Volleybaloefeningen · Serveren · Passen
Serveren op zones met vangers
Zeven vangers bezetten de zones van het hele veld en vier serveerders werken ze langs: kort, diep, kort, diep. De vanger is hier geen passer maar een levend doel — hij vangt en stuurt terug, zodat elke service meteen een uitslag heeft. Het wisselen tussen kort en diep is de eigenlijke oefening, niet het raken op zich.
Fase 1 van 9Vier serveerders aan de servicelijn, zeven vangers bezetten de zones
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Service-oefening: vier serveerders serveren over het net naar zeven vangers die de zones bezetten.
- Om en om kort en diep serveren, zonder tussenbal om aan de nieuwe afstand te wennen.
- Diepte regelen met het raakpunt in plaats van met kracht.
- In beeld krijgen welke zones voor jouw service haalbaar zijn en welke nog niet.
Coachpunten
Kort en diep verschillen in raakpunt, niet in snelheid.
Wie kort wil serveren remt af, wie diep wil gaat rammen. Het verschil hoort te zitten in waar je de bal raakt: onder het midden gaat hij ver, op het midden blijft hij kort.
Na een korte bal komt een diepe: laat de vorige los.
Spelers dragen de correctie van hun vorige bal mee. Was die te kort, dan wordt de diepe automatisch te ver. Elke service begint opnieuw bij nul.
De vanger blijft in zijn zone staan en reikt hooguit.
Een vanger die twee meter loopt om de bal te halen, keurt elke service goed. Alleen wat hij vanaf zijn plek kan pakken telt als geraakt.
Serveer zone 1 en 5 diep, zone 2 en 4 kort.
Diep in de hoeken is voor een passer lastig omdat hij achteruit moet. Kort op de voorposities is lastig omdat de spelverdeler er doorheen loopt. Dat zijn de twee ballen die het meeste opleveren.
Variaties
- Makkelijker
- Alleen de diepe zones (1, 6 en 5) en de vanger mag twee stappen zetten. Serveren mag vanaf de 3-meterlijn.
- Moeilijker
- De serveerder noemt zijn zone én of hij kort of diep gaat; alleen als allebei klopt, telt de bal.
- Met zes spelers
- Twee serveerders en vier vangers die alleen de achterste zones bezetten. Na vijf ballen wisselen serveerders en vangers van rol.
- Als wedstrijdje
- Elke serveerder krijgt acht ballen, om en om kort en diep. Twee punten voor een geraakte zone in de juiste diepte, nul voor de rest; het hoogste totaal wint.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: kiezen tussen kort en diep serveren · de zones 1 tot en met 6 · elf spelers aan het werk houden op één veld