Open de app

Volleybaloefeningen · Verdediging

Bovenhands verdedigen

Een harde bal op hoofdhoogte is met de armen niet meer te halen: je handen zijn er eerder dan je platform. Deze vorm traint dat ene contact — het kommetje boven het voorhoofd — waarmee je een bal die anders langs je oor was gegaan alsnog in het veld houdt.

1 speler 6 fases ± 10 min 6 ballen, half veld Vanaf de B-jeugd, met stevige vingers
1 1

Fase 1 van 6Trainer met de bal aan het net, verdediger in het midden

1 = de verdediger Trainer Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

Harde bal op hoofdhoogte met een "kommetje" boven het voorhoofd gecontroleerd omhoog kaatsen; twee herhalingen.

Coachpunten

Handen omhoog voordat de bal komt, niet als hij er al is.

De bal is sneller dan je armen. Wie zijn handen laag houdt, moet ze door de baan van de bal heen omhoog brengen en raakt hem met de vingertoppen — dat is precies hoe vingers geblesseerd raken.

Duimen richting je voorhoofd, ellebogen naar buiten.

In die stand vangen de handen de druk op via de onderarmen. Met de duimen naar voren klapt de hand terug en gaat de bal alsnog het veld uit.

Stevige vingers, geen zwaai.

Bij een harde bal maak je de bal niet, je remt hem af. Elke beweging naar de bal toe voegt snelheid toe die je niet kunt sturen.

Alles boven het voorhoofd bovenhands, alles daaronder onderarms.

Zonder die grens gaan spelers ballen op borsthoogte ook bovenhands proberen, en dat is de meest voorkomende oorzaak van teruggeslagen vingers bij de jeugd.

Variaties

Makkelijker
Gebruik een zachtere of lichtere bal en laat de trainer bovenhands hard gooien vanaf vier meter, zodat de baan klopt maar de snelheid niet intimideert.
Moeilijker
De trainer wisselt tussen hoofdhoogte en net onder de schouder; de speler kiest zelf tussen bovenhands en onderarms en moet die keuze hardop maken.
Met zes spelers
Drie tweetallen naast elkaar op de breedte van het veld: één gooit hard, één verdedigt, en de derde vangt de kaats op. Doorschuiven na vijf ballen.
Als wedstrijdje
Tien ballen per speler; een punt als de kaats binnen twee meter van de vanger valt. Een bal die de speler laat gaan kost een punt.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: verdedigen: houding en techniek · de bovenhandse handvorm · korte ballen boven het hoofd

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen