Bovenhands spelen leren aan kinderen zonder zere vingers | Koach
Open de app
Kennisbank · Jeugd & minivolleybal

Bovenhands spelen leren aan kinderen zonder zere vingers

Bijna elke jeugdtrainer kent het beeld: een kind vangt de bal met gestrekte vingers, trekt een grimas en houdt de rest van de training zijn hand tegen zijn lijf. Verstuikte vingers zijn zelden pech en bijna altijd het gevolg van een technische fout die je kunt zien aankomen. Dit is wat er misgaat en hoe je het per stap oplost.

Leestijd: 7 min

Waarom vingers pijn doen bij bovenhands spelen

Een officiele bal weegt 260 tot 280 gram en komt met een boog van vier of vijf meter naar beneden. Als die massa op twee of drie vingertoppen landt in plaats van op tien vingers tegelijk, komt alle kracht op een oppervlak zo groot als een muntje terecht. Het gevolg is een verrekt gewrichtsbandje: pijnlijk, meestal onschuldig, maar wel genoeg om een kind de rest van de training te laten wegduiken voor elke hoge bal.

Belangrijk om te weten: het is bijna nooit een krachtprobleem. Kinderen van acht die de bal netjes met tien vingers raken, houden geen pijn over. Het probleem zit in waar en wanneer de handen zijn.

De vier oorzaken, in volgorde van hoe vaak ze voorkomen

De opbouw in zes stappen

Werk deze volgorde af en ga pas een stap verder als acht van de tien pogingen goed gaan. Bij een groep van tien kinderen kost dat meestal drie tot vijf trainingen, verspreid over blokken van hooguit acht minuten.

  1. Handvorm zonder bal. Handen boven het voorhoofd, duimen en wijsvingers vormen een driehoek, ellebogen naar buiten. Laat de kinderen door dat driehoekje naar jou kijken: dat is meteen de controle of de handen hoog genoeg staan.
  2. Vangen boven het voorhoofd. Zelf de bal opgooien, met de handen in die vorm boven het voorhoofd vangen en bevriezen. Jij loopt langs en controleert: staan alle tien de vingers op de bal?
  3. Vangen en terugduwen. Zelfde vangbeweging, en direct daarna de bal met twee handen strekkend terug omhoog gooien. Dat is exact de bovenhandse beweging, alleen met een pauze in het midden.
  4. Vangpauze eruit. Zelf opgooien en de bal in een vloeiende beweging naar boven spelen, dan vangen. Hier gaat het voor het eerst mis bij kinderen die de handen te laat brengen; laat ze hardop "handen" roepen op het moment dat de bal het hoogste punt passeert.
  5. In tweetallen. Een kind gooit een hoge boogbal, de ander speelt hem terug, de werper vangt. Tien ballen, dan wisselen. Gooien is hier het moeilijkste deel: laat de werper dichtbij staan en echt hoog gooien, niet hard en vlak.
  6. Rally. Zelf hoog spelen, dan naar de partner. Pas nu mag de bal continu in de lucht blijven.

Koach heeft ruim tweehonderd uitgewerkte oefeningen met animaties, waaronder deze vang-en-speel-opbouw, zodat je hem zonder overschrijven in de training van volgende week kunt zetten. Wil je de techniek zelf tot in detail nalezen, dan staat die in het artikel over bovenhands spelen.

Oefeningenbibliotheek in de Koach-app met geanimeerde volleybaloefeningen per thema
Een opbouw in stappen werkt alleen als je hem elke week in dezelfde volgorde herhaalt.

Materiaal en organisatie doen de helft van het werk

Wat je zegt aan de zijkant

Kinderen kunnen niet drie aanwijzingen tegelijk verwerken. Gebruik per blok een vast kernwoord: "handen op je hoofd", "kijk door je raampje" of "duw met je benen". Wat niet werkt is de negatieve versie: "niet met je vingertoppen" laat een kind precies aan zijn vingertoppen denken. Benoem in plaats daarvan wat je wel wilt zien, en doe het een keer voor in slow motion. Dit geldt breder voor techniektraining per leeftijdsgroep: korte uitleg, veel herhaling, een ding tegelijk.

En als er toch een vinger omgaat

Een verstuikte vinger koel je vijftien minuten en laat je rusten; tapen aan de buurvinger kan de eerste week helpen tegen doorbuigen. Ga wel langs een arts bij een vinger die scheef staat, snel dik wordt, niet meer te buigen is of na een week nog steeds pijn doet — bij kinderen zit er groeischijfweefsel in de vingerkootjes en dat wil je niet gemist hebben. Laat een kind met een pijnlijke vinger niet stilzitten: geef het een rol als teller of laat het onderarms meedoen, zodat wegblijven geen gewoonte wordt. Meer over verstandig omgaan met klachten staat in blessurepreventie bij volleybal.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke leeftijd kun je kinderen bovenhands leren spelen?

Vanaf een jaar of acht kunnen de meeste kinderen de vangvorm en de handvorm aanleren. Echt doorspelen zonder vangen lukt meestal rond negen a tien jaar, precies de leeftijd waarop het motorisch leervermogen op zijn best is.

Moet ik de vingers van jonge spelers tapen?

Nee, niet preventief. Tape maskeert het probleem en beperkt het gevoel in de vingers, terwijl je juist wilt dat een kind leert voelen waar de bal landt. Tapen is er voor herstel na een verstuiking, niet als standaarduitrusting.

Waarom doen de vingers pijn bij het ene kind en bij het andere niet?

Meestal door timing. Kinderen die hun handen vroeg omhoogbrengen, vangen de bal met tien vingers op; wie laat is, raakt hem met twee of drie vingertoppen. Lengte en kracht spelen veel minder mee dan trainers denken.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach