Afmetingen van een volleybalveld: alle lijnen en zones | Koach
Open de app
Kennisbank · Spelregels

Afmetingen van een volleybalveld: alle lijnen en zones

Een volleybalveld is 18 bij 9 meter — dat weet bijna iedereen. Maar waarom ligt die driemeterlijn er, waar mag je serveren, en hoort de lijn nu wel of niet bij het veld? Elke lijn op het veld heeft directe gevolgen voor de spelregels. Dit is de complete plattegrond.

Leestijd: 5 min

Het speelveld: 18 bij 9 meter

Het speelveld is een rechthoek van 18 meter lang en 9 meter breed, door de middenlijn onder het net verdeeld in twee helften van 9 bij 9 meter. Alle lijnen zijn 5 centimeter breed en — belangrijk — de lijnen horen bij het veld. Een bal die de achterlijn of zijlijn raakt, is dus "in". Dat ene gegeven beslist elk seizoen tientallen discussies langs de lijn.

De driemeterlijn (aanvalslijn)

Op elke speelhelft ligt op 3 meter van de middenlijn de aanvalslijn, in de volksmond de driemeterlijn. Hij verdeelt de helft in een voorzone (tussen middenlijn en driemeterlijn) en een achterveld. De lijn bestaat niet voor de sier: hij bepaalt wat achterspelers mogen. Een achterspeler mag alleen boven nethoogte aanvallen als hij achter de driemeterlijn afzet — de lijn zelf hoort bij de voorzone, dus erop staan telt als ervoor. De volledige regels staan in mag een achterspeler aanvallen?

De servicezone

Geserveerd wordt vanachter de achterlijn, in de servicezone: de volle 9 meter breedte achter de achterlijn. Je hoeft dus al lang niet meer vanuit de rechterhoek te serveren — elke positie achter de achterlijn mag. De serveerder mag de achterlijn pas raken of het veld pas betreden nádat hij de bal heeft geslagen; een sprongserveerder mag dus in het veld landen, zolang zijn afzet achter de lijn plaatsvond.

De vrije zone en de vrije hoogte

Rond het veld hoort een obstakelvrije zone van minimaal 3 meter (bij internationale wedstrijden 5 meter naast de zijlijnen en 6,5 meter achter de achterlijnen). Een bal mag in de vrije zone gespeeld worden — een verdediger mag ver buiten het veld een bal terugbrengen, zolang de bal bij het terugspelen (deels) buiten de antenne om over de vrije zone terugkomt volgens de regels. Boven het veld hoort de ruimte minimaal 7 meter vrij te zijn van obstakels; internationaal is dat 12,5 meter. Een bal die het plafond raakt boven de eigen helft mag doorgespeeld worden zolang het teamcontacten-tegoed het toelaat; raakt hij het plafond boven de helft van de tegenstander, dan is het fout — al gelden in zalen met laag plafond vaak lokale afspraken.

Net, antennes en palen

Het net is 1 meter hoog en ongeveer 9,5 tot 10 meter lang, gespannen tussen palen die 0,5 tot 1 meter buiten de zijlijnen staan. Boven de zijlijnen zijn de antennes bevestigd: flexibele staven van 1,80 meter die 80 centimeter boven het net uitsteken. Zij markeren de doorgangsruimte — een bal die de antenne raakt of erbuiten langs gaat, is uit. De hoogte van het net verschilt per categorie: zie alle nethoogtes.

De zes posities op het veld

Binnen de eigen helft staan de zes spelers opgesteld volgens de positienummers 1 tot en met 6: drie voorspelers in de voorzone, drie achterspelers daarachter. Welke nummer waar hoort en hoe de rotatie loopt, lees je in positienummers 1 tot 6. In een app als Koach zie je diezelfde indeling terug op de digitale opstellingskaart, zodat iedereen vóór de wedstrijd weet waar hij begint.

Kleinere velden: jeugd en mini

Bij CMV-minivolleybal wordt op verkleinde velden gespeeld, oplopend van zo'n 6 bij 4,5 meter tot 6 bij 6 meter, vaak uitgezet met lintjes binnen een bestaand veld — de details staan in de minivolleybal-regels. Vanaf de C-jeugd wordt op het volledige veld van 18 bij 9 gespeeld.

Wist je dat: de middenlijn hoort bij béíde speelhelften. Met je voet de lijn of de overkant raken mag daardoor, zolang een deel van de voet op of boven de middenlijn blijft en je niemand hindert. Volledig doorschuiven onder het net is wél fout.

De maten gebruiken in je training

Wie de veldmaten kent, kan er als trainer mee spelen. De driemeterlijn is een natuurlijk doel voor serveer- en passoefeningen ("elke pass moet vóór de lijn geraakt worden"), de zeslijn — denk de lijn op zes meter, al staat hij er niet — helpt verdedigers hun uitgangspositie vinden, en de 9 meter veldbreedte gedeeld door drie geeft de klassieke zone-indeling waarmee je serveerdoelen benoemt. Zet je bij jeugdtraining het veld bewust kleiner met lintjes, dan stijgt het aantal geslaagde rally's direct — het volledige veld is voor beginnende spelers simpelweg te groot om te dekken.

Alle regels die op deze lijnen en zones voortbouwen, vind je terug in het complete overzicht: alle volleybalregels op een rij.

Veelgestelde vragen

Is een bal op de lijn in of uit?

In. De lijnen zijn 5 centimeter breed en horen bij het speelveld, dus een bal die de lijn ook maar raakt, is binnen. Dat geldt voor zowel de achterlijn als de zijlijnen.

Hoe groot is een volleybalveld inclusief uitloop?

Het speelveld is 18 bij 9 meter, met rondom een vrije zone van minimaal 3 meter. Voor een wedstrijdzaal reken je dus minimaal zo'n 24 bij 15 meter, en internationaal aanzienlijk meer.

Waarvoor dient de driemeterlijn?

De aanvalslijn op 3 meter van het net scheidt de voorzone van het achterveld en bepaalt wat achterspelers mogen: zij moeten achter deze lijn afzetten als ze de bal boven nethoogte willen aanvallen.

Mag je vanuit elke positie achter de achterlijn serveren?

Ja, de servicezone beslaat de volledige 9 meter breedte achter de achterlijn. Je mag de lijn bij de opslag niet raken vóór het balcontact, maar direct daarna wel het veld in stappen of erin landen.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach