Open de app

Volleybaloefeningen · Blokkeren · Verdediging

Blokverplaatsing langs het net

Twee ballen, twee kanten, en de achterspelers schuiven mee. De oefening laat zien of je verdediging het blok volgt of zijn eigen plan trekt: zit het blok links dicht en staan de achterspelers nog midden, dan ligt de diagonaal open. Met twee aangevers zit er geen adempauze tussen de twee kanten.

12 spelers 10 fases ± 20 min 2 ballen, heel veld met net Gevorderd, vanaf de A-jeugd
M1 M2 P1 L D P2 1 2 3 4 5 6

Fase 1 van 10Blok staat centraal, twee aangevers klaar met een bal

Eigen team (M = blokkeerders, P = passer-lopers, L = libero, D = diagonaal) Aangevers en de spelers aan de overkant Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

Drie blokkeerders schuiven langs het net mee met de aanval; achterspelers dekken. Timing en verplaatsing centraal.

Coachpunten

Achterspelers schuiven mee, niet achteraan.

Staat het blok links, dan komt de bal rechts of over het blok heen. Achterspelers die middenveld blijven staan dekken juist de hoek die al dicht zit.

De verdediging staat stil op het moment dat de aanvaller afzet.

Wie tijdens de slag nog beweegt kan een lage bal niet meer halen. Je laatste stap hoort gezet te zijn terwijl hij omhoog komt.

De blokkeerder aan de verre kant vertrekt als eerste.

Bij een verplaatsing over de volle breedte heeft hij de langste weg. Wacht hij op de rest, dan sluit het blok een halve meter te laat.

Herstellen betekent teruglopen naar je basisplek, ook als de bal al dood is.

Teams die blijven staan waar ze toevallig zijn, beginnen de volgende rally scheef. Herstellen is het deel van de oefening dat als eerste wordt overgeslagen.

Variaties

Makkelijker
Eén bal en één kant per ronde, zodat blok en verdediging het patroon eerst rustig kunnen doorlopen.
Moeilijker
De aangevers kiezen zelf de volgorde en spelen af en toe twee ballen achter elkaar naar dezelfde kant.
Met zes spelers
Twee blokkeerders en twee achterspelers tegen twee aangevers; iedereen wisselt na een ronde van rol.
Als wedstrijdje
Vier ballen per ronde. Een bal die onder controle omhoog komt is een punt, een bal op de vloer nul. Twee ploegen, drie ronden.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: je verdediging afstemmen op het blok · waar een verdediger naar kijkt · de voorspeler die niet meeblokt

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen