Wat ziet een speler in de app van zijn coach? | Koach
Koach Koach
Interviews
Interview · 13 september 2026

“Zodra een speler de cijfers van een teamgenoot kan zien, is het geen team meer”

Coach Dennis Boekhout over spelersaccounts: zijn eigen cijfers wel, die van een teamgenoot nooit, en side-out per rotatie helemaal niet.

Wat de speler ziet

Een coach die zijn team uitnodigt in een app, geeft elf mensen een sleutel tot cijfers die tot dan toe alleen op zijn eigen telefoon stonden. Wat ziet een speler daar dan van? Zijn eigen aanwezigheid, zijn eigen punten, zijn eigen speeltijd — en van zijn teamgenoten niet meer dan een naam en een rugnummer. Dennis Boekhout legt uit waarom die grens er zo strak ligt.

Een gesprek over spelersaccounts: wat er wel en niet op het scherm van een speler verschijnt, waarom side-out per rotatie er helemaal buiten valt, en waarom een ranglijstje binnen een team volgens hem meer kapotmaakt dan het oplevert.

Spelers een eigen account geven — waarom zou een coach dat willen?

“Omdat ik anders hun postbode ben. Vroeger zat ik op zondagavond in de groepsapp te turven wie er dinsdag kon: vijf berichten, drie duimpjes, twee mensen die niks zeiden. Dat zette ik dan over in een spreadsheet die alleen ik kon lezen. Een speler met een account meldt zich gewoon zelf aan of af, en ik zie het meteen.

“Maar zodra je iemand binnenlaat, moet je een vraag beantwoorden die je daarvoor niet had: wat mag hij zien? Ik heb cijfers over elf mensen op mijn telefoon staan. Dat is nogal wat om zomaar open te zetten.”

De spelerslijst van de coach met dertien spelers, elk met rugnummer, positie en leeftijd; bij meerdere namen staat het label Uitgenodigd en bij één een zwart vinkje.
Het vinkje betekent dat die speler een account heeft — vanaf dat moment kijkt er iemand mee.

Wat krijgt hij te zien als hij de app openmaakt?

“Zijn eigen scherm. Bovenaan Jouw aanwezigheid, een balk met zijn percentage over het seizoen. Daaronder Jouw prestaties: aanval, blok en service met de aantallen erachter. Dan Wedstrijdstatistieken — gewonnen, verloren, sets — en de eerstvolgende training en wedstrijd.

“Alles op dat scherm gaat over hem. Het is geen uitgeklede versie van mijn coachscherm, het is een ander scherm.”

Het beginscherm van een speler: een balk met zijn aanwezigheidspercentage, daaronder Jouw prestaties met aanval 51, blok 11 en service 8, en verder wedstrijdstatistieken met gewonnen, verloren en sets.
Vier blokken, allemaal over hemzelf: zijn opkomst, zijn punten, zijn wedstrijden, zijn volgende training.

En als hij in de spelerslijst op een teamgenoot tikt?

“Dan gebeurt er niets. Hij ziet de lijst wél — namen, rugnummers, wie de aanvoerder is, wie geblesseerd is — maar alleen zijn eigen rij heeft een pijltje. De rest opent niet. Zelfs de leeftijd van een teamgenoot staat er voor hem niet bij; die zie ik als trainer, hij niet.”

Dat klinkt streng. Een beetje onderlinge competitie motiveert toch?

“Zodra een speler de cijfers van een teamgenoot kan zien, is het geen team meer maar een ranglijstje. En een ranglijstje in een kleedkamer kost je meer dan het oplevert. De jongen met de meeste punten weet dat toch al; de jongen onderaan sleept het de rest van het seizoen met zich mee.

“Ik wil dat ze op het veld naar elkaar kijken, niet op de bank naar elkaars statistieken. Vergelijken is mijn werk, niet het hunne.”

Wat ziet hij dan wél van een gespeelde wedstrijd?

“Bijna alles wat over het team gaat. De uitslag met de setstanden, wie er aanwezig en afwezig waren, de foutverdeling, het momentum per set. Bij Receptie staat het teamgemiddelde er gewoon, met het aantal passes erbij — en daaronder alleen zijn eigen cijfer.

“Bij prestaties, speeltijd en servereeksen staat er precies één regel: die van hem. Waar bij mij Spelersprestaties staat, staat bij hem Jouw prestaties. Zelfde wedstrijd, andere pagina.”

Een gespeelde wedstrijd in het scherm van de coach: 3-0 gewonnen met drie setstanden, 109 punten en 9 fouten, de aanwezige en afwezige spelers, en daaronder Spelersprestaties met per speler punten en fouten.
Dit is mijn scherm, met de hele ploeg eronder. In dat van de speler staat op die plek precies één regel.

En side-out per rotatie?

“Krijgt hij helemaal niet. Niet zijn eigen getal, niet dat van het team — dat blok slaat de app bij een spelersaccount over.

“Side-out per rotatie is geen cijfer over één speler, het is een cijfer over zes mensen die op dat moment samen in het veld staan. Staat rotatie twee op 38 procent, dan is dat een gesprek: over de service van de tegenstander, over de aanname, over wie er op dat moment voorin staat. Dat gesprek voer ik in de zaal. Niet via een balkje dat iemand op de bank openslaat en op zichzelf betrekt.”

Aanmelden voor trainingen, hoe werkt dat voor hem?

“Bij een training zijn het twee knoppen: ik kom, of ik kom niet. Kiest hij ik kom niet, dan vraagt de app om een reden, en die reden lees ik erbij. Bij een wedstrijd is er een derde antwoord: ik kom kijken. Klinkt klein, scheelt me elke week gedoe — geblesseerd maar wel langs de lijn is iets anders dan afwezig.

“En er is één knop waarmee hij zich voor alle trainingen tegelijk aanmeldt. Wie standaard komt, is in één tik klaar en hoeft zich alleen nog af te melden als het een keer niet lukt. Wie er komen mag hij trouwens wel zien: dat is geen cijfer over iemand, dat is gewoon praktisch.”

Het trainingsoverzicht zoals een speler het ziet, met bovenaan de oranje knop Aanmelden alle trainingen en daaronder de trainingen met datum, focus en het aantal aanwezigen.
Eén tik voor het hele rijtje; afmelden gaat daarna per keer, met een reden erbij.

Je geeft ook huiswerk mee. Hoe ziet dat er bij hem uit?

“Ik open een oefening, tik op Huiswerk meegeven en vink aan wie hem thuis gaat oefenen — iedereen, of drie namen. Bij die spelers verschijnt de oefening op hun beginscherm, met eronder: door je trainer meegegeven om thuis te oefenen.

“Hij opent hem en ziet dezelfde animatie als ik. Geen foto van een whiteboard, geen appje met ‘doe dit even’. Hij ziet gewoon wat de bedoeling is.”

Het blad Huiswerk meegeven over een oefening heen, met de zin Kies wie deze oefening thuis gaat oefenen, bovenaan Iedereen en daaronder de spelers met rugnummer en een vinkvakje.
De coach vinkt aan wie de oefening meekrijgt; bij die spelers staat hij thuis klaar, met animatie.

Wat mag hij zelf invullen?

“Zijn eigen doel. Op zijn kaart staat een regel waar hij kan tikken om een persoonlijk doel te zetten, en daar blijf ik af. Verder mag hij na een wedstrijd stemmen op de Player of the Match — dat stemmen doen de spelers, niet ik.

“En als ik er een keer niet ben, kan ik één speler machtigen om de score bij te houden. Die ziet dan bij die ene wedstrijd een startknop staan. Dat is een klus, geen inzage: hij krijgt er geen enkel cijfer over een ander bij.”

Wat ziet hij niet van jou?

“Mijn notities. Alles wat ik bij een speler noteer, blijft in mijn app. Hetzelfde geldt voor de sterren die ik na een training geef: een speler ziet nergens een inzetcijfer, ook niet zijn eigen.

“Daar hebben we zelfs de exportknop voor weggehaald. Die zet de gegevens van een speler in een bestand, en in dat bestand staan mijn notities. Een speler die zijn eigen kaart opent, zou ze zo alsnog lezen. Dus bij hem staat die knop er niet.”

En als een speler tóch wil weten hoe hij ervoor staat ten opzichte van de rest?

“Dan vraagt hij het me. Dat is precies de bedoeling. Ik heb liever dat hij na de training even blijft hangen dan dat hij het ’s avonds in zijn eentje uit een grafiek probeert te halen.

“Een cijfer zonder coach eromheen wordt meestal een verkeerde conclusie. Zijn eigen verloop mag hij de hele dag bekijken — zijn seizoen, zijn opkomst, zijn ontwikkeling. Dat gaat over hem, en daar kan hij zelf iets mee.”

Interviews
Koach

Geef je spelers hun eigen scherm

Nodig je selectie uit in Koach: zij melden zich zelf aan en af en volgen hun eigen cijfers, jij houdt de teamanalyse. Gratis te proberen, zonder dat je iets prijsgeeft.

Probeer Koach gratis