Volleybaloefeningen met z'n tweeën: een hele training
Twee spelers en een zaal die tot negen uur vrij is: veel coaches noemen dat een verloren avond. Ten onrechte. Met twee mensen haal je per persoon meer balcontacten dan in welke teamtraining ook, mits je vormen kiest die geen derde nodig hebben.
Wat met twee spelers juist beter wordt
In een gewone training raakt een speler in anderhalf uur enkele honderden ballen. Met z'n tweeën, met vier ballen aan de kant en zonder rijen, haal je datzelfde aantal in veertig minuten. Alles wat afhangt van herhaling — het platform bij het passen, de handstand bij het setten, de worp bij de service — vaart daar wel bij.
Er komt nog iets bij: correctietijd. Met twee spelers kun je na elke serie een halve minuut praten zonder dat er tien mensen staan te wachten. Dat maakt een tweetraining bij uitstek geschikt voor het aanleren of repareren van techniek, en veel minder voor spelinzicht of teamafspraken.
Het uur in vijf blokken
| Blok | Duur | Inhoud |
|---|---|---|
| 1. Warming-up met bal | 10 min | Overspelen opbouwend, van kort naar lang |
| 2. Pass en controle | 15 min | Aangooi-pass, platformcontrole, verplaatsing |
| 3. Setten | 10 min | Setten in tweetallen, muursetten, hoogte-eis |
| 4. Aanval en verdediging | 15 min | Aanval op eigen worp, verdediging op elkaar |
| 5. Service en afsluiting | 10 min | Serveren met telling, doelzones |
De oefeningen per blok
Blok 1 — opbouwend overspelen. Begin op drie meter afstand bovenhands, ga na twee minuten naar zes meter, dan onderarms, dan om en om bovenhands en onderarms. Sluit af met over het net op negen meter. Telling: series van twintig zonder fout; noteer de langste serie van de avond.
Blok 2 — aangooi-pass met verplaatsing. A gooit strak aan, links en rechts van B, die naar het doelvak past waar A staat. Vijfentwintig ballen, dan wisselen. Fase 2: A gooit over het net vanaf de andere kant, zodat de bal een echte baan heeft. Correctie: passers die met de armen sturen in plaats van met de schouders en de benen — zie onderarms passen.
Blok 3 — setten met hoogte-eis. Zes meter uit elkaar, elke set moet minstens vier meter hoog. Serie van vijftien. Fase 2: één speler zet tegen de muur boven een markering en de ander telt. Elke oefening hier staat ook in de bibliotheek van 200+ geanimeerde oefeningen in Koach, zodat je hem aan het net gewoon op je telefoon openslaat.
Blok 4 — aanval op eigen worp en verdediging. A staat aan het net en slaat vanaf de grond of met een halve sprong naar B, die op zes meter verdedigt en de bal terugspeelt naar A. Tien ballen, dan wisselen. Fase 2: A varieert tussen hard, tip en lang. Dit is de kern van pepper, maar met een duidelijke telling: hoeveel ballen kan B speelbaar terugspelen van de tien.
Blok 5 — service met doelzones. Beiden serveren tegelijk vanaf tegenovergestelde kanten naar een mat in zone 1 en 5. Telling: 2 punten op de mat, 1 punt in het veld, 0 bij een misser; eerste bij 15. Zo hoeft niemand ballen te rapen tussendoor — de tegenstander raapt ze immers op. Meer varianten in serviceoefeningen.

Zwaarder maken zonder derde speler
- Tempo. Verkort de tijd tussen twee ballen: de aangooier gooit de volgende bal zodra de vorige geland is.
- Verplaatsing. Laat de werkende speler na elk contact een lijn aantikken. Twintig ballen met een pendel ertussen is fysiek zwaarder dan veertig zonder.
- Series met consequentie. Serie van tien; bij een fout begint de serie opnieuw. Dat brengt spanning in een oefening waar geen tegenstander is.
- Meer ballen. Vier ballen aan de kant betekent geen enkele onderbreking om te rapen — de grootste tijdwinst die er bij twee spelers te halen valt.
Wat je met twee spelers niet kunt trainen
Wees eerlijk over de grenzen. Blokkeren tegen een echte aanval, receptieformaties, rotaties, spelinzicht en alles wat met communicatie tussen drie of meer spelers te maken heeft, valt weg. Plan die onderdelen dus niet in en probeer ze ook niet te benaderen met een aangooi; je traint dan vooral een namaakversie. Komt het vaker voor dat er maar een handjevol spelers is, kijk dan ook naar trainen met een klein team, waar dezelfde logica geldt voor vier tot zes spelers.
Maak er een techniekavond van, geen halve teamtraining. Kondig het zo aan en de avond krijgt een eigen waarde. Twee spelers die weten dat ze aan hun pass gaan werken, trainen beter dan twee spelers die zich afvragen waar de rest blijft.
Veelgestelde vragen
Kun je met twee spelers een zinvolle volleybaltraining draaien?
Zeker, mits je hem als techniekavond opzet. Pass, set, service en verdediging zijn allemaal in tweetallen te trainen met veel herhalingen. Blok, rotatie en spelinzicht laat je die avond bewust liggen.
Hoeveel ballen heb je nodig voor een tweetraining?
Vier tot zes. Dat lijkt veel voor twee spelers, maar het verschil zit in de raaptijd: met één bal ben je een derde van de avond kwijt aan achter ballen aanlopen.
Is pepper genoeg als je met z'n tweeën bent?
Als warming-up prima, als hele training niet. Pepper heeft geen doelvak, geen telling en geen verplaatsing, waardoor het na tien minuten vooral een routine wordt. Zet er een telling en een hoogte-eis op, of wissel af met de blokken hierboven.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach

