Volleybalcoach Dennis Boekhout over het scherm dat verschijnt zodra je een time-out aanvraagt, en waarom daar een venster van een paar minuten op staat.
De hand gaat omhoog, de scheidsrechter fluit, en dan staan er zes spelers om je heen die wachten tot je iets zegt. Een time-out in volleybal duurt dertig seconden: te kort om een statistiekscherm te lezen, te lang om niets te zeggen. Dennis Boekhout (28) coacht een jeugdteam in Nederland en bouwde Koach, de app waarin hij precies dat moment probeerde op te lossen.
Een gesprek over het venster dat de app laat zien in plaats van een totaal, over de pijl die zegt of het beter of slechter ging, en over wat een app op zo’n moment beter niet doet.
“Vaker dan ik wil toegeven. [lacht] Je hand gaat omhoog omdat je vóélt dat het wegloopt, niet omdat je een plan hebt. En dan staan er ineens zes spelers om je heen te wachten en hoor je jezelf ‘kom op, focussen’ zeggen. Dat is geen informatie, dat is geluid.”
“Geen extra cijfers. De stand wist ik, die staat op het bord. Wat ik niet wist, was hóé het wegliep. Zijn we drie punten op rij kwijt, of zijn we al zeven rally’s aan het rommelen? Dat verschil bepaalt of je iets over de tegenstander zegt of iets over jezelf.
“En je hebt dertig seconden. Daarin ga je geen statistiekscherm zitten lezen met zes paar ogen op je gericht.”
“Er schuift een blad omhoog met een terugblik op het stuk dat je net hebt afgesloten. Bovenaan staat waar dat stuk begon — sinds het begin van de set, of sinds de vorige time-out — met het aantal rally’s erachter. Daaronder drie regels: punten voor en tegen, het fouttype dat het vaakst voorkwam, en de rotatie waarin we de meeste punten weggaven.
“Bij ons stond er laatst veertien rally’s, zeven voor en zeven tegen, twee keer ‘te laat’, zwakste rotatie R1. Daar maak ik een zin van voordat de scheidsrechter weer fluit.”
“Omdat een totaal je vertelt hoe de set gaat, en dat weet je al: dat staat op het bord. Een time-out gaat niet over de set, die gaat over de laatste paar minuten. Speelden we de eerste tien punten prima en raakten we daarna vier rally’s kwijt, dan verdwijnt dat in een totaal. In een venster zie je het gewoon staan.
“En dat venster sluit precies op het moment dat ik ingreep. Dat is het eerlijkste knippunt dat er is: van mijn vorige time-out tot nu.”
“De rotatie waarin we in dat venster de meeste punten tegen kregen. De app telt de rotaties vanaf de plek van de spelverdeler, R1 tot en met R6, dus het is dezelfde nummering als op het opstellingsbord.
“En dan meteen de eerlijke kanttekening: bij veertien rally’s is R1 met twee tegenpunten een aanwijzing, geen bewijs. Het kan toeval zijn. Ik gebruik het om te kíjken, niet om een speler af te rekenen.”
“Het stuk dat je net hebt afgesloten met het stuk daarvoor. Staat er bij punten ‘5 voor’ met een rode pijl omlaag en ‘was 7’, dan hebben we in dit stuk minder gescoord dan in het vorige, ook al is de stand gelijk.
“Dat is een ander gesprek. Staat er dan ook nog ‘geen fouten’, dan doen wij niks verkeerd en spelen zíj gewoon beter. ‘Focussen, jongens’ heeft op dat moment geen enkele zin. Dan moet je iets zeggen over hun server of over hun middenaanval.”
“Daaronder staat de verdeling van deze set tot nu toe: punten per type — aanval, blok, fout van de tegenstander — en de foutverdeling. Dezelfde blokken als in de setpauze en in het wedstrijdverslag.
“Maar ze staan bewust onderaan. Je moet iets bovenaan zetten, en daarmee zeg je dus dat de rest even minder belangrijk is. In dertig seconden lees je drie regels. De rest is voor de setpauze, of voor zondagochtend op de bank.”
“Van mezelf, eerlijk gezegd. Elke keer dat de tegenstander scoort, vraagt de app wie de fout maakte en wat er misging: servicefout, aanvalsfout, slechte pass, te laat, netfout of overige. Was het gewoon een goede bal van hen, dan tik je dat aan en telt het niet als fout van ons.
“Dat betekent ook: de kaart is precies zo goed als wat ik tijdens de rally’s aantik. Tik je in een drukke set vijf keer ‘overige’, dan staat er bij je time-out ‘overige’ en heb je er niets aan. Dat kan de app niet voor je oplossen.”
“Dat is het momentum van de lopende set. Boven de lijn staan wij voor, eronder staan we achter, en de stip markeert het begin van de langste puntenreeks. Je kunt er met je vinger overheen schuiven om de stand per rally te zien.
“Hij verschijnt pas vanaf vier rally’s. Daarvoor is het een streepje dat nergens over gaat, en daar wil ik niet naar kijken. Een vorm lees je nu eenmaal sneller dan een rij getallen: je ziet in één blik of het een dipje is of een schuiver die al tien rally’s bezig is.”
“Nee. En dat is een keuze, geen vergeten functie. De app weet niet dat mijn spelverdeler ziek is, dat we net twee keer geluk hadden of dat de tegenstander een invaller heeft gebracht. Hij weet alleen wat ik heb aangetikt. Op die basis tegen een coach zeggen ‘nu ingrijpen’ zou ik onzin vinden.
“Wat er wél staat, is de teller op de knop: 0/2, 1/2, en rood zodra hij op is. Dat is geen advies maar een spelregel — twee time-outs per set. Ik heb ooit een time-out willen nemen die ik allang had gebruikt. Dat wil je niet nog een keer.”
“Dan gebeurt dat. Geen fouten, een venster dat gelijk opgaat, een zwakste rotatie met één tegenpunt: dan is er niets aan de hand en is mijn time-out gewoon even adem halen. Dat mag ook. Dertig seconden stilstaan is soms genoeg.
“Dan zeg ik iets over de volgende service in plaats van iets over ons. Dat lijkt me beter dan een probleem verzinnen omdat er nu eenmaal een scherm openstaat.”
“Eén waarneming en één opdracht. Meer past er niet in. ‘Twee keer te laat bij hun middenaanval — kom eerder in het blok. En Lars, jij serveert kort.’ Daarna tik ik op Verder spelen en gaan we door.
“En soms zeg ik niks en wissel ik. Dan kies ik wie eruit gaat, en het blad laat meteen zien wie er beschikbaar is, met zijn positie erbij. Zes wissels per set, dus dat is ook iets wat je liever niet uit je hoofd bijhoudt.”
Koach is gratis te proberen. Score je volgende wedstrijd live mee, en bij je eerste time-out staat er een terugblik op het stuk dat je zojuist hebt afgesloten.
Probeer Koach gratis