Receptiecijfer in volleybal: de schaal van 0 tot 5 en wat goed is
Het korte antwoord
Een receptiecijfer beoordeelt elke pass op de service van de tegenstander: 0 is een fout of ace tegen, 5 een perfecte pass waarmee je spelverdeler alle opties heeft. Een officiële norm is er niet; een bekend doel op de schaal 0-3 is een teamgemiddelde van 2,0 of meer, op 0-5 ongeveer 3,3.
Een receptiecijfer in volleybal maakt van 'die pass was wel goed' een getal dat je over weken kunt volgen. Hieronder de schaal van 0 tot 5 voor receptie en service, wat elk cijfer betekent, hoe je een gemiddelde uitrekent en omrekent vanaf de oude schaal 0-3, en hoe Koach het laat zien.
Wat is een receptiecijfer?
Een receptiecijfer (in het Engels pass rating of serve receive rating) is een cijfer voor elke pass op de service van de tegenstander. Het meet niet of de bal omhoog ging, maar wat je spelverdeler ermee kon. Een pass precies op de plek van de spelverdeler laat alle aanvallers open. Een pass naar de achterlijn laat alleen een hoge bal naar buiten over. Daar zit het verschil tussen een side-out in één aanval en een rally die je moet overleven.
De bekendste schaal loopt van 0 tot 3; je komt ook 0 tot 4 tegen. Koach gebruikt sinds oktober 2026 een schaal van 0 tot 5, voor de receptie en voor elk ander balcontact. Hoe je receptie in het algemeen bijhoudt en waarom de pass de belangrijkste bal is, staat in receptie bijhouden met passcijfers; die uitleg gaat nog uit van 0-3. Hoe de receptie past tussen je andere wedstrijdcijfers, lees je in volleybalstatistieken begrijpen.
De receptieschaal van 0 tot 5
In de middelste kolom staat het woord dat in Koach onder de knop staat. De rechterkolom is een omschrijving die je met je scout kunt afspreken, zodat iedereen hetzelfde cijfer geeft:
| Cijfer | In Koach | Wat het betekent |
|---|---|---|
| 0 | Fout | Ace tegen of een pass die niet te spelen is. De tegenstander krijgt het punt. |
| 1 | Terug over | De pass gaat direct terug over het net. |
| 2 | 1 optie | Speelbaar, maar je spelverdeler heeft één keuze, meestal een hoge bal naar buiten. |
| 3 | Geen snelle | Aanvallen kan, maar een snelle bal op de midden zit er niet in. |
| 4 | Goed | Bijna alle aanvallers zijn aan te spelen; de spelverdeler moet er een stap voor zetten. |
| 5 | Perfect | Op de plek van de spelverdeler, alle opties open. |
De servicecijfers: het spiegelbeeld van de pass
Een service beoordeel je op wat hij de tegenstander liet doen. De schaal is grofweg het omgekeerde van de receptieschaal: hoe slechter hun pass, hoe hoger je servicecijfer. De Amerikaanse coach John Forman, die voor de service ook een schaal van 0 tot 5 gebruikt, noemt die grotendeels een omgekeerde passschaal (bron, gecontroleerd in oktober 2026).
| Cijfer | In Koach | Wat het betekent |
|---|---|---|
| 0 | Fout | Servicefout. De tegenstander krijgt het punt. |
| 1 | Makkelijk | De tegenstander passt zonder moeite en kan alles opbouwen. |
| 2 | Redelijk | Hun pass is in orde, maar niet perfect. |
| 3 | Druk | Hun pass gaat moeizaam; hun spelverdeler heeft weinig keuze. |
| 4 | Vrije bal | Ze kunnen alleen nog een vrije bal terugspelen. |
| 5 | Ace | Direct punt voor jouw team. |
Wat je verder met servicecijfers doet, naast aces en servicefouten, lees je in servicestatistieken: aces en servicedruk.
Een receptiegemiddelde uitrekenen, en waarom dat niet genoeg is
Stel dat een passer in een wedstrijd twaalf services ontvangt: twee keer een 5, vier keer een 4, twee keer een 3, twee keer een 2, één keer een 1 en één keer een 0. Opgeteld is dat 10 + 16 + 6 + 4 + 1 + 0 = 37. Gedeeld door 12 passes is het gemiddelde 3,1.
Een tweede passer ontvangt ook twaalf services en krijgt twaalf keer een 3. Zijn gemiddelde is 3,0, bijna hetzelfde. Toch speelden ze een heel andere wedstrijd. De eerste gaf zes keer een pass waarmee bijna alles kon (6 van 12 is de helft), maar ook een ace weg. De tweede was betrouwbaar, maar je midden kreeg na zijn pass nooit een snelle bal. Kijk daarom naast het gemiddelde naar de verdeling: hoeveel passes een 4 of 5 waren, en hoeveel een 0.
Van 0-3 naar 0-5: zo reken je om
Een gemiddelde op de schaal 0-3 zet je om naar 0-5 door het met 5 te vermenigvuldigen en door 3 te delen. Een teamgemiddelde van 2,1 op 0-3 wordt 2,1 × 5 / 3 = 3,5 op 0-5. Koach doet precies dat met receptiecijfers uit wedstrijden van vóór de schaal 0-5, zodat oude en nieuwe wedstrijden in één gemiddelde passen.
Per losse pass gaat het omrekenen niet zuiver. Een 2 op 0-3 (goede pass) wordt 3,3, maar op 0-5 kies je tussen een 3 (Geen snelle) en een 4 (Goed). Vergelijk daarom gemiddelden over een hele wedstrijd of meer, niet losse cijfers.
Wat is een goed receptiecijfer?
Een officiële norm is er niet. De Amerikaanse coach John Forman schrijft dat teams op de schaal 0-3 mikken op een gemiddelde van 2,0 of beter, en dat de beste passers rond de 2,3 tot 2,4 uitkomen (bron, gecontroleerd in oktober 2026). Omgerekend naar 0-5 is dat ongeveer 3,3 voor het team en 3,8 tot 4,0 voor de beste passers. Zie dat als indicatie: de woorden bij de cijfers verschillen per schaal, en die richtwaarden komen van een hoger niveau dan de meeste clubteams spelen.
Twee vragen zeggen voor je eigen team meer dan één getal. Hoeveel passes waren een 0, dus een ace tegen? En hoeveel waren een 4 of 5, zodat je in systeem kon aanvallen? Wat die goede passes aan punten opleveren, lees je bij side-out na een goede of slechte pass.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Laat je assistent zaterdag de receptie scouten en kijk na afloop wie je pass draagt.
Probeer Koach met je teamZo geef je receptie- en servicecijfers in Koach
Cijfers geef je in de modus Expert. Die kies je op het startscherm onder Bijhouden, of tijdens de wedstrijd via het menu rechtsboven. In de modus Simpel geef je geen cijfers. Expert is bedoeld voor iemand die alleen bijhoudt, zoals een assistent; de hele werkwijze staat in je eigen team scouten. De pijler over live scoren is een volleybalwedstrijd live bijhouden.
- Serveert de tegenstander, dan begint de rally bij de stap Receptie. Onder Wie? Optioneel tik je de passer aan, of je laat het leeg; dan telt het cijfer voor het team. Een 0 geeft de tegenstander meteen het punt, als slechte pass op de ontvanger. Een 1 (Terug over) springt door naar de stap Blok. Een 5 is alleen een cijfer, geen punt.
- Serveer je zelf, dan begint de rally bij de stap Service, met de serveerder al gekozen. Een 0 is een servicefout en een 5 een ace: die boeken meteen het punt. Een 4 (Vrije bal) brengt je naar de stap Vrije bal.
- Maakt de tegenstander een servicefout, tik dan in de stap Receptie op Fout van hen. Je krijgt het punt zonder dat er een receptiecijfer bij komt.
Waar zie je de cijfers terug?
- Na de wedstrijd, onder Statistieken, staat het blok Beoordelingen met per vaardigheid het aantal, een verdelingsbalk van 0 tot 5 en het gemiddelde. De zwakste vaardigheid staat bovenaan als conclusie, bijvoorbeeld Receptie was het zwakke punt. Onder Per speler kies je de chip Receptie voor het gemiddelde per passer. In de tabel Rotaties komt er een kolom Pass bij met het gemiddelde per rotatie en het aandeel goede passes.
- In het spelersprofiel, onder Statistiek > Cijfers 0-5, staat per vaardigheid één balk: het aandeel cijfers 0 tot 2 tegenover 3 tot 5, met het gemiddelde erbij. Als trainer zie je het aandeel van het hele team als streepje in de balk, zodra het team minstens tien cijfers heeft. Een speler ziet zijn eigen balken, zonder die teamstreep. Bij een libero staat de receptie in een eigen blok Receptie met Gem. receptie en een lijn over het seizoen.
Let op het verschil in woorden: na de wedstrijd telt Koach een 4 of 5 als goed, in het profiel gaat het om het aandeel 3 tot 5. Oude receptiecijfers op 0-3 tellen in het profiel alleen mee in het gemiddelde; bestaat een vaardigheid alleen uit oude cijfers, dan staat er Alleen oude 0-3-cijfers. De Expert-modus zit in beide abonnementen; de bedragen staan op de prijzenpagina. Wil je de pass zelf verbeteren, begin dan bij de receptieformatie.
Spreek af waar de grens tussen 3 en 4 ligt. Over die twee cijfers twijfelen scouts het vaakst. Een simpele regel: kon je midden na deze pass een snelle bal krijgen? Dan is het een 4. Moest de spelverdeler zo ver lopen dat de snelle bal afviel, dan is het een 3.
Veelgestelde vragen
Hoe reken je een passcijfer van 0-3 om naar 0-5?
Vermenigvuldig het gemiddelde met 5 en deel door 3. Een gemiddelde van 2,1 op de schaal 0-3 wordt zo 3,5 op 0-5, en 2,4 wordt 4,0. Doe dat met gemiddelden over een wedstrijd of langer, niet met losse passes: de woorden bij de cijfers verschillen per schaal, dus een losse 2 op 0-3 is niet precies een 3 of een 4 op 0-5.
Kun je de receptie ook beoordelen in de Simpel-modus van Koach?
Nee. In Simpel tik je na elk punt alleen aan hoe het viel en wie het maakte. Cijfers van 0 tot 5 geef je in de Expert-modus, waarin elke stap van de rally een eigen cijfer krijgt. Je kunt midden in de wedstrijd van modus wisselen; wat al geboekt is, blijft staan.
Wat is een goed servicecijfer?
Daar is geen vaste norm voor. Kijk liever of je service meer oplevert dan hij kost: Koach rekent in de Expert-cijfers het servicerendement uit als aces min servicefouten, gedeeld door het aantal services, en laat per servicecijfer zien hoe vaak je daarna de rally won. Win je na een 3 (Druk) duidelijk vaker dan na een 1 (Makkelijk), dan loont het om druk te zetten.
Kost het bijhouden van receptiecijfers extra?
Nee. De Expert-modus met de cijfers 0 tot 5 zit in beide abonnementen, Coach en Club. Je probeert Koach eerst 14 dagen gratis met alle functies, zonder creditcard. Het spelersaccount is gratis, zodat je spelers hun eigen cijfers kunnen zien.
Geef je receptie zaterdag een cijfer
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na één wedstrijd zie je wie je pass draagt.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


