Mag een achterspeler blokkeren? De regel die setters betrapt
Je spelverdeler staat achterin, springt bij het net mee omhoog om een overgeschoten bal af te stoppen — en de scheidsrechter fluit. Terecht, maar niet altijd: of dit een fout is, hangt af van één ding, en dat is of hij de bal ook echt raakte.
Wat een blok volgens de regels is
Voordat je kunt beoordelen of iemand fout blokkeert, moet je weten wat een blok is. De FIVB-regel (14.1.1) is exact: blokkeren is de actie van spelers dicht bij het net waarbij zij de bal van de tegenstander onderscheppen door hoger dan de bovenkant van het net te reiken, ongeacht op welke hoogte de bal wordt geraakt.
Twee begrippen zijn daarbij belangrijk. Een blokpoging is een blokactie zonder de bal te raken (14.1.2). Een voltooid blok is een blok waarbij de bal wél wordt geraakt (14.1.3). Dat onderscheid bepaalt alles wat hierna komt.
De regel voor achterspelers
Een achterspeler — de speler op positie 1, 5 of 6 — mag geen voltooid blok maken en geen deel uitmaken van een voltooid groepsblok (regel 14.6.2). Zodra hij bij zo'n blokactie de bal raakt, is het een blokfout: punt en service voor de tegenstander.
De keerzijde is minder bekend: een achterspeler die bij het net meespringt met de handen boven het net maar de bal niet raakt, maakt geen fout. Een blokpoging van een achterspeler is dus toegestaan. Reglementair is het geen probleem dat je middenachter een keer meeschiet; het wordt pas een probleem op het moment dat hij de bal treft.
Voor de libero is de regel strenger: die mag niet blokkeren én geen poging tot blokkeren doen (19.3.2.2). Meespringen met de handen boven het net is voor de libero dus al fout, ook zonder balcontact. Alle overige liberobeperkingen staan in de netregels voor libero's.

Koach laat per rotatie zien wie voorspeler en wie achterspeler is, zodat je spelverdeler precies weet in welke draaiing hij bij het net omhoog mag.
Waarom juist spelverdelers hiertegenaan lopen
In een 5-1-systeem staat de spelverdeler drie van de zes rotaties achterin. Precies daar ontstaat de fout: hij staat vlak bij het net om de tweede bal te kunnen spelen, ziet een slordige pass van de tegenstander over het net komen, en steekt reflexmatig zijn handen omhoog. Raakt hij de bal boven de netrand, dan is dat een voltooid blok door een achterspeler — punt tegen, terwijl het eruitzag als een gratis punt vóór.
Wat wél mag: dezelfde bal spelen met de handen onder de bovenkant van het net. Dan is er geen sprake van een blok, maar van een gewoon eerste balcontact. Je team heeft daarna nog twee contacten en mag hem netjes terugspelen. Alleen: gooi hem dan niet meteen boven de netrand terug over het net, want dan geldt de aanvalsbeperking voor achterspelers uit de driemeterlijn-regels. Waar je je spelverdeler het beste laat starten, lees je in de spelverdeler positioneren.
Vier situaties, vier uitkomsten
- Achterspeler springt mee, raakt de bal boven het net. Blokfout: punt tegenstander.
- Achterspeler springt mee, raakt niets. Geen fout. Ook niet als hij het blok van zijn medespelers optisch compleet maakt.
- Achterspeler tikt de bal weg met de handen ónder nethoogte. Geen blok, maar het eerste van drie teamcontacten.
- Libero springt mee bij het net, raakt niets. Toch fout: voor de libero is de poging al verboden.
Voorin geldt dit allemaal niet
De drie voorspelers (posities 2, 3 en 4) mogen alle drie blokkeren, alleen of samen, en mogen daarbij over het net reiken zodra de tegenstander zijn aanval heeft afgerond — de grenzen daarvan staan in over het net reiken. Een blokaanraking telt bovendien niet mee als teamcontact, waardoor je team daarna nog drie volle contacten heeft; dat werken we uit in telt een blok als balcontact.
Jeugd en CMV
Vanaf de C-jeugd gelden exact dezelfde regels als bij de senioren, inclusief het verbod voor achterspelers. Bij CMV-volleybal wordt op de laagste niveaus helemaal niet geblokkeerd — daar is de vraag dus niet aan de orde, en dat is bewust: kinderen leren eerst de bal spelen, pas later het net verdedigen.
Zo haal je het uit je team
Deze fout is een reflex, geen kennisprobleem. De beste correctie is fysiek: leer je achterspelers dat hun handen bij het net op schouderhoogte blijven en dat zij overgeschoten ballen voor zich uit spelen in plaats van erboven. Bouw het in je warming-up: gooi ballen half over het net en laat achterspelers ze bewust laag terugspelen. Twee sessies zijn meestal genoeg — daarna springt niemand meer mee.
Veelgestelde vragen
Mag een achterspeler blokkeren in volleybal?
Nee, een achterspeler mag geen voltooid blok maken en geen onderdeel zijn van een voltooid groepsblok. Raakt hij bij zo'n blokactie de bal, dan gaan punt en service naar de tegenstander.
Is meespringen zonder de bal te raken ook fout?
Voor een gewone achterspeler niet: een blokpoging zonder balcontact is toegestaan. Voor de libero wel — die mag zelfs geen poging tot blokkeren doen, ook niet zonder de bal te raken.
Mag een achterspeler een overgeschoten bal bij het net wegtikken?
Ja, mits hij dat doet met zijn handen onder de bovenkant van het net. Dan is het geen blok maar een gewoon eerste balcontact en heeft het team daarna nog twee contacten.
Waarom loopt de spelverdeler hier zo vaak tegenaan?
Omdat hij in een 5-1-systeem drie van de zes rotaties achterin staat, terwijl hij wel vlak bij het net opereert om de tweede bal te kunnen spelen. Een reflexmatige handenbeweging boven de netrand is dan zo gemaakt.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach

