Open de app

Volleybaloefeningen · Aanval · Verdediging

Aanval vanuit de bank

De aanvaller staat achter een bank en moet er eerst overheen springen voordat hij mag aanlopen. Dat kost precies genoeg tijd om zijn gewone timing onbruikbaar te maken: hij is later bij het net en moet zijn laatste passen versnellen. Een simpele manier om aanlopen onder tijdsdruk te trainen zonder de set aan te passen.

10 spelers 7 fases ± 15 min Een bank, 6 ballen, heel veld met net Vanaf de B-jeugd
P S D M L 1 2 3 4 5

Fase 1 van 7De aanvaller staat achter de bank; de libero heeft de bal en de verdediging wacht af

Eigen team (P = passer, S = spelverdeler, M = midden, L = libero, D = diagonaal) Tegenstander: blok en verdediging Materiaal Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

Aanval: aanvallers springen over de bank in en slaan meteen; verdediging leest de aanval. Timing van de aanloop trainen.

Coachpunten

Spring met twee voeten over de bank en loop meteen door.

Een sprong met een stop erna kost een halve seconde en dan ben je de set kwijt. De landing achter de bank is je eerste pas, geen pauze.

Versnel je laatste twee passen, niet je eerste.

Wie te laat is, gaat vanaf het begin harder lopen en komt met te veel snelheid aan; die snelheid kun je niet meer omzetten in hoogte. Alleen de laatste twee passen mogen sneller.

Zet de bank ver genoeg van het net.

Minstens twee meter achter de aanvalslijn, anders wordt de sprong over de bank de afzet en verdwijnt de aanloop helemaal.

Verdediging: kijk naar de aanloopsnelheid.

Een aanvaller die zich moet haasten, raakt de bal lager en slaat vlakker. Verdedigers die dat zien, kunnen een halve meter naar voren.

Variaties

Makkelijker
Vervang de bank door een lijn op de vloer die de speler eerst met beide voeten moet raken.
Moeilijker
De libero past pas als de aanvaller al over de bank is, zodat de tijdsdruk nog groter wordt.
Met zes spelers
Twee aanvallers achter twee banken, op positie 4 en positie 2; de spelverdeler kiest per bal wie hij bedient.
Als wedstrijdje
Tien ballen per speler. Een aanval telt alleen als er een volledige aanloop aan voorafging; de coach beoordeelt en de rest telt mee.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: het ritme van de aanloop · veilig leren landen · enkels en knieën ontzien

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen