Kant-en-klare volleybaloefeningen in de app: filteren op wie er vanavond staat
Je hebt een programma gemaakt voor twaalf spelers. Om kwart voor acht staan er zeven, twee zijn ziek en drie hebben een toets morgen. Het blok waar je het meeste van verwachtte kan niet meer, en terwijl de eerste ballen al door de zaal vliegen sta jij te rekenen. Dat rekenwerk is precies wat een oefeningencollectie voor je kan doen — als hij weet hoeveel spelers elke oefening nodig heeft.
Wat er in de collectie zit
In Koach zitten tweehonderd oefeningen ingebouwd. Je hoeft ze niet te downloaden, aan te schaffen of te importeren: ze staan er vanaf je eerste dag in, naast de oefeningen die je zelf maakt. In de lijst herken je ze aan het oranje merkje voor de naam; met de schakelaar Koach-oefeningen tonen zet je ze in één tik uit als je alleen je eigen werk wilt zien.
De negen categorieën zijn dezelfde als die van je eigen oefeningen: aanval, verdediging, service, pass, blok, warming-up, wedstrijd, teamwork en overig. Bijna de helft van de oefeningen draagt er meer dan één, omdat een pepper-serie nu eenmaal zowel warming-up als verdediging is; filteren op een categorie levert dus alles op waar dat etiket op zit.
Interessanter dan de categorieën is de spreiding naar groepsgrootte, want daar wringt het bij de meeste coaches. Honderdacht van de tweehonderd oefeningen zijn gemaakt voor groepen van acht tot twaalf spelers — de bezetting van een gewone teamtraining. Drieënzestig werken met drie spelers of minder, en negenentwintig zitten daartussenin, bij vier tot zeven. Wat er niét is: oefeningen voor meer dan twaalf spelers tegelijk. De collectie houdt op bij twaalf, en dat is een bewuste grens waar we verderop nog op terugkomen.
Een oefening die loopt in plaats van stilstaat
Elke oefening uit de collectie bestaat uit fases: vijf tot dertien standen op het veld, met bij elke stand een notitie over wat er gebeurt. Druk je op afspelen, dan schuiven de spelers en de bal van de ene stand naar de volgende en zie je de oefening lopen. Je kunt ook stap voor stap door de fases bladeren met Vorige en Volgende, met de teller ertussen die zegt waar je bent.
Dat verschil tussen een lopende animatie en een stilstaand veldplaatje lijkt cosmetisch en is het niet. Een plaatje met pijlen moet je uitleggen; iemand die het plaatje anders leest dan jij, komt daar pas achter als de oefening al drie minuten misgaat. Een animatie hoef je niet uit te leggen. Je loopt met je telefoon naar het net, zet hem aan, en de spelers die het niet begrepen zien in één keer kijken waar ze moeten staan en waar de bal heen gaat. Daarna leg je de telefoon weg en gaat de oefening gewoon lopen.
Diezelfde animatie zit ook in je trainingsplan: een blok dat uit de collectie komt, toont het veldje in plaats van een volgnummer, en één tik op dat blok opent de oefening met de afspeelknop erin. Je hoeft er tijdens de training dus niet voor terug naar de bibliotheek.
Sorteer op aanwezige spelers
Dit is de functie waar het om draait op de avond uit de inleiding. Boven de lijst staan twee schakelaars onder elkaar. De onderste heet Sorteer op aanwezige spelers. Zet je hem aan, dan verschijnt er een regel Aanwezige spelers met een min- en een plusknop en een getal ertussen, en de lijst valt uiteen in drie groepen.
Het getal begint niet op nul. Koach vult meteen het aantal spelers in dat in jouw selectie actief is — meestal de bezetting waar je in je hoofd al mee rekende. Vanaf daar tik je omlaag: twee zieken en drie afwezigen eraf, en je staat op zeven. De teller loopt van één tot dertig, dus ook een gecombineerde training van twee teams of een dubbeltraining met vier man kun je invoeren.
De drie groepen die je daarna ziet, heten precies wat ze zijn:
- Precies genoeg — oefeningen die exact het aantal spelers vragen dat je hebt ingevuld. Iedereen doet mee, niemand staat in de rij.
- Voor minder spelers — oefeningen die met minder toe kunnen. Ze werken, maar er blijven mensen over die je een taak moet geven of in een tweede groepje moet zetten. Ze staan gesorteerd van groot naar klein, zodat wat er het dichtst bij zit bovenaan komt.
- Meer spelers nodig — oefeningen die vanavond niet passen. Ze staan er wel, maar in lichtere letters, en gesorteerd van klein naar groot: bovenaan staat wat je met één invaller uit een ander team alsnog zou kunnen draaien.
Achter elke groepsnaam staat hoeveel oefeningen erin zitten, en achter elke oefening in de lijst staat het aantal spelers dat hij vraagt. Vul je negen in en laat je verder alles staan, dan zegt de app: Precies genoeg · 26, Voor minder spelers · 113 en Meer spelers nodig · 61. Dat is de hele beslissing in één blik.
De derde groep is niet verstopt. 'Meer spelers nodig' staat gedimd maar blijft aantikbaar. Handig als je aan het plannen bent voor een volgende week waarin iedereen er wél is — of om te zien waar je met twee man extra bij zou uitkomen.
Wat de drie groepen je vertellen
De sortering staat niet los van de rest. Zoekterm, categoriefilter en de Koach-schakelaar blijven gewoon werken; de drie groepen worden gemaakt uit wat er ná dat filteren overblijft. Zoek je op de categorie blok met acht spelers ingevuld, dan zie je alleen blokoefeningen, in drie stapels.
Twee uitkomsten verdienen een waarschuwing vooraf. Vul je een klein getal in — vier, vijf, zes — dan wordt Meer spelers nodig ineens de langste lijst, want honderdacht van de tweehonderd oefeningen zijn voor acht tot twaalf spelers gemaakt. Dat is geen storing maar een eerlijk antwoord: met vijf man traint een deel van de collectie simpelweg niet. Wat je dan nodig hebt, staat in trainen met een klein team.
En vul je een groot getal in — twintig, vierentwintig — dan blijft Precies genoeg leeg en valt alles onder Voor minder spelers. Dat komt door die grens bij twaalf. Er is geen oefening in de collectie die twintig spelers tegelijk bezighoudt, want zo'n oefening bestaat eigenlijk niet: bij twintig spelers draai je twee groepen naast elkaar, of een vorm met doorstroming. Hoe je dat organiseert zonder wachtrij, staat in twintig spelers, één veld. De sortering helpt je daar wél mee: hij zet bovenaan wat het dichtst bij jouw aantal komt, zodat je twee oefeningen van tien uitkiest in plaats van er één van twintig te zoeken die niet bestaat.
Eén ding doet de sortering niet: hij leest niet uit wie er vanavond heeft afgemeld. Het startgetal komt uit je selectie, niet uit de aanwezigheidsregistratie van die training. Dat is bewust — je plant vaak dagen vooruit, en dan is dat lijstje nog leeg. In de zaal tik je het getal in twee seconden goed.
Van de lijst naar je trainingsblok
Een oefening uitkiezen is één ding, hem in je avond zetten is het volgende. Open je de training van die datum, dan staat onder het programma de knop Oefening toevoegen. Die opent een blad met dezelfde lijst als de bibliotheek — je eigen oefeningen plus, zolang de Koach-schakelaar aan staat, de tweehonderd meegeleverde — met een zoekveld en dezelfde categoriechips. Tik je er een aan, dan komt hij als blok in je programma te staan, met de naam en de omschrijving al ingevuld.
De duur vul je zelf in, want die kent alleen jij: hetzelfde blok is bij een geroutineerde ploeg acht minuten en bij een jeugdteam dat de vorm nog moet leren twintig. Dat doe je met het potloodje achter het blok. Met de pijltjes ernaast schuif je de volgorde om tot de opbouw klopt — hoe je die opbouw kiest, staat in trainingsblokken: je sessie opbouwen als een programma.
Let op dat het kiesblad in het trainingsplan alleen op naam, categorie en maker filtert. De sortering op aanwezige spelers woont in de oefeningenlijst zelf, die je via de knop Oefeningen boven je trainingen opent. De praktische volgorde is dus: eerst daar kijken met het juiste aantal ingevuld, de twee of drie namen onthouden die eruit springen, en ze daarna in je training erbij zoeken.
Verzamelen kost een seizoen, kiezen kost een minuut
Wie een eigen oefeningenbibliotheek opbouwt, krijgt daar het advies om te stoppen bij dertig tot vijftig goede oefeningen. Honderden zelf verzamelen is verzamelwoede, geen voorbereiding: elke oefening die je zelf vastlegt kost je schrijftijd, en van wat je in een seizoen bij elkaar spaart draai je een groot deel nooit. Dat advies staat nog steeds.
Er zit alleen geen tegenspraak in. Zelf tweehonderd oefeningen samenstellen en uittekenen kost een seizoen; kiezen uit tweehonderd die er al staan kost een minuut. Wat duur is aan een grote verzameling is het maken en bijhouden ervan, niet het bestaan. De collectie is er om uit te putten, niet om compleet te krijgen. Je eigen bibliotheek blijft daarnaast wat hij was: de dertig tot vijftig vormen die bij jouw ploeg horen, met jouw telling en jouw valkuilen erin.
Die twee lopen ook echt in elkaar over. Een meegeleverde oefening kun je niet bewerken — dat zou de collectie voor iedereen veranderen — maar onder elke oefening staat Maak variatie. Daarmee komt er een kopie in je eigen bibliotheek terecht die je wél mag omgooien: een speler erbij, een fase eruit, de telling anders. Vanaf dat moment is het jouw oefening, en werkt hij zoals elke andere die je met de oefeningeditor hebt gemaakt. In de praktijk is dat de snelste manier om aan een eigen bibliotheek te beginnen: niet vanaf een leeg veld, maar vanaf iets dat al loopt.
Dezelfde oefeningen staan ook op de site
Alle tweehonderd oefeningen staan behalve in de app ook op de website, elk met dezelfde animatie, plus coachpunten en variaties in gewone zinnen. Ze zijn vrij te bekijken: geen account, geen inlog, niets te installeren. Per categorie is er een overzichtspagina, en de collectie staat er in zes talen — Nederlands, Engels, Duits, Spaans, Italiaans en Pools.
Dat is handiger dan het klinkt. Je medetrainer die de app nog niet heeft, je assistent die zaterdag invalt, de ouder die vraagt wat zijn dochter thuis kan oefenen: die stuur je een link, en die opent gewoon. Je hoeft niemand eerst te overtuigen iets te installeren om te laten zien wat je bedoelt. En traint er iemand in je vereniging die geen Nederlands spreekt, dan stuur je dezelfde oefening in zijn taal — de naam, de fasenotities en de coachpunten zijn per taal vertaald, het veld en de animatie zijn identiek.
In de app werkt dat net zo: kiest een trainer daar een andere taal, dan zijn de tweehonderd oefeningen mee vertaald. De categorieën blijven onder water hetzelfde, dus een filter dat een Nederlandse trainer instelt levert bij zijn Poolse collega precies dezelfde oefeningen op. Het is één collectie, in zes talen te lezen — en op de avond dat er zeven mensen staan in plaats van twaalf, in drie tikken teruggebracht tot het handjevol dat vanavond werkt.
Veelgestelde vragen
Kan ik een Koach-oefening zelf aanpassen?
Niet rechtstreeks: de meegeleverde oefeningen liggen vast, zodat ze voor iedereen hetzelfde blijven. Onder de oefening staat wel de knop Maak variatie. Die opent meteen de editor met een kopie erin, met jouw voornaam achter de naam, en pas als je daar bewaart komt hij in je eigen bibliotheek te staan. Het origineel blijft ongewijzigd staan.
Kan ik zo'n variatie later weer weggooien?
Ja. Een variatie is vanaf het bewaren een gewone eigen oefening, dus je kunt hem bewerken en onderin de oefening ook verwijderen. De Koach-oefening waar hij van afstamt raak je daarmee niet kwijt; die blijft gewoon in de lijst staan.
Zien mijn medetrainers de oefeningen die ik zelf maak?
Trainers binnen dezelfde vereniging zien elkaars oefeningen, ook die van teams waar ze zelf niet in zitten. Boven de lijst verschijnt dan een rij met namen, zodat je op maker kunt filteren. Bewerken kan alleen de trainer die de oefening gemaakt heeft.
Onthoudt de app het aantal aanwezige spelers voor de volgende keer?
Nee, de sorteerschakelaar en het getal beginnen elke sessie opnieuw. Zet je de schakelaar aan, dan vult Koach zelf het aantal actieve spelers in je selectie in, en vanaf daar tik je omlaag. De schakelaar Koach-oefeningen tonen wordt wel onthouden, per apparaat: zie je de tweehonderd oefeningen ineens niet, kijk dan of die uit staat.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach

