Volleybaloefeningen · Blokkeren
Blokkeren tegen coach op kist
Vanaf een kist staat de coach met zijn hand boven de netrand, dus de bal komt altijd van bovenaf en altijd van dichtbij. Daardoor gaat het niet meer over de sprong maar over wat de handen doen op het moment van contact. Een blokkeerder die hier de bal omlaag krijgt, krijgt dat in de wedstrijd ook voor elkaar.
Fase 1 van 5Coach staat met de bal op de kist, blokkeerder klaar aan het net
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Coach slaat vanaf een kist; de blokkeerder leest de arm, springt en sealt over het net.
- De handen over de netrand duwen in plaats van ze er tegenaan houden.
- De slagarm van de coach lezen en pas dán springen.
- Stevige polsen op het moment van contact, zodat de bal omlaag kaatst en niet omhoog.
Coachpunten
Breng je handen boven de netrand vóór je afzet, niet onderweg omhoog.
Wie zijn armen vanuit de sprong omhoog zwaait, is met zijn handen pas boven het net als de bal er al doorheen is — en haakt onderweg het net.
Vingers gespreid en stijf, duimen omhoog.
Slappe vingers laten de bal er tussendoor of buigen om. Duimen naar beneden kantelt je handen naar het plafond, en dan gaat de bal over je heen het veld uit.
Duw je schouders over het net, niet alleen je handen.
Alleen de handen erover leggen maakt het blok plat: de bal kaatst dan omhoog je eigen veld in in plaats van omlaag bij de tegenstander.
Ogen open bij het contact.
Bijna elke jeugdblokkeerder knijpt ze dicht. Van dichtbij geslagen ballen zijn precies de manier om daar vanaf te komen, en zonder ogen zie je de vervolgbal sowieso niet.
Variaties
- Makkelijker
- De coach gooit de bal met twee handen in het blok in plaats van te slaan, en zegt vooraf op welke hand hij mikt.
- Moeilijker
- De coach kiest per bal: hard in het blok of een tip over de handen heen. Bij een tip mag de blokkeerder niet springen.
- Met zes spelers
- Twee kisten naast elkaar, twee blokkeerders, twee rijen. Wie geblokt heeft sluit achteraan de andere rij aan, zodat iedereen beide kanten doet.
- Als wedstrijdje
- Tien ballen per speler. Een bal die omlaag in het tegenveld kaatst is twee punten, een bal die omhoog het eigen veld in gaat nul, en een bal die tussen de handen door gaat kost een punt.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: hoe ver je met je handen over het net mag reiken · de bloktechniek van voeten tot handen · de slagarm van de aanvaller lezen