Coach Dennis Boekhout over de oefeningeditor van Koach: waarom een oefening uit fases bestaat, wat de rolcodes doen en waarom huiswerk geen vinkje heeft.
Elke coach kent de blocnote met het veldje erop: zes rondjes, tien pijlen, en drie dagen later weet niemand meer welke pijl eerst kwam. Zelf een volleybaloefening maken strandt meestal precies daar. Niet op het idee, maar op de vraag hoe je beweging vastlegt op een plat vlak. In Koach zit daarom een editor die met fases werkt in plaats van met pijlen.
Dennis Boekhout (28) bouwde die editor voor zijn eigen jeugdteam. Een gesprek over fases, rolcodes, de schakelaar die voornamen op het veld zet en het huiswerk dat hij bewust zonder vinkje meegeeft.
“Omdat de oefening die jij dinsdag nodig hebt er niet bij zit. [lacht] Dat is geen kritiek op de bibliotheek, dat is gewoon hoe coachen werkt. Je ziet in de warming-up iets misgaan, en daar wil je volgende week iets voor. Die oefening bestaat nog niet, want hij gaat over jouw team.
“En dan pak je een blocnote en teken je een veldje met pijlen. Dat heb ik jaren gedaan. Het probleem is alleen: tien pijlen op één plaatje is geen oefening. Dat is een puzzel. Niemand snapt jouw plaatje, en twee weken later jij zelf ook niet meer.”
“Door de tijd erin te zetten. Een oefening is bij ons geen plaatje maar een reeks fases. In fase 1 zet je neer wat er staat: team A, team B, de trainer, een bal, een pion, een hoepel. Tikken om toe te voegen, slepen om te verplaatsen.
“Dan maak je fase 2, en die begint als een kopie van fase 1 — alles staat nog op precies dezelfde plek. Je sleept alleen wat er beweegt. De pijl teken je niet: die rekent de app uit het verschil tussen de twee fases. Staat dezelfde speler in fase 2 drie meter verderop, dan loopt er een stippellijn met een punt naartoe. Onder het veld staat het letterlijk: fases maken, dan verschijnen de pijlen vanzelf.”
“Voor de zin die je anders in de zaal roept. ‘Passer roept de bal’, dat soort dingen. Bij het afspelen loopt die tekst onder het veld mee, dus je leest wat er gebeurt op het moment dat het gebeurt.
“We houden een fase zelfs langer vast als de zin langer is, anders staat een regel van tien woorden een halve tel in beeld. En hoe lang een overgang duurt, hangt af van de grootste afstand in die fase. Eerst kreeg een service van vijftien meter net zo veel tijd als een stap van dertig centimeter. Toen kroop de bal over het veld en schokte die stap.”
“Jawel. Er zit een pen in, een pijl, een streep en een gum. Voor dingen die geen poppetje zijn: een zone arceren, een kijkrichting aangeven, even iets omcirkelen.
“Maar die tekening hoort bij díe ene fase en verdwijnt in de volgende. Dat is een keuze. Ging hij wel mee, dan bleef dezelfde pijl je hele filmpje in beeld staan, dwars door de looplijnen heen, en moest je hem in elke fase apart wegvegen. Het onderschrift onder de tekenbalk zegt dat er ook gewoon bij.”
“Omdat je anders niet kunt uitrekenen waar iemand na een rotatie staat. Met alleen een ‘P’ weet de app niet welke van de twee buitenaanvallers voorin staat en welke achterin, en bij de middens is het net zo. Dus zijn het er zeven: S, P1, P2, M1, M2, D en L.
“Dat lijkt muggenziften tot je een oefening maakt die begint in rotatie 1 en die je in rotatie 4 wilt terugzien. Dan moet het kloppen. In het paneel kies je het systeem — 5-1, 5-1 zonder libero, 4-2 of 6-2 — daarbij de situatie en het rotatienummer, en dan zet je je team in één tik neer. Heb je geen libero gekozen, dan zegt de app dat hij de libero als midden meetelt. Liever een zin uitleg dan een veld dat stiekem iets anders doet dan jij denkt.”
“‘Spelersnamen tonen’. Zet je die aan, dan staan de voornamen van je eigen spelers op het veld in plaats van de rolcodes. Voor de spelers scheelt dat enorm. ‘Jij bent M2’ zegt een zestienjarige niets. ‘Jij bent Sven’ wel.
“Alleen bij team A, nooit bij team B — dat is de tegenstander, daar horen jouw namen niet te staan. Klopt er een naam niet, dan staat er onder dat poppetje een regeltje ‘Naam klopt niet?’ waarmee je voor deze oefening iemand anders kiest. De rest van het team blijft dan gewoon staan zoals het stond.”
“Alsjeblieft niet. Er zitten er tweehonderd in, van warming-up tot blok, allemaal met fases en bijschriften. Die zijn bedoeld om te gebruiken, niet om naar te kijken.
“Een Koach-oefening kun je alleen niet bewerken. Als iedereen in dezelfde oefening kan schrijven, is hij na een maand van niemand meer. Daarom staat er ‘Maak variatie’ onder: die maakt een kopie op jouw naam, en daarin mag alles. Negen van de tien keer is dat precies wat je wilde — een bestaande oefening met één fase erbij.”
“Onder elke oefening staat ‘Huiswerk meegeven’. Je krijgt je spelerslijst met de rugnummers erbij, je tikt aan wie het gaat doen — of ‘Iedereen’ — en je bewaart het. Dat is de hele handeling, een seconde of tien.
“Alleen de spelers die je aantikt krijgen bericht, en hun ouders. Dat is een les uit de praktijk: in het begin trilden er elf telefoons voor huiswerk dat voor drie spelers bedoeld was. Dan zet de rest binnen een week zijn meldingen uit, en daarmee zet hij ook zijn eigen huiswerk uit.”
“De oefening staat op zijn eigen beginscherm, onder het kopje Huiswerk, met de regel ‘Door je trainer meegegeven om thuis te oefenen’. Hij tikt erop en krijgt precies wat ik ook zie: het veld, de fases, de animatie.
“Dat is het hele punt van die animatie. ‘Werken aan je aanloop’ is voor een speler van vijftien geen opdracht maar een zin. Zes fases die voor zijn ogen aflopen wel.”
“Dat is het bewust niet geworden. Geen vinkje, geen herinnering, en op mijn scherm staat geen streepje achter wie het heeft overgeslagen. Ik zie één rijtje: welke oefening bij hoeveel spelers staat, en een kruisje om hem weer weg te halen.
“Want wat zou ik met dat vinkje doen? Iemand aanspreken omdat hij op donderdagavond niet heeft aangevinkt dat hij twintig services heeft geslagen? Dan is het geen hulp meer maar een controlelijst, en dan vinkt iedereen het binnen twee weken af zonder een bal aan te raken. Ik geef het mee. Wat ermee gebeurt, zie ik zaterdag vanzelf.”
“Begin met drie fases, niet met tien. De beginsituatie, het moment waar het om gaat, en het eind. Dat is genoeg om iets uit te leggen en je bent in vijf minuten klaar. De verleiding is om elke stap vast te leggen, maar dan krijg je precies waar je vanaf wilde: een puzzel. Alleen nu een bewegende.”
Koach is gratis te proberen. Open het tabblad Training, zoek bij de tweehonderd oefeningen er een die er dichtbij komt, tik op Maak variatie en zet er één fase bij.
Probeer Koach gratis