Volleybalstatistieken op papier: een werkbaar systeem | Koach
Open de app
Kennisbank · Tools & organisatie

Volleybalstatistieken op papier: een werkbaar systeem

Voor bruikbare statistiek heb je geen software nodig, maar wel discipline: een blad dat je zelf kunt lezen, hoogstens drie dingen tegelijk, en een systeem dat het tempo van een rally aankan. Dit is een methode die zich in de zaal bewijst.

Leestijd: 6 min

Kies eerst wat je niet bijhoudt

De klassieke fout is een blad met acht kolommen dat na anderhalve set halfleeg blijft. Een mens die live turft, kan betrouwbaar twee dingen tegelijk volgen, en drie als hij geoefend is. Meer is een illusie.

Kies daarom per periode. Werk je aan de service, houd dan alleen service bij. Werk je aan de aanval, dan aanval plus fouten. Draai je een maand op receptie, dan alleen passcijfers. Dat is geen verschraling: vier wedstrijden met betrouwbare cijfers over een onderdeel zijn meer waard dan tien wedstrijden met een halfvol blad over alles. Welke cijfers uberhaupt de moeite waard zijn, staat in volleybalstatistieken begrijpen.

Het blad: rijen zijn spelers, kolommen zijn acties

Neem een liggend A4, klembord en potlood — geen pen, want je gaat corrigeren. Links een kolom met rugnummers, met per speler twee regels: een voor set een en twee, een voor set drie en vier. Daarnaast per onderdeel een breed vak waarin je turft.

Zet bovenaan het blad de datum, de tegenstander en welke sets erop staan. Dat klinkt overbodig tot je in maart een stapel bladen zonder kop terugvindt. En laat rechts een smalle kolom leeg voor opmerkingen in twee woorden: 'blok links open', 'service 1 raakt'. Die notities blijken achteraf vaak nuttiger dan de turfjes zelf.

De symbolen

Gebruik tekens die je in een halve seconde zet en die je een week later nog herkent. Dit is een set die internationaal breed gebruikt wordt en die je kunt overnemen zoals hij is.

OnderdeelTekenBetekenis
Aanval#Punt, bal ligt
Aanval/Geblokt of fout: punt tegen
Aanval-Bal komt terug, geen beslissing
ServiceAceDirect punt
Service/Fout: net of uit
Service+Tegenstander uit systeem
Receptie3 / 2 / 1 / 0Perfect / bruikbaar / noodpass / fout
BlokBBlokpunt

Meer symbolen dan dit heb je niet nodig, en elk extra teken kost je snelheid. Wil je het per rotatie uitsplitsen, doe dat dan niet met extra kolommen maar met een streepje onder het teken als het team in serve-ontvangst stond.

Puntregistratie in de Koach-app waarin per punt wordt vastgelegd welke speler scoorde en met welk punttype
Wordt het turven een rem, dan doet Koach dezelfde telling met een tik en rekent de percentages er zelf bij uit.

Bijblijven in het tempo van de rally

Turven gaat mis op de momenten waarop het druk wordt: lange rally's, wissels en het einde van een set. Vier gewoontes lossen dat op.

Zit je alleen langs de lijn en moet je ook coachen, geef het blad dan weg. Een geblesseerde speler, een wisselspeler of een ouder is er beter in dan een coach die tussendoor wisselt — hetzelfde principe als in live scoren delegeren.

Van turfjes naar percentages

Na afloop, in de auto of thuis, reken je twee dingen uit. Aanvalspercentage is (punten min fouten) gedeeld door het totaal aantal aanvallen: acht punten, drie fouten, twintig pogingen geeft (8 - 3) / 20 = 0,25. Wat dat cijfer waard is per niveau staat in aanvalspercentage uitgelegd. Passcijfer is het gemiddelde van je 3-2-1-0-scores: twintig recepties met een som van 42 geeft 2,1.

Schrijf die twee getallen op het blad zelf en niets meer. Een schoenendoos met bladen waarop de uitkomst al staat, is een seizoensoverzicht. Een stapel bladen waarop je nog moet rekenen, is een stapel bladen.

Papier heeft echte voordelen: het is gratis, gaat nooit leeg, valt niet uit in een zaal zonder bereik, en niemand kijkt je scheef aan omdat je op je telefoon staat. Voor een team dat vier keer per seizoen meet om een trainingsdoel te controleren, is een klembord de betere keuze — niet de op een na beste.

Wanneer je het beter digitaal doet

De grens ligt bij frequentie en bij vergelijken. Wil je elke wedstrijd meten, cijfers per speler over een heel seizoen naast elkaar leggen of terugkijken hoe iemand zich sinds november ontwikkelt, dan wordt overtypen het echte werk — en dat is precies het punt waarop een stapel bladen stilletjes doodbloedt. Houd je twee keer per maand een onderdeel bij om een trainingsdoel te toetsen, dan blijft papier prima. Zie ook puntregistratie per speler voor wat een digitale registratie er precies bij oplevert.

Veelgestelde vragen

Welke statistieken houd je als beginner bij op papier?

Begin met een onderdeel: punten en fouten per speler in de aanval. Dat levert direct een aanvalspercentage op en is in je eentje bij te houden. Receptie of service voeg je pas toe als het eerste blad drie wedstrijden lang compleet blijft.

Hoeveel mensen heb je nodig om te turven?

Een persoon voor een team en hoogstens twee onderdelen. Wil je beide teams volgen of meer onderdelen meenemen, dan heb je een tweede blad en een tweede persoon nodig.

Hoe reken je een aanvalspercentage uit vanaf papier?

Punten min fouten, gedeeld door het aantal aanvalspogingen. Acht punten, drie fouten en twintig pogingen geeft 0,25. Noteer die uitkomst direct op het blad, anders blijft het rekenwerk liggen.

Is papier nauwkeuriger dan een app?

Nee, wel rustiger als je maar een ding bijhoudt. Het verschil zit in het gebruik achteraf: papier is prima voor losse metingen, digitaal wint zodra je wedstrijden en spelers over een heel seizoen wilt vergelijken.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach