Volleybaloefeningen · Aanval
Bal-Setter-Bal-Hitter
Twee ballen achter elkaar, zonder pauze. De aanvaller landt van zijn eerste smash en moet meteen terug, terwijl de trainer de volgende bal al inspeelt. Dat herstel na de landing is waar rally's op stuklopen, en het is precies wat in een gewone aanvalslijn nooit aan bod komt.
Fase 1 van 9De trainer staat aan de overkant met twee ballen; de spelverdeler wacht bij het net
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Coach digt naar de setter, die zet en de aanvaller valt aan; direct volgt een tweede bal voor gamelike ritme.
- Herstellen: na de landing direct terug in plaats van het resultaat nakijken.
- Twee volwaardige aanlopen achter elkaar, met dezelfde kwaliteit in de tweede.
- De spelverdeler die twee keer snel achter elkaar uit een ingespeelde bal moet zetten.
Coachpunten
Kijk je bal niet na, draai je om en loop terug.
Nakijken kost een halve seconde en die halve seconde is precies je aanloopruimte voor de volgende bal. In de wedstrijd is dat het verschil tussen aanvallen en aantikken.
Herstel achteruit, met je gezicht naar het net.
Wie zich omdraait om terug te lopen, verliest de bal uit het oog en moet zich opnieuw oriënteren terwijl de set al onderweg is.
De tweede aanloop is even lang als de eerste.
Onder tijdsdruk knijpen spelers hun aanloop af tot twee passen. Laat ze liever iets later vertrekken en volledig doorlopen dan vroeg met een halve aanloop.
Spelverdeler: eerst je voeten onder de bal, dan pas je handen.
Bij twee snelle ballen achter elkaar gaat hij reiken. Een set uit reikstand komt lager en korter, en dan loopt de aanvaller er weer overheen.
Variaties
- Makkelijker
- Eén bal per ronde met een korte pauze ertussen. Bouw pas op naar twee als het achteruit herstellen vanzelf gaat.
- Moeilijker
- Drie ballen achter elkaar, waarvan de derde bewust ver van het net wordt ingespeeld zodat er uit een out-of-system set gescoord moet worden.
- Met zes spelers
- Twee aanvallers om en om: de een slaat de eerste bal, de ander de tweede. Zo blijft het tempo hoog en houd je toch volledige aanlopen.
- Als wedstrijdje
- Een serie telt alleen als beide ballen in het veld vallen. Wie het eerst drie volledige series heeft, mag stoppen.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: oefeningen voor de buitenaanvaller · de timing tussen spelverdeler en aanvaller · van verdediging naar aanval