Volleybaloefeningen · Aanval · Blokkeren
Continue transitie (blok-aanval)
Blokken, landen, uitzakken naar de aanvalslijn en direct zelf aanvallen — en daarna meteen weer klaarstaan aan het net. Het is een aanvalsoefening met een conditie-element erin verstopt: de kwaliteit van de vierde herhaling zegt meer dan die van de eerste.
Fase 1 van 6De tegenstander staat klaar bij het net met de bal; onze speler blokt op positie 4
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Blokken, uitzakken naar de aanvalslijn en direct aanvallen; herhalend met conditie-element.
- De overgang van blok naar aanval: landen, wegdraaien en uitzakken.
- Een volledige aanloop maken vanaf de 3-meterlijn, ook als je moe bent.
- Na de landing direct weer klaarstaan voor het volgende blok.
Coachpunten
Land van je blok en draai meteen weg van het net.
Wie recht achteruit stapt, houdt geen ruimte over om aan te lopen. Een kwartslag draaien en dan naar achteren lopen scheelt een halve seconde.
Zak uit tot achter de aanvalslijn, niet tot halverwege.
Een aanloop van anderhalve meter is geen aanloop. Beter een bal missen doordat je te ver terugliep dan er twintig slaan vanuit stilstand.
Kijk tijdens het uitzakken over je schouder naar de spelverdeler.
Anders weet je pas wat je krijgt als de bal er al is. Het uitzakken is precies het moment om de set te zien aankomen.
Bij vermoeidheid gaat eerst de armzwaai kapot, dan pas de aanloop.
Let op spelers die nog wel lopen maar met een gestrekte arm gaan slaan. Dat is het signaal om de serie te stoppen; daarna train je een verkeerde beweging in.
Variaties
- Makkelijker
- Zonder blok: de speler tikt het net aan, zakt uit en valt aan. De loopweg blijft, de sprong verdwijnt.
- Moeilijker
- Drie of vier herhalingen achter elkaar zonder pauze, waarbij de tegenstander steeds sneller inspeelt.
- Met zes spelers
- Drie spelers in een carrousel: één blokt, één valt aan, één rust. Na elke bal schuift iedereen een rol door.
- Als wedstrijdje
- Vijf blok-aanvalcombinaties per speler. Een blokaanraking is een punt, een aanval in het veld ook. Hoogste totaal wint.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: van verdediging naar aanval · voetenwerk en timing bij het blok · sprongkracht en herhaalde sprongen