Minivolleybal-regels: veldje, net en puntentelling per niveau
Hoe groot is het veldje, hoe hoog hangt het net en wanneer heb je eigenlijk gewonnen? De regels van minivolleybal verschillen per CMV-niveau — logisch, want ze groeien mee met de kinderen. Dit artikel zet de belangrijkste regels op een rij voor trainers, ouders en teltafel-vrijwilligers.
Het speelveld: klein veld, kleine teams
Minivolleybal wordt gespeeld op een verkleind veld, meestal uitgezet met lijnen of hoedjes binnen een gewoon volleybalveld. De gangbare maten in de Nevobo-opzet: op de laagste niveaus een veldje van ongeveer 4,5 bij 6 meter voor twee-tegen-twee, en vanaf de drie- en viertallen een veld van zo'n 6 bij 6 meter. Ter vergelijking: een regulier veld is 9 bij 9 meter per teamhelft. Het kleine veld is geen bezuiniging maar didactiek: minder meters betekent meer balcontacten en kortere loopafstanden voor korte benen.
De nethoogte en de bal
Het net hangt bij CMV op ongeveer 2 meter — laag genoeg om de bal met een boogje over te krijgen, hoog genoeg om niet zomaar overheen te gooien. Sommige verenigingen hangen het net voor de allerjongsten iets lager. Vanaf de C-jeugd op het grote veld gaat het net omhoog; alle hoogtes per leeftijdscategorie staan in het overzicht van nethoogtes. Ook de bal groeit mee: voor de laagste niveaus gebruiken veel verenigingen een lichtere en zachtere jeugdbal, zodat kinderen niet terugschrikken van het contact en de bal langer in de lucht blijft.
Spelregels per niveau
De kern van CMV: elk niveau heeft nét andere spelregels, passend bij wat kinderen aankunnen. De hoofdlijnen:
- Niveau 1: twee tegen twee; de bal wordt gegooid en gevangen. Serveren is onderhands over het net gooien.
- Niveau 2: twee tegen twee; vangen, zelf opgooien en bovenhands doorspelen.
- Niveau 3: drie tegen drie; samenspelen via meerdere kinderen, onderhandse opslag, vangen nog als tussenstap toegestaan.
- Niveau 4: vier tegen vier; alle ballen worden gespeeld, vangen is verdwenen. Maximaal drie keer raken, zoals in het grote spel.
- Niveau 5: vier tegen vier; bovenhandse opslag en aanval komen erbij.
- Niveau 6: vier tegen vier; volledig spel met smash en blok — echt volleybal op een klein veld.
Op elk niveau geldt: er wordt doorgedraaid zodat ieder kind overal komt te staan en iedereen serveert. Wisselspelers draaien gewoon mee in de rotatie — vaste posities en positienummers horen bij het grote veld, niet bij CMV.
Puntentelling: rally-point, vaak op tijd
Net als bij de senioren geldt rally-point: elke rally levert een punt op, ongeacht wie serveerde. Het verschil zit in de wedstrijdvorm: CMV wordt vrijwel altijd in toernooivorm gespeeld, met meerdere korte wedstrijden op een ochtend. Sets gaan daarbij vaak over een vaste speeltijd (bijvoorbeeld rond de tien minuten) of tot een vast puntenaantal — het exacte format verschilt per regio en toernooi, dus check altijd het wedstrijdschema van de organisatie. Het volledige, actuele CMV-reglement vind je bij de Nevobo.
Waarin CMV bewust afwijkt van het grote spel
Een aantal regels van het reguliere volleybal ontbreekt bij minivolleybal met opzet — handig om te weten voor wie vanaf de zijlijn meekijkt met seniorenogen:
- Geen vaste posities of positiefouten: kinderen draaien door en staan overal. Wie waar 'hoort' te staan, bestaat nog niet.
- Geen libero en geen wisselbeperkingen: iedereen speelt, wisselen gaat via het doordraaien.
- Soepelere technische beoordeling: een dubbele raak of een iets gedragen bal wordt op de lagere niveaus niet streng afgefloten — de rally gaande houden is belangrijker.
- Serveren voor iedereen: de opslag rouleert zodat elk kind aan de beurt komt, ook het kind dat hem nog niet elke keer over krijgt.
Praktische regels voor de toernooiochtend
- Teamgrootte: neem bij viertallen vijf of zes kinderen mee — er wordt toch doorgedraaid, dus iedereen speelt veel.
- Zelf fluiten: op de meeste CMV-toernooien fluiten trainers of oudere jeugdleden. Soepel fluiten hoort erbij: liever een rally te veel dan een kind dat afhaakt na drie keer 'foutje'.
- Doordraaien bewaken: de meest gemaakte fout is vergeten door te draaien, waardoor hetzelfde kind blijft serveren. Spreek af wie erop let.
- Ouders informeren: deel vooraf de aanvangstijd, de zaal en hoe lang de ochtend duurt. Een geïnformeerde zijlijn is een rustige zijlijn.
- Kort nabespreken: sluit de ochtend af in de kring met wat er goed ging — niet met de uitslagen. Die zijn de kinderen morgen toch vergeten.
Tip voor trainers: leg de regels van jouw niveau vóór het eerste toernooi één keer op de training uit mét de kinderen in het veldje. Regels die je hebt gespeeld, onthoud je — regels die je hebt gehoord niet.
Veelgestelde vragen
Hoe groot is een minivolleybalveld?
Gangbaar is een veldje van ongeveer 4,5 bij 6 meter voor de laagste niveaus en zo'n 6 bij 6 meter voor de drie- en viertallen. De veldjes worden meestal uitgezet binnen een regulier volleybalveld.
Hoe hoog hangt het net bij minivolleybal?
Rond de 2 meter voor alle CMV-niveaus; sommige verenigingen hangen het voor de jongste kinderen iets lager. Pas vanaf de C-jeugd op het grote veld gaat het net stapsgewijs omhoog.
Met hoeveel kinderen speel je minivolleybal?
Afhankelijk van het niveau: twee tegen twee op niveau 1 en 2, drie tegen drie op niveau 3 en vier tegen vier vanaf niveau 4. Wisselspelers draaien mee in de rotatie, zodat iedereen evenveel speelt.
Tot hoeveel punten gaat een CMV-wedstrijd?
Dat verschilt per toernooi: sets gaan over een vaste speeltijd of tot een vast puntenaantal, altijd met rally-point-telling. Het wedstrijdschema van de organisatie is leidend.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met Koach
