneer, bij welke stand.
Vraag het gewoon. Twijfel je over een wissel, een stand of een liberowissel, steek dan je hand op en vraag het aan de tweede scheidsrechter. Dat is precies waarvoor hij naast de tafel staat, en een korte onderbreking is oneindig veel beter dan een formulier dat vanaf punt twaalf niet meer klopt.
De vijf fouten die een telbriefje onbruikbaar maken
- Een punt vergeten door te strepen. Vanaf dat moment loopt je stand een punt achter op de werkelijkheid. Corrigeer het meteen en meld het.
- De opstelling verkeerd overnemen. Controleer de zes nummers op het veld voordat er geserveerd wordt.
- Wissels niet noteren. Zonder wissel op papier klopt de serveervolgorde niet meer en kun je een positiefout niet nakijken.
- De libero als gewone wissel invullen. Liberowissels gaan onbeperkt en horen niet bij de zes gewone wissels; zie de liberowisselregels.
- Niet laten tekenen. Iedereen loopt na het laatste punt weg. Houd de aanvoerders even vast; het kost tien seconden.
Ga je vaker tellen, leer dan ook de handgebaren van de scheidsrechter herkennen — dan zie je aan het gebaar al welk team het punt krijgt en waarom, zonder te hoeven vragen. Ze staan op een rij in alle scheidsrechtergebaren.
Veelgestelde vragen
Wie moet het wedstrijdformulier invullen?
De thuisspelende vereniging levert een teller, vaak een ouder of speler met telbriefjedienst. De scheidsrechter controleert het formulier en ondertekent het samen met beide aanvoerders.
Wat doe ik als ik een punt verkeerd heb genoteerd?
Corrigeer het meteen en meld het bij de scheidsrechter, zodat de stand op het formulier, het bord en het veld weer gelijk lopen. Wachten maakt het alleen lastiger te herstellen.
Tellen liberowissels mee bij de zes wissels per set?
Nee. De libero mag onbeperkt wisselen met achterspelers en die wissels worden apart bijgehouden, niet als gewone spelerswissel op het formulier.
Moet ik ook tekenen als teller?
Ja, in de meeste competities tekent de teller mee, naast de scheidsrechter en beide aanvoerders. Controleer het formulier dus voordat je je handtekening zet.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach

