Hoeveel challenges bij volleybal heb je, en wanneer?
De bal valt vlak naast de lijn, je speler steekt zijn hand op, en jij staat op de bank met de enige spelregelvraag waarbij jij zelf de knop indrukt. Op televisie tekent de coach een rechthoek in de lucht en rolt er even later een beslissing uit een computer. In jouw zaal hangt geen camera. Dit artikel gaat over allebei: hoe het challengesysteem werkt en wanneer het je iets oplevert, en wat je zonder camera's wel kunt vragen.
Eerst dit: in de meeste zalen bestaat de challenge niet
Een videochallenge is geen spelregel maar een installatie. Er zijn camera's nodig op de lijnen, het net en de antennes, een operator, een reviewmonitor naast het veld en een afspraak in het competitiereglement. Dat is er op internationale toernooien en in de hoogste nationale competities, en verder vrijwel nergens.
Voor de meeste lezers is het antwoord op de vraag hoeveel challenges je hebt dus niet twee, maar nul. In de regio- en clubcompetitie kun je geen enkele beslissing laten herzien, hoe duidelijk je het ook zag. Dat is geen tekortkoming van de scheidsrechter; het systeem is er simpelweg niet.
Onder de vraag zit een tweede vraag: wat gebeurt er als de scheidsrechter het volgens jou verkeerd ziet? Op topniveau is dat de challenge. Op clubniveau is dat een kleiner instrumentarium — dat wel bestaat, en dat de meeste coaches niet gebruiken. De tweede helft van dit artikel gaat daarover.
Hoeveel challenges krijg je per set?
In de gangbare FIVB-opzet krijgt elk team per set een vast aantal mislukte challenges, meestal twee. De formulering is belangrijker dan het getal. Het werkt zo:
- Krijg je gelijk, dan wordt de beslissing teruggedraaid en houd je je challenge. Een coach die vier keer op rij gelijk krijgt, kan in dezelfde set nog een vijfde keer aanvragen.
- Krijg je ongelijk, dan blijft de beslissing staan en ben je er een kwijt.
- Ben je er twee kwijt, dan is het voor de rest van die set klaar.
- Elke nieuwe set begint het tegoed opnieuw, ook de vijfde set.
Een challenge kost je in die opzet geen time-out en geen punt: het zijn twee losse tegoeden naast elkaar, en je twee time-outs per set blijven onaangetast. Het aantal challenges, de vraag of een verkeerde aanvraag nog iets extra's kost en de lijst met aanvraagbare gevallen staan niet in de algemene spelregels maar in het reglement van de betreffende competitie. Ze verschillen dus per bond en per niveau: sommige competities geven er een per set, andere twee, en in weer andere mag ook de scheidsrechter zelf een beeldcontrole starten. Speel je op een niveau waar het systeem draait, zoek die passage dan op vóór je eerste wedstrijd — niet op het moment dat je hem nodig hebt.
Welke beslissingen kun je laten herzien, en welke nooit
Een challenge is geen algemeen bezwaar tegen de vorige rally. Je vraagt om herziening van één specifiek geval, en dat geval moet op de lijst staan die vóór de wedstrijd wordt bekendgemaakt. Deze gevallen staan er het vaakst op:
- In of uit. De klassieker. Wat de camera beoordeelt is niet waar de bal leek te vallen maar het contactvlak op de vloer — de reden dat het beeld zo vaak anders uitpakt dan het blote oog, uitgelegd bij bal op de lijn: in of uit.
- Aanraking. Ging de bal die uitviel via een vinger van het blok of via een verdediger? Dit is de categorie waarin beeld het meeste toevoegt, omdat een blokvinger op snelheid met het blote oog vrijwel niet te zien is.
- Antenne. Raakte de bal de antenne, of ging hij buiten de overspeelruimte over het net?
- Netaanraking. Raakte een speler het net tijdens zijn actie? Wat daarbij wel en niet telt, staat in de netfoutregels.
- Voetfout bij de service, en het vroeg betreden van het veld.
- Vloercontact. Raakte de bal de vloer voordat hij gespeeld werd?
Afhankelijk van de competitie staan er soms ook een aanvalsfout van een achterspeler, een middenlijnfout of een opstellingsfout op. Wat er nooit op staat, in geen enkele competitie: beoordelingsbeslissingen over balbehandeling. Een gedragen bal, een dubbel gespeelde bal, een bal die volgens jou te lang in de handen lag — dat blijft het oordeel van de eerste scheidsrechter. Even onaanvraagbaar: iets uit een eerdere rally, en iets wat helemaal niet gefloten is. Vraag je zoiets toch aan, dan wordt het geweigerd en kost het je afhankelijk van het reglement alsnog een challenge.
Hoe de aanvraag praktisch verloopt
De coach vraagt de challenge aan; heeft het team geen coach, dan doet de spelaanvoerder het. Het venster is klein: direct na de rally en vóórdat de eerste scheidsrechter de volgende service toestaat. In de praktijk zijn dat een paar seconden. Is er eenmaal voor de service gefloten, dan is de kans voorbij — ook als de hele bank het inmiddels eens is.
Je geeft het gangbare handsignaal, een rechthoek in de lucht die een scherm uitbeeldt, en je noemt het geval: aanraking op het blok, antenne, netaanraking. Niet "wilt u dat nog eens bekijken", want dan weet de operator niet waar hij naar moet kijken. De eerste scheidsrechter onderbreekt het spel, de beelden worden bekeken, hij neemt de beslissing over of laat hem staan en geeft dat met een gebaar aan — de rest van zijn signalen staat in scheidsrechtergebaren uitgelegd.
Eén verleiding om te weerstaan: een challenge breekt het ritme van een tegenstander die net drie punten op rij maakte, en dat voelt als een gratis time-out. Dat is het niet. Een aanvraag zonder inhoudelijke grond kost je gewoon je challenge. Wil je het ritme breken, gebruik dan een time-out — daar is hij voor.
Wanneer is een challenge het waard? Reken in punten, niet in gelijk
Hier houdt vrijwel elke uitleg op, en hier begint het coachen. Want de vraag is niet of je gelijk hebt, maar of je gelijk krijgen genoeg oplevert om het tegoed op te geven. Loop in die paar seconden drie vragen af, in deze volgorde.
- Staat dit geval op de lijst? Zo nee: klaar, geen aanvraag. Een gedragen bal is nooit een challenge, hoe evident hij ook was.
- Wie heeft het gezien, en hoe zeker is die? Niet de tribune, niet de speler die het punt verloor, maar de persoon die op dat moment naar dat contact keek. Twijfelt die, dan is het antwoord nee.
- Wat is dit punt waard op deze stand? Dat is de vraag die de doorslag geeft.
Want de prijs van een challenge is niet het punt en niet de time-out. De prijs is de challenge die je bij 23-23 niet meer hebt. En de waarde van een punt loopt hard op naarmate de set vordert. Bij 5-2 in de eerste set moeten er nog minstens twintig punten vallen voordat de set uit is; daarin verdwijnt één teruggedraaid punt. Bij 22-22 hoeft de winnaar er nog maar drie te maken, en is datzelfde punt dus een derde van wat er nog te winnen valt — plus een servicebeurt.
Daaruit volgt een bruikbare vuistregel, geen spelregel:
- Tot ongeveer punt 12: alleen aanvragen als je waarnemer het zeker weet. Bij twijfel spaar je.
- Van punt 12 tot punt 19: zorg dat je bij 20 nog minstens één challenge over hebt. Dat is de enige harde regel in dit rijtje.
- Vanaf punt 20: de drempel gaat omlaag, niet omhoog. Het punt is meer waard, dus een redelijk vermoeden is genoeg.
- Bij setpunt tegen: alles wat je nog hebt gaat erin. Een ongebruikte challenge aan het eind van een verloren set is helemaal weggegooid — er komt geen volgende rally meer om hem in te zetten.
Twee situaties waarin coaches challengen zonder dat er iets te winnen valt. De eerste: de fout die je zag maar die het punt niet bepaalde — een netaanraking in een rally die je vervolgens gewoon won. Er valt niets terug te draaien. De tweede, en die is veel gewoner: de aanvraag uit boosheid over de vórige beslissing. Dan koop je geen punt maar een gevoel, en sta je bij 24-23 met lege handen.
Kernpunt: een challenge kost je in de gangbare opzet geen punt en geen time-out, maar wel de challenge die je later nodig hebt. Reken dus niet in gelijk maar in punten: hoe verder de set gevorderd is en hoe krapper de stand, hoe minder zekerheid je nodig hebt om hem in te zetten — en een challenge die je aan het eind van de set ongebruikt in je zak houdt, heeft je niets opgeleverd.
Het bankprotocol: wie kijkt, wie beslist
Het praktische probleem is niet de regel maar de aandacht. Jij keek naar je spelverdeler of naar de aanloop van de middenaanvaller, niet naar de lijn waar de bal viel. Een coach die op eigen waarneming challengt, gokt.
Los dat op met één afspraak vooraf. Wijs per wedstrijd één persoon op de bank aan als waarnemer — een wisselspeler is daar prima geschikt voor. Zijn opdracht is smal: hij volgt de bal tot op de vloer en let op blokvingers en antenne. Verder niets.
- Eén signaal. Vlakke hand omhoog betekent: ik zag het zelf, en het was fout. Geen hand betekent nee. Roepen doet hij niet, en tegen de scheidsrechter zegt hij nooit iets.
- Alleen wat hij zelf zag. "De rest van de zaal riep het ook" is geen waarneming. De bank zit laag en kijkt langs het veld: goed zicht op het net en de dichtstbijzijnde lijn, slecht zicht op de verre zijlijn.
- De coach beslist. De waarnemer levert de zekerheid, jij levert de stand. Die twee samen zijn de beslissing.
- Spreek vooraf af welke gevallen je überhaupt aanvraagt. De meeste teams zullen nooit een opstellingsfout challengen: die zie je vanaf de bank niet betrouwbaar, en dan is de aanvraag een gok met je tegoed.
Geen camera's? Dit kun je wel vragen
Terug naar de zaal waar de meesten van ons staan. Daar geldt: de eerste scheidsrechter beslist, en over een beoordelingsbeslissing is zijn oordeel definitief. Tegen "in", "uit", "gedragen" of "netaanraking" bestaat geen middel — niet op zaterdag, niet achteraf. Wie blijft aandringen krijgt eerst een waarschuwing en vervolgens een kaart.
Wat er wel kan, loopt via de spelaanvoerder — niet via jou, en zeker niet vanaf de achterlijn. Drie dingen, scherper afgebakend dan de meeste teams denken:
- Uitleg vragen over de toepassing of interpretatie van een regel. De spelaanvoerder is de enige speler die dat tijdens de wedstrijd mag doen, rustig en tussen twee rally's door. De grens is precies: over de regel wel, over de beoordeling niet. Wat je aanvoerder verder mag en niet mag, staat bij de rol van de aanvoerder.
- Een feitelijke fout laten herstellen. Een niet-genoteerd punt, een verkeerde servicevolgorde, een speler die op de verkeerde positie staat, een verkeerd geteld aantal wissels: dat zijn geen oordelen maar feiten, en die horen gecorrigeerd te worden. Voorwaarde is dat je het meteen meldt, vóór de volgende service. Daarna staat de stand er meestal en ben je te laat. Dit is op clubniveau verreweg het meest waardevolle wat je kunt doen — en het is precies wat vrijwel niemand doet.
- Een controle laten uitvoeren van de netspanning, de nethoogte of de opstelling van de tegenstander.
Drie zinnen die je aanvoerder letterlijk kan gebruiken: "Kunt u aangeven welke regel u hier toepast?" — "Ons punt bij 14-12 staat niet op het bord, kunt u dat laten controleren vóór de volgende service?" — "We spelen door, maar we willen laten aantekenen dat we het hier niet mee eens zijn." Meer heb je niet nodig, en meer krijg je ook niet. Wie live meescoort hoeft bij die tweede zin trouwens niet te gokken: in Koach zie je terug op welke rally het punt wegviel, en dat is het verschil tussen een vermoeden en een melding.
Zelf mag je als coach één ding doen dat vaak beter werkt dan praten: een time-out nemen. Niet om de beslissing terug te draaien, maar om te voorkomen dat je team de volgende twee rally's ook nog weggeeft.
Wanneer een protest wel kan
Een protest is geen zwaardere vorm van bezwaar maar een ander middel, met een eigen onderwerp: het gaat over de toepassing van een regel of over feiten van de wedstrijd, nooit over een beoordeling. "De scheidsrechter kende het punt na een dubbele fout aan de verkeerde ploeg toe" is protesteerbaar. "De bal was uit" niet, in geen enkele instantie.
Dat verklaart meteen waar protesten in de praktijk over gaan: administratie. Een niet-speelgerechtigde speler, een verkeerd toegepaste wisselregel, een verkeerde bal. De categorie "de scheidsrechter zag het verkeerd" haalt het niet, omdat een protest daar niet voor bedoeld is.
De weg erheen loopt via je aanvoerder en via het wedstrijdformulier, en die stappen staan uitgeschreven in digitaal wedstrijdformulier of score-app. Onthoud er hier één ding van: de procedure en de termijn verschillen per bond en per land, dus zoek ze op in het reglement van je eigen competitie — bij voorkeur een keer rustig bij de seizoensstart, niet op de zaterdagavond dat het misging.
Wat je je team hierover leert
Of je nu twee challenges hebt of nul, de duurste seconden zijn dezelfde: de tien seconden ná een beslissing die tegenvalt. Teams verliezen zelden een set door één verkeerde call, en veel vaker door de twee rally's daarna, waarin een deel van je team nog met het hoofd bij de lijn staat. Spreek daarom één regel af en handhaaf hem: alleen de aanvoerder praat, iedereen speelt door.
Dat kun je trainen. Fluit tijdens een oefenwedstrijdje bewust twee ballen verkeerd en kijk wie er reageert — niet om ze erop af te rekenen, maar om zichtbaar te maken dat het gebeurt. Spreek daarna de reactie af die je wilt zien: één zin naar elkaar, "volgende bal", en opstellen. Een team dat dat beheerst, heeft aan een challengesysteem minder behoefte dan een team dat het niet beheerst er ooit aan zal hebben. De rest van de regels waarop dit alles rust, staat gebundeld in het overzicht van de volleybalregels.
Veelgestelde vragen
Hoeveel challenges heb je bij volleybal per set?
In de gangbare FIVB-opzet twee mislukte challenges per set: krijg je gelijk, dan behoud je je recht en kun je opnieuw aanvragen. Elke set begint het tegoed opnieuw. Het exacte aantal staat in het reglement van je eigen competitie en verschilt per bond en niveau.
Bestaan challenges ook in de club- en regiocompetitie?
In de praktijk niet. Een videochallenge vereist camera's, een operator en een reviewmonitor, en die installatie staat vrijwel alleen op internationale toernooien en in de hoogste nationale competities. Zonder dat systeem kun je geen enkele beslissing laten herzien; of jouw competitie het heeft, staat in het reglement van je bond.
Welke beslissingen kun je niet challengen?
Beoordelingsbeslissingen over balbehandeling, zoals een gedragen of dubbel gespeelde bal, staan in geen enkele competitie op de lijst. Hetzelfde geldt voor iets uit een eerdere rally en voor situaties die niet gefloten zijn. Welke gevallen wel aanvraagbaar zijn, wordt vóór de wedstrijd bekendgemaakt.
Kost een challenge een time-out?
In de gangbare opzet niet: challenges en time-outs zijn losse tegoeden en je twee time-outs per set blijven onaangetast. Gebruik een challenge daarom nooit als verkapte time-out — een aanvraag zonder grond kost je gewoon je challenge.
Wat kan ik doen als de scheidsrechter het volgens mij verkeerd ziet?
Tegen een beoordelingsbeslissing niets: het oordeel van de eerste scheidsrechter is definitief. Je aanvoerder mag wel uitleg vragen over de toepassing van een regel, en een feitelijke fout zoals een niet-genoteerd punt moet je meteen melden, vóór de volgende service.
Waarover kun je wel protest aantekenen?
Over de toepassing van een regel of over feiten van de wedstrijd, bijvoorbeeld een niet-speelgerechtigde speler of een verkeerd toegepaste wisselregel. Meld het direct via je aanvoerder, laat het opnemen in het opmerkingenveld van het wedstrijdformulier en volg de procedure van je bond; termijnen verschillen per bond.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach