Warming-up oefeningen voor volleybal
Twee rondjes joggen en een kringetje overspelen — de standaard warming-up is vooral een gewoonte. Een goede warming-up bereidt niet alleen spieren voor, maar start je training al voordat hij begonnen is.
De drie taken van een warming-up
- Fysiek: lichaamstemperatuur omhoog, schouders en enkels — de blessuregevoelige plekken van volleybal — actief mobiliseren.
- Technisch: balcontacten maken. Elke minuut zonder bal is een verloren minuut in een zaal die je maar twee keer per week hebt.
- Mentaal: de overgang van werkdag naar training. Een warming-up met telling zet meteen de wedstrijdknop om.
Drie warming-ups die alles doen
1. Tweetallen opbouwend (10 min). Overspelen bovenhands → onderarms → aanval op elkaar met verdediging → over het net. Elke twee minuten een niveau erbij. Simpel, geen materiaal, iedereen raakt honderd ballen.
2. Lummelen 4-tegen-2 (8 min). Vier buiten, twee jagers in het midden. Traint eerste balcontact en communicatie — en er wordt gelachen, wat op maandagavond een functie heeft.
3. Service-pass-pendel (12 min). Twee groepen: serveren en passen, wissel na zes services. Directe voorbereiding op het eerste rally-contact én stille servicetraining — zie ook serviceoefeningen.
Koppel de warming-up aan je focus
De beste warming-up is een voorproefje van de training. Staat er blok op het programma, laat de tweetallen dan eindigen met sprongvormen aan het net; is de focus pass, dan is de service-pass-pendel je opening. Zet je vaste warming-ups in de bibliotheek — het eerste blok van elk programma sleep je er dan zo in.
Schouders eerst. Laat vóór het eerste harde slaan altijd twee minuten rustig inslaan van kniehoogte. De aanvalsschouder is de meest overbelaste plek in volleybal — en de makkelijkst te beschermen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang moet een warming-up duren?
10 tot 15 minuten volstaat voor een training; voor een wedstrijd trek je met inslaan 20–25 minuten uit. Langer is zelden fysiek nodig — het gaat van je kerntijd af.
Is statisch rekken nodig in de warming-up?
Vooraf niet: statisch rekken verlaagt tijdelijk de spierkracht. Kies dynamische mobilisatie (armzwaaien, uitvalspassen); statisch rekken hoort eventueel bij de cooling-down.
Kan de warming-up zonder trainer starten?
Juist wel — een vaste openingsroutine die het team zelf draait, wint tien minuten trainingstijd. Zet hem als eerste blok in het programma en de eerste aanwezigen beginnen gewoon.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach
