Blessure tijdens de wedstrijd: hersteltijd en wisselregels
Een speler landt verkeerd na een blok en blijft zitten. Wat er daarna gebeurt, is grotendeels vastgelegd in de spelregels: wanneer de scheidsrechter moet stoppen, hoeveel tijd je krijgt, en welke wissel je nog achter de hand hebt als je er formeel geen meer hebt.
Direct stoppen bij een ernstig ongeval
Gebeurt er iets ernstigs terwijl de bal in het spel is, dan moet de eerste scheidsrechter het spel onmiddellijk onderbreken en medische hulp toelaten op het veld (regel 17.1.1). De rally wordt daarna overgespeeld — er valt dus geen punt, ook niet als de bal al bijna op de grond lag. Dat is bewust: niemand hoeft af te wegen of hij nog even doorspeelt terwijl er een teamgenoot ligt.
Bij lichtere gevallen — een verzwikte enkel, een bal tegen het gezicht — fluit de scheidsrechter af zodra de rally voorbij is. Wat er dan volgt, hangt af van of je nog kunt wisselen.
Eerst gewoon wisselen
De hoofdregel is simpel: een speler die niet verder kan, wordt regulier gewisseld binnen de zes wissels die elk team per set heeft (regel 15.6). Alle voorwaarden — wie voor wie mag komen, en hoe vaak — staan in de wisselregels. Zolang je die ruimte nog hebt, is een blessure reglementair niets bijzonders.
De hersteltijd van drie minuten
Kan de speler niet regulier of uitzonderlijk gewisseld worden, dan krijgt hij drie minuten hersteltijd (regel 17.1.2). Twee harde beperkingen daarbij: het mag maar één keer per speler per wedstrijd, en de tijd wordt door de scheidsrechter bewaakt. Is de speler na drie minuten niet hersteld, dan wordt zijn team incompleet verklaard voor die set — wat dat betekent voor de uitslag, staat in minder dan zes spelers.
Let op de volgorde: hersteltijd is de laatste optie, niet de eerste. Een team dat nog wissels over heeft, krijgt geen drie minuten om een speler op adem te laten komen. Die drie minuten zijn ook geen extra time-out: coachen mag, maar het team blijft bij de geblesseerde speler en niet in een kringetje bij de bank.

Elke wissel die je in Koach invoert, komt terug in het wedstrijdrapport, inclusief die ene die je na een blessure moest maken.
De uitzonderlijke wissel
Dit is de regel die het vaakst wordt vergeten. Kan een geblesseerde speler niet regulier gewisseld worden — omdat je je zes wissels op hebt, of omdat de enige toegestane tegenspeler zelf al gewisseld is — dan heeft het team recht op een uitzonderlijke wissel, bóven het normale wisselmaximum (regel 15.7).
De voorwaarden zijn exact:
- Elke speler die op het moment van de blessure niet in het veld staat mag invallen, behalve de libero, de tweede libero en de speler die door de libero wordt vervangen.
- De uitzonderlijke wissel telt niet mee voor de zes reguliere wissels van die set.
- De uitgevallen speler mag de rest van de wedstrijd niet meer terugkomen — niet in die set, en ook niet in een volgende.
Dat laatste maakt het een zware keuze bij twijfelgevallen. Een speler die na tien minuten waarschijnlijk weer kan, wissel je liever regulier; alleen wie echt klaar is, gaat er via de uitzonderlijke wissel af.
Als de libero uitvalt
Voor de libero geldt een eigen route. Raakt hij geblesseerd, dan mag de coach — met toestemming van de eerste scheidsrechter — een nieuwe libero aanwijzen uit de spelers die op dat moment niet in het veld staan (met uitzondering van de speler die de libero op dat moment vervangt). De geblesseerde libero mag de rest van de wedstrijd niet meer meespelen. Hoe het in- en uitwisselen van de libero normaal werkt, lees je in de liberowisselregels.
Wat je als coach vooraf regelt
- Weet wie je uitzonderlijke wissel zou zijn. Als je zes wissels op zijn en iemand valt uit, wil je niet gaan puzzelen. Bepaal dat vooraf per rotatie.
- Zorg dat er een EHBO-tas en een aanspreekpunt is. In de regiocompetitie is er geen medische staf; de scheidsrechter laat hulp toe, maar levert die niet.
- Laat een speler met hoofdblessure niet doorspelen. Dit staat niet in de spelregels, maar wel in elk sportmedisch protocol.
- Noteer wat er gebeurde. Voor de terugkeer naar de training is de aard van de blessure belangrijker dan de uitslag — zie ook blessurepreventie in volleybal.
Jeugd- en recreantencompetities kennen dezelfde regels: er is geen aparte jeugdvariant van de hersteltijd of de uitzonderlijke wissel. Wat wél verschilt, is de praktijk — bij jeugdwedstrijden is de scheidsrechter vaak zelf een jeugdspeler, en dan is het aan de coaches van beide teams om rustig het protocol te volgen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel hersteltijd krijgt een geblesseerde speler?
Drie minuten, en maximaal één keer per speler per wedstrijd. Die hersteltijd geldt alleen als de speler niet regulier of uitzonderlijk gewisseld kan worden. Is hij daarna niet hersteld, dan wordt het team incompleet verklaard voor die set.
Wat is een uitzonderlijke wissel?
Een extra wissel bovenop de zes reguliere wissels per set, voor een speler die door blessure niet verder kan. Elke speler die op dat moment niet in het veld staat mag invallen, behalve de libero's en de speler die de libero vervangt.
Mag de geblesseerde speler later terugkomen?
Na een uitzonderlijke wissel niet: die speler mag de rest van de wedstrijd niet meer meespelen. Na een reguliere wissel mag hij wel terugkeren, volgens de gewone wisselregels.
Wat gebeurt er met de rally waarin de blessure ontstond?
Bij een ernstig ongeval onderbreekt de scheidsrechter het spel direct en wordt de rally overgespeeld — er valt dus geen punt. Bij lichtere gevallen wordt de rally eerst uitgespeeld.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach

