De setterdump: de tweede bal zelf aanvallen | Koach
Open de app
Kennisbank · Techniek

De setterdump: de tweede bal zelf aanvallen

Er is geen goedkoper punt in het volleybal dan de tweede bal die niemand zag aankomen. Terwijl zes tegenstanders zich klaarmaken voor jouw aanvallers, valt de bal achter het blok op de grond. De setterdump kost niets aan kracht en alles aan timing, en juist daarom werkt hij op elk niveau.

Leestijd: 6 min

Wat een dump doet met de verdediging

Een dump levert niet alleen het punt op dat hij scoort. Zodra de tegenstander weet dat jij het kúnt, moet de middenblokkeerder een fractie langer op jou letten voordat hij naar de aanvaller verplaatst, en moet iemand de zone achter het blok dekken. Die halve seconde twijfel maakt je aanvallers meetbaar effectiever. Eén geslaagde dump per set verandert dus het hele beeld, ook in de rally's waarin je hem niet gebruikt.

Precies daarom is het zonde dat veel spelverdelers hem nooit inzetten. De tweede bal is de enige bal in het spel die jij volledig zelf bepaalt terwijl de tegenstander naar iemand anders kijkt.

Eerst de regels: mag jij hem eigenlijk aanvallen?

Dit is waar het bij veel teams misgaat. Sta je als spelverdeler voorin (positie 2, 3 of 4), dan mag je alles: de bal boven de netrand over het net tikken, slaan, wat je wilt. Sta je achterin (positie 1, 5 of 6), dan mag je een bal die zich volledig boven de netrand bevindt niet aanvallen tenzij je achter de driemeterlijn afzet - en dat doe je bij een dump per definitie niet.

De praktische regel voor een setter die achterin staat: je mag de bal wel over het net spelen, maar hij moet op het moment van contact (deels) onder de bovenkant van het net zijn. Een lage bal met twee handen keurig over het net leggen mag dus altijd; een strakke pass boven de band met één hand overtikken is een aanvalsfout. Alle details staan in mag een achterspeler aanvallen.

De techniek: alles hetzelfde, tot het laatste moment

Het hele wapen staat of valt met verbergen. Een dump die je van tien meter afstand ziet aankomen, is een cadeautje. Dus:

  1. Zelfde voetenwerk. Je loopt naar de bal zoals bij elke set, met de bal boven je voorhoofd en je schouders in de gebruikelijke richting.
  2. Zelfde houding. De handen komen omhoog in het normale mandje. Wie zijn tweede hand vroeg laat zakken, verraadt zichzelf.
  3. Eén hand, op het laatst. Op het moment dat je normaal zou setten, komt één hand door de bal heen: de vingertoppen bij een zachte dump, de knokkels van een halve vuist als je meer zekerheid wilt.
  4. Kort contact. Duwen of tikken, nooit dragen. De bal mag niet tot stilstand komen in je hand.
  5. Kijk niet naar je doel. Kies waar de bal heen gaat vóórdat je onder de bal komt, en houd je ogen daarna waar ze altijd zijn.

Wie moeite heeft met een schone tik: gebruik de knokkels. Een prikbal-achtig contact kan nooit als gedragen bal worden afgefloten en is bij een strakke pass veel betrouwbaarder. De techniek daarachter staat in prikbal, tip en rol-shot.

Punttype kiezen tijdens het live scoren: aanval, blok of service
Een dump geregistreerd als aanvalspunt: zo verdwijnt het punt van de spelverdeler niet in de score.

Waar leg je hem neer?

Kijk bij het opkomen van de pass één keer kort naar de overkant. Wie er in beweging is, is even niet beschikbaar om te verdedigen.

Hoe vaak, en wanneer niet

Eén of twee keer per set is een gezond ritme. Vaker en de tegenstander rekent erop; minder en het dreigingseffect verdwijnt. De beste momenten: na een perfecte pass (dan verwacht iedereen een aanval), op een moment dat de tegenstander net een blokafspraak heeft gemaakt, of vroeg in een set om het zaadje te planten.

De slechte momenten zijn even duidelijk: bij een matige pass (dan sta je niet in balans), op setpunt tegen (te veel risico voor te weinig winst), en direct nadat je er net een hebt gedaan. Wat een goede spelverdeler verder afweegt, lees je bij de rol van de spelverdeler.

Zorg dat hij ook geteld wordt

Een dump verdwijnt in de meeste verslagen: hij staat op het scorebord maar nergens op naam. Leg je per rally het punttype vast, bijvoorbeeld in een app als Koach, dan komt hij als volwaardig aanvalspunt bij je spelverdeler te staan - en dat is precies de erkenning die spelverdelers ervan overtuigt om hem vaker te gebruiken.

Trainen doe je hem het simpelst door hem verplicht te maken: in een spelvorm mag het serverende team pas scoren nadat er in die reeks één keer een tweede bal over is gespeeld. Binnen twee trainingen zit de beweging erin. Verfijnen doe je daarna met de volledige settechniek als basis: hoe geloofwaardiger je normale set, hoe dodelijker je dump.

Veelgestelde vragen

Mag een spelverdeler die achterin staat de bal over het net tikken?

Alleen als de bal op het moment van contact niet volledig boven de netrand is. Een lage bal met twee handen over het net leggen mag altijd; een strakke bal boven de band overtikken is een achterspeler-aanvalsfout en kost een punt.

Met welke hand doe je een setterdump?

Met de hand die het dichtst bij je doel zit, in de beweging die het minst opvalt. Vingertoppen geven de meeste controle, de knokkels van een halve vuist zijn betrouwbaarder onder druk en kunnen nooit als gedragen bal worden afgefloten.

Hoe vaak moet je een dump inzetten?

Eén à twee keer per set. Vaak genoeg om de tegenstander eraan te laten denken, zeldzaam genoeg om hem niet te laten verwachten. Het effect op je aanvallers is minstens zo veel waard als het punt zelf.

Waarom wordt mijn dump steeds verdedigd?

Meestal omdat je hem verraadt: je kijkt naar het doel, laat een hand vroeg zakken of verandert je voetenwerk. Houd alles identiek aan een normale set en kies je richting vóórdat je onder de bal komt.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach