Nieuwe spelregels volleybal 2026: wat verandert er echt
Elke vier jaar verschijnt er een nieuw FIVB-regelboek, en elke keer gebeurt hetzelfde: in de eerste weken van het seizoen krijg je fluitjes die je niet verwacht en weet niemand in de zaal of dat aan de regel ligt of aan de scheidsrechter. De meeste overzichten die je online vindt, zijn dan al een cyclus oud. Dit artikel is een changelog: wat er in de regeltekst veranderde, wat er onveranderd bleef maar anders wordt beoordeeld, en wat er op dit moment nog in de proefkamer zit.
Waar de regels vandaan komen, en wanneer ze bij jou gelden
Het regelboek dat overal ter wereld de basis vormt, heet Official Volleyball Rules en wordt uitgegeven door de FIVB, de internationale volleybalfederatie. De FIVB stelt die regels vast per olympische cyclus. De vorige editie liep van 2021 tot en met 2024; de huidige editie is de Official Volleyball Rules 2025-2028, begin 2025 gepubliceerd. Dat is meteen het antwoord op de vraag die het vaakst wordt gesteld: er is geen apart regelboek 2026. Wat er in 2026 nieuw voelt, komt uit die editie van 2025.
Tussen de FIVB en jouw zaterdagochtend zit nog een schakel: je eigen bond. Nationale bonden nemen de FIVB-regels doorgaans vrijwel één-op-één over, maar zij bepalen zelf per wanneer, en of alle klassen tegelijk overgaan of alleen de hoogste. Ook wedstrijdzaken die geen spelregel zijn — het aantal sets in je competitie, de opzet bij de jeugd, aanvullende afspraken over het wedstrijdformulier — worden nationaal geregeld. Controleer de ingangsdatum dus altijd op de site van je eigen bond voordat je je team iets nieuws aanleert. De basisregels zelf, van drie contacten tot rotatie, staan ongewijzigd op een rij in het complete volleybalregels-overzicht.
Laatst gecontroleerd op 26 augustus 2026, tegen het FIVB-document met de regelwijzigingen 2021-2024 → 2025-2028 en tegen het FIVB-bericht van 27 februari 2026 over de proefregels voor het internationale seizoen 2026.
1. Het serverende team mag staan waar het wil (regel 7.4)
Dit is de wijziging met de meeste praktische gevolgen. De oude tekst eiste dat beide teams op het moment van de serviceslag in de juiste rotatievolgorde binnen het eigen veld stonden. De nieuwe tekst splitst dat: het ontvangende team moet nog steeds in de rotatievolgorde staan op het moment dat de server de bal raakt, maar de spelers van het serverende team mogen op dat moment elke positie innemen. Beide teams moeten nog wel binnen het eigen veld staan, de server uitgezonderd.
Wat dat betekent: een serverend team kan geen positiefout meer maken. Je blokkeerders staan meteen op hun blokpositie, je spelverdeler staat al bij positie 2 en niemand hoeft nog het bekende sprintje te maken zodra de bal geraakt is. Wat níet verandert, is de serveervolgorde: wie aan de beurt is om te serveren, blijft bepaald door de rotatievolgorde, en serveren buiten de beurt blijft een fout — zie de verkeerde serveerder. Het onderscheid tussen die twee dingen is precies wat coaches in de eerste weken door elkaar halen. De rest van de positieregel is onveranderd en staat, met de rotatievolgorde erbij, uitgelegd bij de positiefout.
Praktisch: loop voor de eerste wedstrijd je zes serveerrotaties één keer door en zet iedereen neer waar hij hoort te beginnen in plaats van waar de oude regel hem dwong te staan. Bij de ontvangende rotaties verandert er niets — daar blijft de volgorde bindend, en blijft een rotatiecheck in bijvoorbeeld Koach of op papier zinvol om te controleren of je opstelling klopt.
2. Schermen bij de service: handen omlaag (regel 12.5.3)
Schermen — een muur van spelers of opgestoken armen waardoor de passer de bal pas laat ziet — was altijd al verboden, maar bleef lastig te fluiten: de scheidsrechter moest inschatten of het zicht op de bal werkelijk werd weggenomen. De nieuwe editie voegt daarom een objectief criterium toe: geen enkele speler van het serverende team mag tijdens de service de handen boven het hoofd heffen, totdat de bal het net is gepasseerd. Daarnaast mag de eerste scheidsrechter een team via de spelaanvoerder waarschuwen als hij vermoedt dat er bewust wordt geschermd.
Dit is de wijziging die je zelf moet aanleren, want spelers doen het onbewust. Een blokkeerder die zijn handen alvast opheft om klaar te staan, een middenspeler die zich uitrekt terwijl de service eraan komt: dat is nu een fout. Drie dingen om af te spreken met je team:
- Handen onder schouderhoogte tot de bal het net gepasseerd is. Dat is het moment dat de regel noemt — niet het moment waarop je eigen server de bal raakt.
- Geen twee spelers achter elkaar in de baan van de service. Ook zonder opgeheven handen blijft collectief schermen verboden.
- Eén vast startsein. Laat je middenspeler "over" roepen op het moment dat de bal het net passeert, zodat niemand zelf hoeft te gokken wanneer de handen omhoog mogen.
Er zit ook een tactische kant aan. Wie doelgericht serveert — op een zwakke passer, op de naad tussen twee passers, op de aanvaller die net uit het veld komt — mag daar gewoon op blijven mikken; alleen het zicht wegnemen mag niet meer. De regel raakt je serveertactiek dus nauwelijks, je opstelling ernaast wel.
3. Buiten de antenne terughalen kan alleen nog na de eerste bal (regel 10.1.2)
De spectaculairste regel van het volleybal is ingeperkt. Tot en met 2024 mocht je een bal die buiten de antenne de vrije zone van de tegenstander in ging, binnen je resterende contacten terughalen, ongeacht welk contact het was. Nu geldt dat alleen nog voor een bal die uit de eerste raakbeurt van je team komt — dus uit de receptie of de verdediging. Gaat een bal uit je tweede of derde raakbeurt buiten de antenne naar de overkant, dan is hij uit op het moment dat hij het netvlak passeert. Er is dan niets meer te redden.
De tweede toevoeging: als je zo'n eerste bal wel mag terughalen maar hij komt niet terug door dezelfde externe ruimte aan dezelfde kant, dan is hij nu expliciet uit. En de tekst noemt voortaan de uitzondering voor de voet die op of boven de middenlijn blijft.
Hierdoor moesten ook de taken van de officials mee: de eerste scheidsrechter, de tweede scheidsrechter en de lijnrechters beoordelen nu naast de service en de derde bal ook de tweede bal die over of buiten de antenne gaat. Praktisch merk je dat aan het tempo: bij een doorgeschoten set klinkt het fluitje meteen, terwijl de zaal vroeger nog even wachtte. De volledige regel rond de doorgangsruimte en de externe ruimte staat in bal buiten de antenne — houd bij het lezen daarvan deze nieuwe beperking in je hoofd.
Voor je training betekent het één ding: de sprint achter een doorgeschoten pass aan blijft de moeite waard, de sprint achter een doorgeschoten set aan niet meer. Zeg dat expliciet, anders blijven spelers rennen voor een bal die al dood is.
4. Drie wijzigingen die je één keer moet lezen
- Over het net reiken na de aanvalsslag (11.1.2). "During an attack hit" is "After an attack hit" geworden. In de praktijk verandert er niets: het balcontact moet in je eigen speelruimte plaatsvinden en je hand mag daarna doorzwaaien. De tekst zegt nu gewoon wat scheidsrechters al deden — zie over het net reiken.
- Langdurig contact boven het net (9.1.2.3). Bij een gelijktijdige aanraking door twee tegenstanders boven het net gaat het spel door, ook bij langdurig contact. Nieuw is de toevoeging dat dit ook geldt wanneer het contact boven het veld van de tegenstander wordt voltooid. Dat is de klassieke situatie uit de joust: doorspelen, niet fluiten.
- Nieuwe libero aanwijzen (19.4). Valt je enige libero uit, dan wijst de coach — of, als die er niet is, de assistent-coach of de spelaanvoerder — een andere speler aan. Bij het aanwijzen zelf stond de assistent-coach al in de oude tekst; nieuw is dat hij nu ook genoemd wordt als degene die de tweede scheidsrechter mag informeren. Alle overige liberobepalingen staan in de liberoregels.
Wat níet veranderde, maar wel anders wordt gefloten
Dit is het deel dat de meeste verwarring veroorzaakt, want je kunt op precies dezelfde actie een ander fluitje krijgen zonder dat er ook maar één woord in het regelboek is aangepast. Het bekendste voorbeeld is de dubbele raak bij de tweede bal. De regeltekst daarover is in deze cyclus niet gewijzigd, maar de beoordeling van een bovenhands gespeelde set is de afgelopen jaren duidelijk soepeler geworden. De FIVB bevestigde dat in februari 2026 door in de proefregels voor het internationale seizoen op te nemen dat een dubbel contact bij de setactie toegestaan blijft, zolang de bal aan dezelfde kant van het veld blijft.
Twee dingen die daaruit volgen. Ten eerste: als je spelers het verwijt krijgen dat "de scheids ineens anders fluit", klopt dat vaak letterlijk — de regel staat er, de interpretatie schuift. Ten tweede: interpretatie schuift niet overal even snel. Een scheidsrechter die dit seizoen zijn cursus deed, kan anders oordelen dan iemand die al twintig jaar fluit met het beeld uit zijn eigen tijd. Dat is geen reden om te discussiëren tijdens de wedstrijd, maar wel om je spelers te leren dat de tweede bal in de ene zaal strenger wordt bekeken dan in de andere.
Ga daarom niet met het regelboek naar de scheidsrechter. Wil je iets weten, gebruik dan je spelaanvoerder en stel één vraag tussen twee rally's door — dat is de enige route die de regels je geven, en het is ook de enige die iets oplevert.
Wat eraan komt: de proefregels van 2026
Op 27 februari 2026 keurde het FIVB-bestuur een reeks proeven goed voor het internationale seizoen 2026. Die worden getest in de Volleyball Nations League, het WK onder 17 en de continentale kampioenschappen — niet in je clubcompetitie. Ze zijn dus geen regel, maar wel de beste voorspelling van wat er in een volgende editie kan belanden. De opvallendste:
- Acht wissels per set in plaats van zes, en een teamlijst van 12 tot 14 spelers met minstens één libero.
- Het ontvangende team mag eerder bewegen: de rotatievolgorde wordt gecontroleerd bij het fluitsignaal van de eerste scheidsrechter, en uit je positie stappen mag zodra de serveerbeweging begint — nu nog pas bij de serviceslag.
- Bal tegen de constructie boven het speelveld: gebeurt dat bij de eerste of tweede bal en blijft de bal speelbaar aan dezelfde kant, dan gaat de rally door.
- Strenger op de aanval: aanvalsacties waarbij de bal van richting verandert, tweehandige aanvallen, duwen, dragen en het met open hand uitspelen van het blok worden niet meer toegestaan.
- Minder fluiten: geen fluitsignaal meer bij duidelijke in- of uitballen, services die het net niet halen, en duidelijke blokaanrakingen waarna de bal direct uit gaat.
- Coach en scheidsrechter: de hoofdcoach mag de eerste scheidsrechter benaderen om een beslissing of een challenge-type toegelicht te krijgen.
- Een aparte serveerwarming-up van 90 seconden, met voor elk team eigen tijd op het veld.
Voor jou als clubcoach is de conclusie kort: verander hier niets voor. Maar als je in het voorjaar op televisie iets ziet wat volgens jouw regelboek niet kan, weet je nu waar het vandaan komt.
Wat je hiermee doet op de eerstvolgende training
Twintig minuten is genoeg om je team bij te praten. Doe het aan het begin van het seizoen, niet na de eerste discussie in de zaal.
- Serveeropstelling opnieuw neerzetten. Zes rotaties, iedereen op zijn eindpositie. Kost tien minuten en levert je meteen een beter georganiseerd blok op.
- Handen omlaag bij de service. Serveer drie beurten waarin één speler bewust zijn handen opsteekt, zodat het team het foutbeeld ziet. Daarna vijf minuten met de afspraak erin.
- Eén zin over de antenne. "Achter een doorgeschoten pass rennen we, achter een doorgeschoten set niet." Meer hoeft niet.
- Zeg wat je niet weet. Controleer bij je eigen bond per wanneer de regels in jouw klasse gelden, en zeg eerlijk tegen je team dat de tweede bal per scheidsrechter anders wordt beoordeeld.
Voor jeugd- en minivolleybalteams geldt bovendien dat veel van deze wijzigingen nauwelijks relevant zijn: in de meeste minivolleybalvormen wordt niet geblokkeerd en spelen kinderen met eigen, vereenvoudigde bepalingen — zie de minivolleybal-regels. De handenregel bij de service is daar wel meteen bruikbaar, al was het maar omdat kinderen die gewoonte anders jarenlang meenemen.
Kernpunt: er is geen regelboek 2026 — er is één FIVB-editie 2025-2028 met zes echte wijzigingen, waarvan er precies twee je training raken: het serverende team staat vrij, en de handen blijven omlaag tot de service over het net is. Al het andere wat 'nieuw' voelt, is interpretatie die schuift, en daar wint niemand een discussie mee tijdens de wedstrijd.
Veelgestelde vragen
Zijn er nieuwe spelregels voor volleybal in 2026?
Er is geen apart regelboek voor 2026. De geldende editie is de Official Volleyball Rules 2025-2028 van de FIVB, gepubliceerd begin 2025, met zes wijzigingen ten opzichte van de vorige cyclus. Wat in 2026 nieuw voelt, komt uit die editie of uit een verschuivende interpretatie.
Mag het serverende team nu overal op het veld staan?
Ja. Op het moment van de serviceslag hoeft alleen het ontvangende team in de rotatievolgorde te staan; de spelers van het serverende team mogen elke positie innemen, zolang ze binnen het eigen veld blijven. De serveervolgorde zelf verandert niet: serveren buiten de beurt blijft een fout.
Wat is de nieuwe regel over schermen bij de service?
Geen enkele speler van het serverende team mag tijdens de service de handen boven het hoofd heffen totdat de bal het net is gepasseerd. Daarnaast mag de eerste scheidsrechter een team via de spelaanvoerder waarschuwen bij vermoeden van bewust schermen. Collectief schermen blijft daarnaast gewoon verboden.
Mag je een bal buiten de antenne nog terughalen?
Alleen als die bal uit de eerste raakbeurt van je team komt, dus uit de receptie of de verdediging. Een bal die uit de tweede of derde raakbeurt buiten de antenne naar de overkant gaat, is uit zodra hij het netvlak passeert.
Gelden de FIVB-regels meteen in mijn eigen competitie?
Niet automatisch. Nationale bonden nemen de FIVB-regels doorgaans vrijwel ongewijzigd over, maar bepalen zelf de ingangsdatum en of alle klassen tegelijk overgaan. Controleer dat op de site van je eigen bond voordat je je team iets nieuws aanleert.
Wanneer komen de volgende regelwijzigingen?
De FIVB stelt het regelboek per olympische cyclus vast, dus de volgende editie wordt na 2028 verwacht. In 2026 loopt wel een reeks proeven in internationale competities, onder meer met acht wissels per set en minder fluitsignalen; die gelden niet in clubcompetities.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach