De pipe in volleybal: van drie aanvallers naar vier | Koach
Open de app
Kennisbank · Tactiek

De pipe in volleybal: van drie aanvallers naar vier

Drie aanvallers voorin zijn te blokken; vier niet. De pipe is de goedkoopste manier om die vierde erbij te krijgen, want je hebt er geen extra speler voor nodig — alleen een afspraak en een aanloop die er toch al was.

Leestijd: 6 min

Wat een pipe precies is

Een pipe is een aanval vanuit het achterveld door het midden: de speler die op P6 staat, loopt aan door het centrum van het veld, zet af achter de driemeterlijn en slaat de bal ergens tussen zone 3 en zone 6. De set gaat vlak over het net heen, ongeveer anderhalve tot twee meter erboven, en komt naar beneden op een punt zo'n drie tot vier meter van het net.

Je hoort ook wel de term 'bic': dat is dezelfde aanval, maar dan op eerste-tempo-snelheid, waarbij de aanvaller al in de lucht hangt als de setter de bal speelt. Voor de meeste teams is de gewone pipe de haalbare variant en de bic een doel voor later.

De rekensom van het blok

De reden dat de pipe werkt, staat op het bord van de tegenstander. Hun middenblokkeerder moet elke rally kiezen: blijf ik bij jullie middenaanvaller of vertrek ik naar de zijkant? Voeg je een aanvaller toe die precies tussen die twee opties in aanvalt, dan kan hij niets meer goed doen. Vertrekt hij naar links, dan is de pipe vrij; blijft hij in het midden, dan slaat je buitenaanvaller tegen een enkelblok.

Nog belangrijker: dat effect treedt op zodra de dreiging bestaat, ook als je de bal niet speelt. Twee of drie pipes per set zijn genoeg om hun midden de hele wedstrijd te laten twijfelen — hetzelfde mechanisme dat de quick-dreiging van je midden zo waardevol maakt.

Wie loopt de pipe?

Bijna altijd een buitenaanvaller die op dat moment achterin staat, want hij heeft de aanloop en het slagvermogen al. In een 5-1 staat er in elke rotatie minstens één buiten achterin, dus je hebt er altijd een beschikbaar. Twee praktische kanttekeningen. Je libero mag hem niet slaan: hij mag de bal niet boven nethoogte aanvallen. En staat je buitenaanvaller op P5 of P1 in plaats van P6, dan kan hij nog steeds vanuit het achterveld aanvallen, maar dan langs de zijkant in plaats van door het midden — een andere aanval met een andere set.

Live wedstrijdscherm in de Koach-app tijdens een spannende rally
Registreer de pipe gewoon als achterveldaanval, dan zie je na afloop wat de nieuwe optie werkelijk heeft opgeleverd.

Leg hem daarbij vast als achterveldaanval in Koach, dan zie je na de wedstrijd zwart-op-wit wat de pipe heeft opgebracht.

De regel: afzetten achter de driemeterlijn

Een achterspeler mag de bal boven nethoogte aanvallen, maar alleen als hij afzet achter de driemeterlijn — en die lijn hoort bij de voorzone, dus erop staan telt als ervoor. Landen binnen de lijn mag wel. Dat is de enige regel die je aanvaller hoeft te kennen, en tegelijk de fout die beginners het vaakst maken: uit enthousiasme een halve meter te ver doorlopen. Alle details staan in mag een achterspeler aanvallen. Zet in de opbouwfase gerust een lijntje of een pion een halve meter achter de driemeterlijn als visueel ankerpunt.

De set en de timing

Drie afspraken maken het verschil tussen een pipe en een hoge bal in het midden:

  1. De aanloop start vroeg. De pipe-aanvaller begint zijn aanloop op het moment dat de setter de bal raakt, of zelfs een tel eerder — hij heeft meer meters af te leggen dan een buitenaanvaller.
  2. Rechtdoor, niet schuin. Hij loopt recht op het net af, in het verlengde van zijn afzet, zodat hij niet in botsing komt met de midden die zijn quick loopt. Spreek af wie er voorlangs gaat.
  3. De set is vlak en vóór hem. De bal moet naar het punt waar hij naartoe loopt, niet naar waar hij vandaan komt. Een pipe die achter de aanvaller valt, is altijd een fout van de set, nooit van de aanloop.

Wanneer zet je hem in?

Zo bouw je hem op in vier trainingen

  1. Training 1: aanloop en afzet zonder bal, tien keer, met de nadruk op afzetten achter de lijn.
  2. Training 2: setter en aanvaller alleen, vanuit een aangegooide bal, tot de set consequent op dezelfde plek komt.
  3. Training 3: vanuit een echte receptie, met de midden erbij die zijn quick loopt — dan pas leren ze langs elkaar heen te lopen.
  4. Training 4: partijvorm met de afspraak dat elke perfecte pass minstens één pipe-aanloop oplevert, ook als de bal ergens anders heen gaat.

De pipe hoeft niet te scoren om te werken. Zelfs een pipe die geblokt wordt, dwingt hun midden om de volgende rally in het centrum te blijven. Tel dus niet alleen de punten uit de pipe, maar ook wat je buitenaanvaller er in diezelfde set bij kreeg.

Veelgestelde vragen

Wat is een pipe in volleybal?

Een aanval vanuit het achterveld door het midden: de speler op positie 6 loopt door het centrum aan, zet af achter de driemeterlijn en slaat een vlakke set tussen zone 3 en 6. Zo krijg je een vierde aanvaller naast de drie voorin.

Wie loopt de pipe meestal?

De buitenaanvaller die op dat moment achterin staat, omdat hij de aanloop en het slagvermogen al heeft. De libero mag hem niet slaan, want die mag de bal niet boven nethoogte aanvallen.

Vanaf welk niveau kun je een pipe spelen?

Zodra je pass regelmatig in de setterzone komt en je setter een vlakke bal kan neerleggen. Dat kan in de brede amateurklassen prima — het is vooral een kwestie van herhaling en van durven aanlopen.

Wat is het verschil tussen een pipe en een bic?

Dezelfde aanval, ander tempo. Bij een bic hangt de aanvaller al in de lucht op het moment dat de setter de bal speelt, waardoor het blok nog minder tijd heeft. De gewone pipe is de haalbare eerste stap.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach