Voetfout bij de service: waar mag je precies staan? | Koach
Open de app
Kennisbank · Spelregels

Voetfout bij de service: waar mag je precies staan?

Een voetfout bij de service is het goedkoopste punt dat je kunt weggeven: geen rally, geen kans, gewoon een punt de andere kant op. Toch staat er in de meeste teams wel iemand die er structureel tegenaan loopt. De regel is precies genoeg om er nooit meer discussie over te hoeven voeren.

Leestijd: 5 min

De regel in één zin

Op het moment dat de serveerder de bal slaat — of bij een sprongservice op het moment van de afzet — mag hij het speelveld en de achterlijn niet raken, en ook de vloer buiten de servicezone niet (regel 12.4.3). Direct na dat moment mag alles: in het veld stappen, in het veld landen, over de lijn doorlopen (regel 12.4.4).

De achterlijn hoort dus bij het verboden gebied. Dat is geen willekeur: alle lijnen horen bij het speelveld, zoals je leest in de afmetingen van een volleybalveld. Met je hak nog nét op de lijn staan is dus staan in het veld, en dat is een servicefout: punt en service voor de tegenstander.

Hoe breed en hoe diep is de servicezone?

De servicezone beslaat de volle 9 meter breedte achter de achterlijn en loopt naar achteren door tot het einde van de vrije zone. Hij wordt gemarkeerd door twee streepjes van 15 centimeter, 20 centimeter achter de achterlijn, in het verlengde van de zijlijnen — en die streepjes horen zelf bij de zone. Je mag dus overal achter de achterlijn serveren, ook pal achter positie 5, zolang je binnen het verlengde van de zijlijnen blijft.

Zijwaarts buiten dat verlengde stappen is wél fout. Bij een sprongservice met een schuine aanloop is dat de valkuil: spelers zetten hun aanloop op de vloer buiten de zijlijn-verlenging in en zetten daar ook af. Tot halverwege de jaren negentig was de zone bovendien maar 3 meter breed, in de rechterhoek — vandaar dat sommige oudere spelers nog altijd rechts blijven staan.

Registratie van punten per rally, met per punt het type en de speler
Servicefouten zijn de enige punten die je zonder rally weggeeft — en daardoor de makkelijkste om terug te winnen.

Voetfouten zijn punten die je gratis weggeeft, en dat zie je pas als je ze telt: de servicestatistieken in Koach laten per set zien hoeveel services je team daadwerkelijk weggooit.

Sprongservice: alleen de afzet telt

Bij een sprongservice kijkt de scheidsrechter uitsluitend naar de laatste voetcontacten vóór de sprong. Landen in het veld is niet alleen toegestaan, het hoort erbij — bijna elke sprongserveerder landt een meter binnen de achterlijn. Wat wél misgaat: een aanloop die te kort is opgezet, waardoor de afzetvoet net op de lijn komt. De oplossing is bijna altijd hetzelfde: zet je aanloop een halve meter verder naar achteren in. Meer over de aanloop en de timing lees je in de sprongservice aanleren.

Ook bij een staande float-service ontstaat de fout vaak door de aanloop: één stap naar voren bij het slaan, en de voorste voet raakt de lijn. Wie de service vanaf zo'n twintig centimeter achter de lijn opzet, heeft die marge niet nodig.

Wie ziet het, en hoe wordt het aangegeven?

Bij wedstrijden met lijnrechters kijkt de lijnrechter aan de servicekant naar de voeten en zwaait bij een fout met de vlag langs de achterlijn. Zonder lijnrechters beoordeelt de eerste scheidsrechter het zelf — die staat aan de andere kant van het net en kijkt schuin, wat verklaart waarom kleine voetfouten in de regiocompetitie vaker doorgaan. De bijbehorende signalen staan in alle scheidsrechtergebaren.

Belangrijk: een voetfout wordt gefloten op het moment van het balcontact, niet achteraf. De rally wordt dus niet uitgespeeld — de scheidsrechter fluit direct.

Jeugd, CMV en recreanten

Vanaf de C-jeugd geldt exact dezelfde regel als bij de senioren, inclusief de volle servicezone. Bij CMV-volleybal wordt van dichterbij geserveerd: per niveau ligt een aangepaste servicelijn vast die vóór de achterlijn kan liggen, en die lijn is dan de grens. In recreanten- en bedrijfscompetities wordt de voetfout zelden gefloten, maar de regel is er niet anders — een scheidsrechter die hem toepast, heeft gelijk.

Zo haal je hem uit je team

De andere kant van de serviceregels — de tijd die je hebt — staat in de 8-secondenregel.

Veelgestelde vragen

Mag je op de achterlijn staan bij het serveren?

Nee. De lijn hoort bij het speelveld, dus met je voet op de achterlijn staan op het moment van het balcontact is een voetfout. Punt en service gaan naar de tegenstander.

Mag je na het serveren het veld in stappen?

Ja. Alleen het moment van het balcontact telt, en bij een sprongservice het moment van de afzet. Daarna mag je het veld in stappen of erin landen; dat doet vrijwel elke sprongserveerder.

Hoe breed is de servicezone?

Negen meter: de volledige breedte van het veld, achter de achterlijn, begrensd door het verlengde van de zijlijnen. Naar achteren loopt de zone door tot het einde van de vrije zone.

Wordt een voetfout achteraf gefloten?

Nee, de scheidsrechter fluit direct bij het balcontact en de rally wordt niet uitgespeeld. Zonder lijnrechters beoordeelt de eerste scheidsrechter het zelf, schuin van de andere kant van het net.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach