Volleybaloefeningen · Serveren · Passen
Service-receptie in W-formatie
Vijf passers in W-opstelling met de libero midden achterin, drie serveerders aan de overkant. Het verschil met een gewone receptievorm zit in wat er gebeurt bij de ballen die je níét neemt: de libero schuift elke keer mee, ook als hij niet aan de bal komt. Zo wordt zichtbaar dat een receptie met vijf spelers beweegt en niet met één.
Fase 1 van 7Vijf passers in W-opstelling met de libero in het midden; drie serveerders klaar
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Servicedruk oefenen: drie serveerders slaan in, vijf passers vangen op in W-formatie en spelen naar de spelverdeler.
- Meebewegen zonder de bal te nemen: dekking achter de speler die hem wel speelt.
- De libero als tweede kans achter allebei de buitenpassers.
- Elke pass naar hetzelfde punt bij de spelverdeler, ongeacht wie hem speelt.
Coachpunten
Wie de bal niet neemt, zet toch een halve stap richting de bal.
Dat is geen beleefdheid maar dekking: bij een verkeerd ingeschatte float staat de tweede speler dan al goed. Naast de passer blijven staan helpt niemand.
De libero staat een halve meter dieper dan de rest.
Vanuit die positie ziet hij de hele receptie voor zich en kan hij naar voren op de bal. Op één lijn met de buitenpassers is hij vooral een extra obstakel.
De buitenpasser draait zijn platform naar de spelverdeler, niet naar het net.
Passen in de richting van het net levert een bal op die van de spelverdeler wegloopt. Het platform wijst naar de plek waar de bal heen moet, niet naar de overkant.
Serveer op de buitenpassers en varieer alleen de diepte.
In een wedstrijd komt de overgrote meerderheid van de services op de buitenposities. Door alleen de diepte te wisselen train je precies dat, zonder de vorm om te gooien.
Variaties
- Makkelijker
- Serveren vanaf de 3-meterlijn en rustig bovenhands, of de trainer gooit de ballen in. De receptie mag vangen en overgooien zolang de voetenpositie klopt.
- Moeilijker
- De spelverdeler zet de bal door naar positie 4 in plaats van hem te vangen. Een pass waar niets uit te zetten valt, telt niet mee.
- Met zes spelers
- Drie passers, de libero en de spelverdeler tegenover twee serveerders. Met drie passers worden de vakken breder en moet er veel meer geroepen worden.
- Als wedstrijdje
- Drie punten voor een pass die de spelverdeler zonder stappen kan zetten, één voor een speelbare bal, nul voor de rest. Twintig ballen, daarna wisselen de serveerders met de receptie.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: receptieformaties met drie, vier of vijf spelers · oefeningen voor de libero · een floatservice lezen en passen