Pesten in de sport: buitensluiten zien en aanpakken | Koach
Open de app
Kennisbank · Coachvak & fysiek

Pesten in de sport: buitensluiten zien en aanpakken

Buitensluiten in een volleybalteam maakt geen geluid. Er wordt niet gescholden en er wordt niemand geduwd — er gebeurt precies niets, en dat is het punt: er wordt niet naar haar gespeeld, haar naam wordt niet geroepen en bij het inspelen blijft ze over. Veel coaches zien het wel, maar twijfelen of het erg genoeg is om er iets van te zeggen. In die twijfelweken groeit het vast.

Leestijd: 8 min

Vijf dingen die je in één rally kunt zien

Het voordeel van volleybal is dat uitsluiting zichtbaar is in het spel zelf. Je hoeft geen gesprekken af te luisteren; je hoeft tien minuten gericht naar één rally-blok te kijken. Dit zijn de vijf dingen waar je op let, en ze zijn allemaal te turven.

  1. Krijgt zij de bal als er iets te kiezen valt? Niet de verplichte ballen, maar de vrije: de setter die kan kiezen, de bal die naar links of naar rechts kan. Tel over tien aanvallen hoe vaak de keuze haar kant op gaat.
  2. Wordt haar naam geroepen? In een rally roepen spelers elkaars naam bij "los", "ik" en "jouw bal". Bij een speler die buiten de groep valt verdwijnt de naam als eerste: er wordt wel geroepen, maar in het algemeen.
  3. Staat zij in de kring na een punt? Kijk niet of ze meedoet, kijk waar ze staat. Een halve meter buiten de kring, of net te laat aangesloten, zegt genoeg.
  4. Wat gebeurt er ná haar fout? Vergelijk het met de fout van een ander. Bij de een klinkt "geeft niet", bij haar valt het stil of kijken twee spelers elkaar aan. Die blik is zo voorbij en is precies waar het om gaat.
  5. Wie blijft over bij het inspelen? Na "zoek een maatje" is de laatste die overblijft geen toeval. Blijft twee trainingen op rij dezelfde speler over, ga er dan niet van uit dat het pech is.

Doe die telling ook één keer voor een willekeurige andere speler. Zonder ijkpunt weet je niet wat normaal is in jouw team: misschien roept niemand namen, misschien roept iedereen behalve naar haar. Dat verschil bepaalt of je verder kijkt of gewoon doortraint.

Plagen, pesten of systematisch buitensluiten

Deze drie krijgen dezelfde reactie terwijl ze een andere aanpak vragen. Toets ze aan drie vragen: wisselt de richting, herhaalt het zich, en kan degene die het overkomt er zelf iets tegen doen?

Verwar het ook niet met een stille speler die zich prima voelt in de marge; hoe je die zichtbaar maakt zonder hem in de spotlights te duwen, staat in een stille speler zichtbaar maken. Het onderscheid zit in de richting: kiest zij voor de rand, of wordt ze erheen geduwd?

De vier plekken waar jij niet staat

Wat je in de zaal ziet is het topje. De vier plekken waar het echt gebeurt, zijn plekken zonder trainer.

Waarom "praat het samen even uit" de zaak verergert

De reflex is om het team in een kring te zetten en te zeggen dat ze het maar even moeten uitpraten. Dat voelt eerlijk en pakt om vier redenen verkeerd uit.

  1. Je maakt haar voor de tweede keer die week het onderwerp, nu met jouw goedkeuring.
  2. Je vraagt haar te vertellen wat er is, in het bijzijn van de mensen die het doen. Dat kan ze niet zonder er later de rekening voor te krijgen. Ze zegt "het valt wel mee", en dat gebruikt de groep vervolgens als bewijs.
  3. Excuses onder dwang lossen zelden iets op. Ze worden een prestatie van de dader — "ik heb sorry gezegd, dus het is klaar" — en verplaatsen het gedrag naar buiten jouw zicht.
  4. Je geeft de groep een stem in de vraag óf het gebeurd is. Jij hebt het gezien; dat staat niet ter stemming.

Schrap ook drie zinnen. "Ze bedoelen het niet zo" maakt de intentie het onderwerp, terwijl het effect het onderwerp is. "Je moet er niet zo op reageren" legt de reparatie bij de speler die het overkomt. "Doe zelf ook eens wat opener" maakt van buitengesloten worden haar eigen ontwikkelpunt.

Wat je wél in de groep doet, is een maatregel aankondigen zonder de zaak te bespreken. "Vanaf vandaag loot ik de koppels" geldt voor iedereen en wijst niemand aan. Omgangsregels vastleggen doe je niet nu maar aan het begin van het seizoen, als er nog niets speelt: zie teamafspraken maken. Regels die je ná het incident invoert, lezen als een vonnis.

Notitiescherm in de app met per speler een gedateerde observatie van wat er tijdens de training gebeurde
Schrijf binnen het uur op wat je zag, met datum en letterlijke woorden. Over een week is je herinnering onbruikbaar als onderbouwing.

De eerste 24 uur, in deze volgorde

Zie je iets dat verder gaat dan plagen, dan ligt de volgorde vast — en hij begint niet met een gesprek.

  1. Binnen het uur: schrijf op wat je zag. Datum, tijdstip, wie, en letterlijk wat er gebeurde — niet je conclusie. "Inspelen: R. bleef als enige over, derde training op rij" is bruikbaar; "de sfeer is niet goed" niet. Zet die aantekening bij de speler zelf, bijvoorbeeld in Koach, zodat er over drie weken een reeks staat in plaats van een gevoel.
  2. Diezelfde avond: één bericht aan je medetrainer of teammanager. Niet in de teamgroep. Met z'n tweeën zie je de volgende training meer dan jij alleen.
  3. Binnen 24 uur: het gesprek met de speler die het overkomt. Apart, buiten de zaal, kort — zie het script hieronder.
  4. Binnen 24 uur: bel haar ouders. Feitelijk, kort, met wat je gaat doen en wanneer je terugbelt.
  5. Pas daarna: het gesprek met de speler of spelers die het doen. Nooit eerst. Doe je dat wel, dan weet de groep het voordat zij gehoord is, en dan is zij degene die geklikt heeft.

Wat je in die 24 uur níét doet: een teamgesprek beleggen, een straf uitdelen of iets in de groepsapp zetten. Alle drie voelen daadkrachtig en alle drie versnellen het probleem.

Vier gesprekken, en wat je erin zegt

Met de speler die het overkomt. Begin met wat je zag, niet met een vraag — "hoe gaat het met je?" levert altijd "goed" op. Zeg: "Ik zag dinsdag dat je bij het inspelen als laatste overbleef en dat er in de rally's niet naar je geroepen werd. Dat viel me op." Stel daarna vier vragen: hoe lang is dit al zo, waar gebeurt het nog meer, wie doet mee en wie helpt, en wat wil je dat er als eerste stopt. Beloof één ding nooit: geheimhouding. Zeg vooraf dat je er iets mee gaat doen, dat je haar vertelt wát, en dat je met haar overlegt hoe. Sluit af met één concreet ding dat de eerstvolgende training anders is.

Met de speler die het doet. Eén op één, nooit met twee tegelijk — dan spelen ze publiek voor elkaar. Beschrijf gedrag en plak geen etiket op: niet "je bent een pester", wel "je riep haar naam gisteren geen enkele keer en na haar fout keek je Sanne aan". Vraag niet waarom hij het deed; dat levert alleen een verdediging op. Vraag wat hij denkt dat het met haar doet, en daarna wat hij dinsdag anders gaat doen. Eindig met één afspraak die zichtbaar en meetbaar is: je roept haar naam bij elke servicebeurt, of je speelt na elke wissel de eerste bal naar haar. Zeg precies één keer wat er gebeurt als het niet verandert.

Met de omstanders. Meestal doet één speler het en kijkt de rest weg. Praat apart met de twee spelers met de meeste status, niet met de hele ploeg: gaan zij haar naam roepen, dan volgt de rest meestal vanzelf.

Met de ouders. Bij de speler die het overkomt: bel dezelfde week, vertel wat je zag, wat je doet en op welke datum je terugbelt, en stel één vraag — wat zien jullie thuis? Kinderen vertellen thuis andere dingen dan in de zaal. Bij de speler die het doet: ook bellen, ook feitelijk, en reken op verdediging als eerste reactie. Je vraagt niet om straf maar om hetzelfde gesprek thuis. Twee dingen doe je nooit: de ouderparen bij elkaar zetten (dat wordt een rechtszaak) en namen van andere kinderen doorgeven. Over de rest van het contact met de zijlijn gaat ouders langs de lijn.

De weken erna: hoe je weet of het echt gestopt is

Een gesprek voelt als een oplossing en is het meestal niet. Plan twee ijkmomenten in je agenda: één na twee weken, één na zes weken. Op allebei doe je precies dezelfde telling van tien minuten als in het begin — hoe vaak haar naam, hoe vaak de vrije bal, waar staat ze na een punt. Dat is het verschil tussen "ik denk dat het beter gaat" en weten.

Kijk daarnaast naar haar aanwezigheid. Daar wordt het vaak als eerste zichtbaar: een kind dat wordt buitengesloten dient zelden een klacht in, het meldt zich af. Meldt ze zich in één maand twee keer af zonder duidelijke reden, ga er dan niet van uit dat dat toeval is. En kijk of ze weer durft te falen — wie niet meer op een moeilijke bal duikt, is niet slechter geworden maar voorzichtiger, en dat herstelt vaak langzamer dan het gedrag van de groep.

Waar jouw rol ophoudt en de club begint

Je bent trainer, geen hulpverlener. In vier situaties is het niet meer van jou alleen:

Dan meld je het bij de persoon die je vereniging daarvoor heeft aangewezen. Bij veel clubs is dat een vertrouwenscontactpersoon of een bestuurslid met jeugdzaken in de portefeuille; of die er is, hoe hij heet en welke meldroute jouw bond voorschrijft, verschilt per land en per bond. Zoek het één keer op vóórdat je het nodig hebt en zet naam en nummer in je telefoon — bij een club die het goed geregeld heeft, staat het in het clubhandboek. Wat je meelevert zijn je aantekeningen, wat je hebt geprobeerd en wat het effect was; niet je oordeel over wie deugt.

Wat je in geen geval doet, is wachten tot het seizoen om is in de hoop dat de indeling het oplost. De speler is dan meestal al weg, en niet met een gesprek maar met een afmelding — zie een kind dat wil stoppen met volleybal.

De ontwerpfix: loot zelf, elke training opnieuw

Hier valt veel te winnen, en het kost geen gesprek. Zolang spelers zelf kiezen met wie ze inspelen, in welk team ze staan en wie er overblijft, geef jij de groep elke week een gelegenheid om de rangorde te bevestigen.

Eén voorwaarde: doe het altijd, ook als de sfeer prima is. Loot je alleen als er iets speelt, dan is loten een straf en weet iedereen precies over wie het gaat. Doe je het het hele seizoen, dan is het gewoon hoe jouw trainingen werken. De preventieve kant — werkvormen die een groep aan elkaar knopen voordat er iets misgaat — doet dit artikel bewust niet over; die staat in teambuilding-oefeningen die echt werken.

Kernpunt: pesten in de sport begint bijna nooit met een scheldwoord maar met een keuze — wie krijgt de bal, wie wordt geroepen, wie blijft over. Kijk daarom naar het spel in plaats van naar de sfeer, tel tien minuten wat je ziet, en haal daarna de keuzes weg waarmee de groep de rangorde elke training opnieuw kan bevestigen.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of het pesten is of gewoon plagen?

Toets het aan drie vragen: wisselt de richting, herhaalt het zich, en kan degene die het overkomt er zelf iets tegen doen? Plagen gaat heen en weer en stopt als je erom vraagt. Blijft het één kant op gaan en verplaatst het zich naar momenten waarop jij niet kijkt, dan is het pesten.

Moet ik het pesten in de groep bespreken?

Niet de zaak zelf. Een kringgesprek maakt de speler voor de tweede keer het onderwerp en dwingt haar om in het bijzijn van de daders te zeggen dat het meevalt. Wat je wel in de groep doet, is een maatregel aankondigen die voor iedereen geldt, zoals het loten van koppels en teams.

Wat doe ik als de ouders van de pester het ontkennen?

Reken op verdediging als eerste reactie; dat is normaal. Blijf bij gedrag met datum en plaats erbij, plak geen etiket en vraag niet om straf maar om hetzelfde gesprek thuis. Spreek een terugbelmoment af over twee weken, en zet de twee ouderparen nooit bij elkaar aan tafel.

Wanneer schakel ik de club of een vertrouwenspersoon in?

Als het doorgaat na twee concrete afspraken en twee weken, als er iets fysieks bij komt, als er een volwassene bij betrokken is, of als de speler zegt dat ze niet meer durft te komen. Wie binnen je club het aanspreekpunt is en welke meldroute je bond voorschrijft, verschilt per land en per vereniging — zoek dat op voordat je het nodig hebt.

Kan ik een speler uit het team zetten die blijft pesten?

Dat is zelden een beslissing van de trainer alleen; bij de meeste verenigingen ligt die bij het bestuur of de technische leiding, en de procedure verschilt per club en per bond. Jouw taak is het dossier: gedateerde aantekeningen, de gemaakte afspraken en wat het effect was. Zonder die feiten wordt het woord tegen woord.

Gebeurt buitensluiten ook in jongensteams?

Ja. De vorm kan anders zijn: minder rond de kleedkamer en meer in het spel zelf, doordat een speler stelselmatig geen ballen krijgt of alleen wordt aangesproken als hij een fout maakt. De vijf signalen uit dit artikel werken daar net zo goed, juist omdat ze naar het spel kijken en niet naar wat er wordt gezegd.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach