Volleybaloefeningen · Blokkeren · Verdediging
Blokverplaatsing langs het net
Twee ballen, twee kanten, en de achterspelers schuiven mee. De oefening laat zien of je verdediging het blok volgt of zijn eigen plan trekt: zit het blok links dicht en staan de achterspelers nog midden, dan ligt de diagonaal open. Met twee aangevers zit er geen adempauze tussen de twee kanten.
Fase 1 van 10Blok staat centraal, twee aangevers klaar met een bal
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Drie blokkeerders schuiven langs het net mee met de aanval; achterspelers dekken. Timing en verplaatsing centraal.
- Blok en achterveld die als één geheel opschuiven.
- Twee blokmomenten kort na elkaar over de volle netbreedte.
- Herstellen naar de basisopstelling voordat de volgende bal komt.
Coachpunten
Achterspelers schuiven mee, niet achteraan.
Staat het blok links, dan komt de bal rechts of over het blok heen. Achterspelers die middenveld blijven staan dekken juist de hoek die al dicht zit.
De verdediging staat stil op het moment dat de aanvaller afzet.
Wie tijdens de slag nog beweegt kan een lage bal niet meer halen. Je laatste stap hoort gezet te zijn terwijl hij omhoog komt.
De blokkeerder aan de verre kant vertrekt als eerste.
Bij een verplaatsing over de volle breedte heeft hij de langste weg. Wacht hij op de rest, dan sluit het blok een halve meter te laat.
Herstellen betekent teruglopen naar je basisplek, ook als de bal al dood is.
Teams die blijven staan waar ze toevallig zijn, beginnen de volgende rally scheef. Herstellen is het deel van de oefening dat als eerste wordt overgeslagen.
Variaties
- Makkelijker
- Eén bal en één kant per ronde, zodat blok en verdediging het patroon eerst rustig kunnen doorlopen.
- Moeilijker
- De aangevers kiezen zelf de volgorde en spelen af en toe twee ballen achter elkaar naar dezelfde kant.
- Met zes spelers
- Twee blokkeerders en twee achterspelers tegen twee aangevers; iedereen wisselt na een ronde van rol.
- Als wedstrijdje
- Vier ballen per ronde. Een bal die onder controle omhoog komt is een punt, een bal op de vloer nul. Twee ploegen, drie ronden.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: je verdediging afstemmen op het blok · waar een verdediger naar kijkt · de voorspeler die niet meeblokt