Volleybalregels: alle spelregels op een rij (2026)
Volleybal oogt simpel — bal over het net, drie keer raken, punt scoren. Maar wie langs de lijn staat, ontdekt al snel dat er een heel regelboek achter schuilgaat: rotaties, positiefouten, liberowissels, netcontact. Dit overzicht zet alle spelregels op een rij, met per onderwerp een verdieping.
Zo werkt een volleybalwedstrijd in het kort
Twee teams van zes spelers staan tegenover elkaar, gescheiden door een net. Het doel: de bal op de grond van de tegenstander krijgen, of de tegenstander tot een fout dwingen. Een team mag de bal maximaal drie keer raken voordat hij over het net moet (een blokaanraking telt niet mee), en geen enkele speler mag de bal twee keer achter elkaar spelen. Elke rally levert een punt op voor het team dat hem wint — het zogenoemde rally-point-systeem. Wint het ontvangende team de rally, dan krijgt het niet alleen het punt maar ook de service, en draait het één positie door.
Het veld en het net
Een volleybalveld meet 18 bij 9 meter, verdeeld in twee helften van 9 bij 9. Op drie meter van de middenlijn ligt aan beide kanten de aanvalslijn, beter bekend als de driemeterlijn — de grens tussen voor- en achterspelers. Alle maten en zones staan in afmetingen van een volleybalveld. Het net hangt bij heren op 2,43 meter en bij dames op 2,24 meter; voor jeugd en minivolleybal gelden lagere hoogtes — zie alle nethoogtes.
Puntentelling en sets
Een set gaat tot 25 punten met minimaal twee punten verschil; een wedstrijd is best-of-five, waarbij de beslissende vijfde set tot 15 punten gaat. In de Nederlandse regiocompetitie worden overigens standaard vier sets gespeeld, waarbij elke gewonnen set een wedstrijdpunt oplevert. Hoe het tellen precies werkt lees je in punten tellen in volleybal, en het setformat behandelen we uitgebreid in hoeveel sets telt een volleybalwedstrijd.
Rotatie en posities
De zes veldposities zijn genummerd van 1 tot en met 6: positie 1 is rechtsachter (daar wordt geserveerd), en de nummering loopt tegen de klok in door naar positie 2 rechtsvoor. Wie waar staat lees je in positienummers 1 tot 6. Zodra een team de service verovert, draait het één positie met de klok mee — de rotatievolgorde. Op het moment van de service moet iedereen in de juiste onderlinge volgorde staan; wie dat niet doet, maakt een positiefout en verliest direct het punt.
De belangrijkste fouten
- Netfout: het net raken tussen de antennes tijdens het spelen van de bal — alle nuances in de netfoutregels.
- Technische fouten: dubbele raak, gedragen bal en vier keer spelen — uitgelegd in dubbele raak en andere technische fouten.
- Achterspelerfout: een achterspeler die vóór de driemeterlijn afzet en de bal boven nethoogte aanvalt — zie mag een achterspeler aanvallen?
- Servicefouten: op of over de achterlijn staan bij de opslag, of niet binnen acht seconden na het fluitsignaal serveren.
- Positie- en rotatiefout: in de verkeerde volgorde staan of in de verkeerde volgorde serveren.
Wissels, libero en time-outs
Elk team mag per set zes gewone spelerswissels doorvoeren; de precieze voorwaarden staan in de wisselregels. Daarnaast is er de libero: de verdedigingsspecialist in het afwijkende shirt die onbeperkt met achterspelers mag wisselen, maar niet mag serveren, blokkeren of boven nethoogte aanvallen — het volledige verhaal lees je in de liberoregels. Verder heeft elke coach per set twee time-outs van dertig seconden.
De scheidsrechter en zijn gebaren
De eerste scheidsrechter leidt de wedstrijd vanaf de verhoging bij het net; bij officiële wedstrijden staat aan de andere kant een tweede scheidsrechter die onder meer positiefouten en netcontact aan zijn kant bewaakt. Elke beslissing wordt met een vast handgebaar aangegeven — wie die kent, begrijpt elk fluitsignaal. We hebben ze verzameld in alle scheidsrechtergebaren.
Zaal en beach: zelfde sport, andere regels
Beachvolleybal deelt de basis met de zaal, maar wijkt op flinke punten af: twee spelers per team, een kleiner veld zonder driemeterlijn, sets tot 21 en een blok dat wél als teamcontact telt. De volledige vergelijking staat in zaalvolleybal vs beachvolleybal.
Aangepaste regels voor jeugd en mini's
Bij de jeugd gelden de reguliere spelregels, maar met een lager net en soms een aangepast wedstrijdformat per klasse. Voor de allerjongsten heeft de Nevobo met CMV-volleybal (Cool Moves Volley) zes opbouwende niveaus ontwikkeld, elk met eigen veldjes, vangregels en puntentelling — zo groeit een kind stap voor stap naar het volwaardige spel toe. De details staan in de minivolleybal-regels.
Goed om te weten: de officiële spelregels worden per olympische cyclus vastgesteld — de huidige FIVB-regels gelden voor 2024-2026 en de Nevobo neemt ze vrijwel één-op-één over. Grote wijzigingen zijn zeldzaam; de basisregels hierboven staan al decennia vast.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak mag een team de bal raken?
Maximaal drie keer voordat de bal over het net moet, waarbij een blokaanraking niet meetelt. Eén speler mag de bal nooit twee keer achter elkaar spelen, behalve als zijn eerste contact een blok was.
Mag de bal het net raken?
Ja, in het spel én bij de service mag de bal het net raken en eroverheen rollen. Alleen als de bal buiten de antennes over het net gaat of het net niet passeert binnen drie teamcontacten, is het fout.
Wat gebeurt er als beide teams tegelijk een fout maken?
Dan fluit de scheidsrechter een dubbele fout en wordt de rally overgespeeld, zonder punt voor een van beide teams. Dit zie je bijvoorbeeld bij een gelijktijdig gedragen bal boven het net.
Zijn de regels bij de jeugd hetzelfde?
De basisregels wel, maar nethoogte, veldgrootte en soms het aantal sets verschillen per leeftijdscategorie. Bij CMV-minivolleybal gelden per niveau eigen, sterk vereenvoudigde regels.
Regels kennen is één, ze live toepassen is twee
Met Koach scoor je wedstrijden bij terwijl de app setstanden, rotatie en opstelling bewaakt.
Start met Koach
