Volleybaloefeningen · Wedstrijdvormen
Speedball 6-6
Speedball haalt de service eruit: de trainer voert de ballen in en zodra een rally dood is ligt de volgende al in het veld. In een kwartier speel je bijna twee keer zoveel rally's als in een gewone oefenwedstrijd. Wat er als eerste stukgaat is niet de techniek maar de organisatie — spelers staan nog te kijken waar de vorige bal viel.
Fase 1 van 8Geen service: de trainer staat met de eerste bal klaar naast het veld
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Geen serve; de coach voert continu ballen in zodat er nauwelijks dood spel is. Transitie en organisatie.
- Omschakelen van verdediging naar aanval zonder tussenstap.
- De basisstand terugvinden terwijl de volgende bal al onderweg is.
- Fysiek volhouden: veel rally's kort achter elkaar, nauwelijks dood spel.
Coachpunten
De trainer wacht na een punt nooit langer dan drie tellen.
Zodra je langer wacht, wordt het een gewone oefenwedstrijd. De hele opbrengst zit in het ontbreken van herstelmomenten.
Niemand raapt ballen tijdens het spel.
Zet twee spelers of ouders langs de kant als raper. Anders staat er halverwege een speler te bukken op de plek waar de aanval landt.
Roep wie de eerste bal neemt vóór de trainer ingooit.
Bij dit tempo is er geen tijd om te overleggen tijdens de bal. Teams die vooraf roepen, houden het twee keer zo lang vol.
Speel blokken van vijf minuten en tel de punten hardop.
Zonder telling zakt het tempo binnen twee minuten in. Met een korte blokduur weet iedereen dat vol doorgaan haalbaar is.
Variaties
- Makkelijker
- De trainer voert hoog en aangespeeld in, met vier tellen tussen de ballen. Zo blijft er tijd om terug te lopen naar de basis.
- Moeilijker
- De trainer voert afwisselend links en rechts in, en soms direct als downball op de driemeterlijn. Twee ballen per rally is toegestaan: valt de eerste dood, dan komt de tweede meteen.
- Met acht spelers
- Vier tegen vier op een smaller veld en één ballenraper per kant. Het tempo blijft hetzelfde, de loopafstanden worden groter.
- Als wedstrijdje
- Twee blokken van vijf minuten, kant wisselen halverwege. Het team met de meeste punten over beide blokken wint; een bal die de trainer verkeerd invoert telt niet mee.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: van verdediging naar aanval schakelen · meer balcontacten per speler halen · conditie voor volleyballers