Mag je een service blokkeren of direct terugslaan?
Een zachte service komt hoog en langzaam over. Een voorspeler springt en stopt hem boven het net af. Punt, denkt de zaal. Punt voor de tegenstander, fluit de scheidsrechter. Dat de service niet geblokkeerd mag worden, weet bijna iedereen; dat een service aanvallen soms wél mag, bijna niemand.
Blokkeren: altijd fout
De regel laat geen ruimte: het blokkeren van de service van de tegenstander is een blokfout (regel 14.6.3). Waar je staat, hoe hard de service is, of de bal binnen of buiten zou vallen — het maakt niets uit. Punt en service voor de serverende partij.
En let op wat 'blokkeren' betekent: hoger reiken dan de bovenkant van het net om een bal van de tegenstander te onderscheppen. Een voorspeler die zijn handen boven de netband steekt en een hoge service aantikt, blokkeert dus — ook al bedoelde hij alleen maar de bal 'even weg te halen' omdat die toch uit ging. Dat is de meest voorkomende variant van deze fout, en hij kost letterlijk een gratis punt.
Aanvallen: alleen fout onder één voorwaarde
Hier wordt het interessanter. De regel over het aanvallen van een service (13.3.5) luidt: het is een fout om een aanvalsslag af te maken op de service van de tegenstander wanneer de bal zich in de voorzone bevindt én volledig hoger is dan de bovenkant van het net.
Beide voorwaarden moeten gelden. Ontbreekt er één, dan is de aanval toegestaan:
- Bal in de voorzone, maar niet volledig boven de netrand. Legaal. Een voorspeler die een lage service met kracht terugslaat, doet niets fout.
- Bal volledig boven de netrand, maar buiten de voorzone. Legaal, mits de aanvaller zich aan de gewone achterspelerregels houdt: een achterspeler moet dan achter de driemeterlijn afzetten. Zie de driemeterlijn-regels.
- Beide voorwaarden tegelijk. Fout: punt en service voor de tegenstander.
De libero is hier strenger af: die mag nergens een bal aanvallen die volledig boven de netrand is, dus ook geen service — zie de netregels voor libero's.

Omdat je een service in de praktijk nooit kunt aanvallen, begint alles bij de pass — en die beoordeel je in Koach per speler op een schaal van 0 tot 3.
Waarom deze regels bestaan
Zonder deze bepalingen zou de service als openingsslag zinloos worden. Een team met drie lange voorspelers zou elke hoge service simpelweg terugblokken of terugsmashen, en het spel zou eindigen bij het eerste balcontact. De regels garanderen dat de ontvangende partij de bal eerst mag opbouwen: pass, set, aanval. Dat is het fundament van volleybal als rallysport.
Het is bovendien een veiligheidsregel. Een serveerder staat na zijn opslag vaak nog buiten balans op of achter de achterlijn; een directe smash terug van vlak bij het net zou hem geen enkele kans geven.
De situaties waarin het misgaat
- De uitgaande service die toch wordt aangeraakt. Een voorspeler steekt zijn handen omhoog bij een service die duidelijk lang gaat. Blokfout — en een punt dat je anders gratis had gekregen. Leer je voorspelers om bij een hoge service de handen naar beneden te houden en opzij te stappen.
- De doorgeschoten pass die de blokkeerder verleidt. Dit is geen service meer; zodra de bal door een medespeler is aangeraakt, gelden de gewone regels en mag je hem gewoon blokkeren.
- De hoge, zachte jeugdservice. Bij de jeugd komt een service regelmatig hoog en traag over de netband. De verleiding om hem af te tikken is groot, maar ook daar geldt gewoon het verbod.
- De overpass van de tegenstander. Ook hier: is de bal al door een ander teamlid geraakt, dan is het geen service meer en mag alles.
Jeugd, CMV en beach
Vanaf de C-jeugd zijn de regels identiek aan die van de senioren. Bij CMV-volleybal wordt op de laagste niveaus niet geblokkeerd en niet gesmasht, dus de situatie doet zich niet voor; op de hoogste CMV-niveaus geldt hetzelfde verbod. In het beachvolleybal is de regel eveneens gelijk: de service mag daar niet geblokkeerd en niet vanuit de voorzone boven nethoogte aangevallen worden.
Wat je hier als coach mee doet
Praktisch komt het neer op één instructie aan je voorspelers: handen laag bij de service. Bouw dat in je receptietraining in door bewust een aantal lange, hoge services te laten gooien en spelers te laten beoordelen of ze uit gaan — met de handen langs het lichaam. Investeer de rest van je tijd in de pass zelf: omdat je een service nooit kunt afstraffen, is de kwaliteit van het eerste balcontact bepalend voor de hele rally. De opstelling waarmee je dat organiseert staat in receptieformaties, de techniek in onderarms passen.
Veelgestelde vragen
Mag je een service blokkeren in volleybal?
Nee, nooit. Het blokkeren van de service is altijd een blokfout, waar je ook staat en hoe de service ook komt. Punt en service gaan naar de serverende partij.
Mag je een service direct terugslaan?
Alleen als niet aan beide voorwaarden tegelijk is voldaan: het is fout wanneer de bal zich in de voorzone bevindt én volledig boven de bovenkant van het net is. Een lage service terugslaan mag dus, net als een aanval van achter de driemeterlijn.
Mag je een service aanraken die duidelijk uit gaat?
Niet met een blokactie boven de netrand — dat is een blokfout en je verliest het punt dat je anders gratis kreeg. Laag wegtikken mag wel, maar dan telt de aanraking als je eerste balcontact en is de bal gewoon in het spel.
Geldt dit ook voor een overgeschoten pass?
Nee. Zodra de bal door een speler van het ontvangende team is aangeraakt, is het geen service meer. Zo'n overpass mag je gewoon blokkeren en aanvallen volgens de normale regels.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach

