Open de app

Volleybaloefeningen · Verdediging

Tipbal-jacht

De coach maakt vanaf de kist een volledige slagbeweging en tikt de bal dan kort achter de driemeterlijn. De verdediger moet dus reageren op de arm en niet op de bal. Wat deze vorm bijzonder maakt: de redding is niet het einde — er staat een hulpspeler klaar en de bal moet terug over het net.

2 spelers 6 fases ± 15 min 6 ballen, een stevige kist, heel veld met net Vanaf de B-jeugd
1 1 2

Fase 1 van 6Coach op de kist met de bal; verdediger in base, hulpspeler in zone 1

1 = de verdediger die de tip jaagt, 2 = de hulpspeler in zone 1 Trainer Materiaal Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

Tip Chase: coach fake slag en tipt kort; verdediger sprint, redt met pancake en een tweede speler maakt de bal speelbaar.

Coachpunten

Kijk naar de elleboog en de hand, niet naar de bal.

Een tip verraadt zich vlak voor het contact: de elleboog zakt en de hand gaat open in plaats van dicht. Wie op de bal wacht, ziet het pas als hij al valt.

Sta stil op het moment van de slag, ook als je een tip verwacht.

Vooroverleunen op een tip maakt je kansloos op de harde bal, en dat weet elke aanvaller binnen twee ballen. Verdedigen is kiezen zonder alvast te leunen.

De laatste meter gaat laag, en de hand raakt de vloer vóór het lichaam.

Bij een pancake bepaalt de hand of de bal omhoog komt. Wie eerst duikt en dan de hand uitsteekt, komt met de rug van de hand onder de bal en speelt hem de tribune in.

Elke geredde tip wordt een aanval.

Spelers vieren de redding en blijven liggen. In een wedstrijd levert een geredde tip pas iets op als de bal terug over het net gaat — dus staat de hulpspeler er, en loopt de redder door.

Variaties

Makkelijker
De coach kondigt de tip aan en plaatst hem dichter bij de verdediger; de redding mag met twee handen omhoog en hoeft niet uitgespeeld te worden.
Moeilijker
De coach kiest zelf tussen tip en harde bal, en de redder moet de derde bal zelf slaan in plaats van de hulpspeler te laten setten.
Met zes spelers
Drie duo's die rouleren; wie de tip redt, wordt daarna hulpspeler en de hulpspeler sluit achteraan aan. Zo krijgt iedereen beide rollen.
Als wedstrijdje
Tien tips per speler: een punt als de bal omhoog komt, twee punten als de tegenaanval over het net gaat. Wie boven de twaalf komt, heeft gewonnen.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: prikbal, tip en rol-shot · de slagarm van de aanvaller lezen · korte ballen dekken

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen