Volleybaloefeningen · Teamwork · Aanval
Set-up carrousel spelverdelers
Drie spelverdelers aan het net, aanvallers ernaast, een wachtrij en een ballenaangever: iedereen is tegelijk bezig. De carrousel bestaat omdat de eerste spelverdeler normaal honderd ballen per training zet terwijl je andere setters staan toe te kijken.
Fase 1 van 9Drie setstations aan het net, aanvallers klaar en een wachtrij; de ballenraper heeft de bal
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Teamwork: drie spelverdelers werken beurtelings een set af terwijl aanvallers en ballenrapers doorrouleren.
- Meerdere spelverdelers tegelijk laten zetten in plaats van om de beurt.
- De timing tussen set en aanloop, met steeds een andere aanvaller.
- Vlot doorrouleren zodat er bij geen enkel station een rij ontstaat.
Coachpunten
De spelverdeler bepaalt de hoogte, de aanvaller past zijn aanloop aan.
Andersom werkt niet: een setter die per aanvaller anders zet, leert zijn eigen bal nooit kennen. Laat de aanvaller zich aanpassen, niet de setter.
Aankondigen wie er komt, elke bal opnieuw.
In een carrousel is de aanvaller telkens een ander. Zonder korte roep zet de spelverdeler naar de plek waar de vórige aanvaller stond.
De ballenaangever speelt met een vaste boog en een vast tempo.
Zijn bal is de pass die de setter oefent. Wisselt die per keer, dan traint je spelverdeler iets anders dan jij denkt te trainen.
Doorschuiven doe je lopend.
Drie stations werken alleen als er om de paar seconden een bal ingaat. Eén trage groep en de andere twee staan stil — dan is het geen carrousel meer, maar een wachtrij met uitzicht.
Variaties
- Makkelijker
- Twee stations in plaats van drie, en alleen hoge ballen naar positie 4. De aanvaller mag de set vangen om te beoordelen of hij goed lag.
- Moeilijker
- De aanvaller roept zijn tempo pas tijdens de aanloop. Of: de aangever speelt met opzet een matige bal, zodat de spelverdeler uit verplaatsing moet zetten.
- Met acht spelers
- Twee stations, twee aanvallers per station en één ballenaangever, die elke ronde wisselt met een aanvaller zodat niemand blijft aangeven.
- Als wedstrijdje
- Elk station telt de aanvallen die na een goede set binnen het veld vallen. Twee minuten per ronde, daarna schuiven de spelverdelers een station op.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: de timing tussen spelverdeler en aanvaller · aanvalstempo's van hoge bal tot eerste tempo · een beginnende spelverdeler positioneren