Ons team verliest elke wedstrijd: ligt het aan het niveau? | Koach Volleyball
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Wedstrijden & analyse

Ons team verliest elke wedstrijd: ligt het aan het niveau?

De uitslagen staan onder elkaar en er staat geen winst tussen. Je team verliest elke wedstrijd, en dan begin je meestal bij jezelf: een andere opstelling, een zwaardere training, een gesprek. Terwijl de eerste vraag een heel andere is — van wie verliezen jullie eigenlijk, en met hoeveel? Vijf keer 20-25 tegen de bovenste helft van de poule is een indeling, geen probleem. Vijf keer 12-25 tegen iedereen is iets anders. Dit stuk laat zien hoe je dat verschil afleest voordat je iets omgooit.

Leestijd: 6 min

Je team verliest elke wedstrijd: de eerste vraag is niet 'wat doe ik fout'

Een reeks nederlagen voelt als één probleem, maar het zijn er twee die je uit elkaar moet halen. Het eerste is: verliezen we van teams die simpelweg beter zijn? Het tweede is: zit er iets in ons eigen spel dat we deze week kunnen repareren? Zolang je die twee door elkaar haalt, ga je dingen veranderen die niet kapot waren.

Dat is geen theorie maar een praktische waarschuwing. Een coach die na vier nederlagen zijn opstelling omgooit, zijn spelverdeler verhuist en de trainingen zwaarder maakt, heeft aan het eind van de maand een team dat én verliest én niet meer weet waar het staat. De verandering is dan het probleem geworden.

Dit artikel gaat daarom alleen over de vraag die vóór het plan komt: wat zeggen de uitslagen die je al hebt? Wat je doet zodra je weet dat er echt iets kapot is — de volgorde van ingrijpen, wat je juist niet verandert en hoe je het team erdoorheen praat — staat in het plan om een negatieve reeks te doorbreken. Begin daar pas aan als dit stuk je erheen stuurt.

Je hebt er geen app voor nodig: de uitslagen, de stand van de poule en een vel papier zijn genoeg.

Setstanden zeggen meer dan uitslagen: 25-20 is iets anders dan 25-12

Een uitslag van 0-3 zegt bijna niets. Drie sets van 20-25 en drie sets van 12-25 leveren dezelfde uitslag op en zijn twee volstrekt verschillende wedstrijden. In het eerste geval kom je per set vijf punten tekort, in het tweede dertien.

Zet daarom je laatste vijf wedstrijden onder elkaar, maar dan per set. Schrijf achter elke set hoeveel punten je tekortkwam. Meer heb je niet nodig. Wat je zoekt is de spreiding:

Die grenzen zijn een leeshulp, geen norm. Zit het meeste ertussenin, dan zegt de volgende stap meer dan deze.

Let op één valkuil: een set van 23-25 die je verloor ná een voorsprong van 20-15 is iets anders dan een set die van begin tot eind gelijk opging. Het eindverschil is hetzelfde, de oorzaak niet. Daarvoor heb je het verloop nodig en niet alleen de eindstand — daar komen we bij het eerste signaal hieronder op terug.

Tegen wie speelden jullie? De poulestand als halve verklaring

De tweede stap is snel gedaan en verklaart vaak al een groot deel. Pak de stand van je poule en kijk waar de teams staan waar je tot nu toe tegen hebt gespeeld.

Het komt voor dat de eerste helft van een programma toevallig zwaar is. Vijf nederlagen tegen vijf teams uit de bovenste helft is een programma, geen prestatie-indicatie. Pas als er teams bij zitten uit de onderste helft, en je verliest daar ook van, weet je iets.

Drie dingen om op te schrijven:

  1. Hoeveel van je tegenstanders tot nu toe staan in de bovenste helft van de stand? Waren het alleen teams uit de bovenste helft, dan weet je nog niets.
  2. Hoe hebben die tegenstanders van elkáár gewonnen? Verliest de nummer twee ook met 20-25 van de nummer één, dan zit jouw 20-25 gewoon in het normale beeld van deze poule.
  3. Staat er een team in de stand met vergelijkbare setstanden als die van jullie? Zo ja, dan heb je een spiegel: kijk wat er in de onderlinge wedstrijd gebeurde.

Er is nog een derde laag die vaak wordt overgeslagen: de weken zelf. Ziekte, examens, vakantie, een lange reis naar een uitwedstrijd, twee trainingen die uitvielen — schrijf per wedstrijd op met hoeveel spelers je aankwam en of je in de week ervoor volledig hebt kunnen trainen. Een reeks die samenvalt met een halfvolle zaal op de training is geen niveauprobleem.

Wedstrijdoverzicht in de Koach-app: gespeelde wedstrijden met per wedstrijd de uitslag en alle setstanden, en daarboven de knop Wedstrijden vergelijken
Per wedstrijd de uitslag en alle setstanden op één regel. Een 1-3 met verloren sets van 25-27, 22-25 en 20-25 is een wedstrijd die binnen vijf punten per set bleef — dat zie je hier in één blik, zonder je geheugen.

Drie signalen dat er wél iets te repareren valt

Zeggen de setstanden en de poulestand dat je thuishoort waar je staat, dan zoek je verder in de wedstrijd zelf. Er zijn drie signalen die je zonder statistiekprogramma kunt zien, met een vel papier en één persoon op de bank die turft.

Signaal 1: het verschil ontstaat in één stuk. Laat iemand op de bank om de paar punten de tussenstand opschrijven. Zie je dat het bij 12-12 gelijk stond en bij 12-18 niet meer, dan is de set niet verloren in de slotfase maar halverwege. Zo'n reeks van zes punten achter elkaar heeft vaak één aanwijsbare oorzaak: één serveerder die jullie niet opvingen, één rotatie, of een moment waarop het hoofd eruit ging.

Signaal 2: één rotatie kost structureel meer. Laat iemand per rotatie turven hoeveel punten je wint en verliest terwijl de tegenstander serveert. Loopt er één rotatie ver achter bij de andere vijf, dan heb je iets concreets. Hoe je die rotatie eruit haalt en wat je er daarna mee doet, staat in de zwakste rotatie vinden.

Signaal 3: de tegenstander hoeft er weinig voor te doen. Turf een set lang wie het punt maakte: kwam het uit een aanval, een blok of een service van hen, of uit een fout van jullie? Komt de meerderheid uit eigen fouten — service in het net, aanval uit, vier keer spelen, netfout — dan is het niveauverschil kleiner dan de uitslag suggereert. Dit is het signaal met de meeste ruimte, want eigen fouten zijn het snelst te beïnvloeden.

Wijst een van de drie ergens naar, pak dan één wedstrijd waarin het speelde en zoek die helemaal uit met de wedstrijdanalyse in vijf stappen: van de punten die je zelf weggaf tot het kantelpunt in de slotfase. Vind je op geen van de drie iets, dan is dat óók een uitkomst: dan heb je bewijs dat er niets kapot is.

Turf één ding per wedstrijd, niet drie. Een bankspeler die tegelijk het verloop, de rotaties en de fouttypes moet bijhouden, levert je drie onbetrouwbare lijstjes op. Kies er één per wedstrijd en houd dat vol tot je het patroon ziet. Drie wedstrijden met één cijfer zeggen meer dan één wedstrijd met drie cijfers.

Als het het niveau is: waar je dan wél op stuurt

Blijkt uit de setstanden en de poulestand dat je tegen betere teams speelt, dan is de uitslag voorlopig geen bruikbaar doel. Een team dat elke week hoort dat het verloren heeft, stopt op den duur met luisteren. Je hebt dus iets anders nodig om aan af te meten of het beter gaat.

Wat daarvoor werkt, zijn doelen die je binnen één wedstrijd kunt halen en die niet van de tegenstander afhangen:

Noem die doelen vóór de wedstrijd, en bespreek ze na afloop in dezelfde volgorde. Hoe je dat gesprek met cijfers voert in plaats van met indrukken, staat in de nabespreking met data. En verwar dit niet met wat je zegt in de eerste minuten na een zware nederlaag: dat is een ander gesprek, en dat staat in wat je zegt na een zware nederlaag.

Leg de uitkomst van deze analyse ook vast voor je club. Als je aan het eind van het seizoen kunt laten zien dat je in bijna elke set tien punten of meer tekortkwam, is dat een veel sterker argument voor een andere indeling dan de zin dat het te zwaar was.

Wat je in Koach terugziet — en wat de app niet zegt

Heb je je wedstrijden live in Koach gescoord, dan staan de meeste van deze cijfers er al. Het wedstrijdoverzicht bewaart de setstanden en het wedstrijddetail het verloop per set, zodat je 20-25 en 12-25 uit elkaar houdt zonder je geheugen. De momentumlijn laat per set zien waar het kantelde, en dat is meestal niet bij 24-22 maar veel eerder. Side-out per rotatie staat op het dashboard, met het aantal gemeten rally's erbij, zodat je ziet of het cijfer iets voorstelt — hoe je dat percentage leest, staat in het side-outpercentage. Tijdens de wedstrijd noemt het time-outblad al de zwakste rotatie en het fouttype dat in dat stuk het vaakst voorkwam. En vanaf twee gespeelde wedstrijden kun je wedstrijden naast elkaar leggen.

Vier grenzen horen erbij, en die moet je kennen voordat je de cijfers leest. De app zegt niet wát je moet veranderen; hij levert de getallen, de keuze blijft van jou. Side-out wordt alleen berekend over rally's waarin de tegenstander serveert, en de verdeling per rotatie werkt alleen als je een spelverdeler hebt ingesteld — zonder spelverdeler komt alles op één hoop. Er is geen breakpercentage. En een wedstrijd die je hebt afgerond, houdt het cijfer dat toen berekend is: met terugwerkende kracht herberekenen kan niet. Dat laatste betekent iets ongemakkelijks: als je pas begint te scoren nu de reeks al loopt, heb je geen vergelijkingsmateriaal van daarvoor.

Wil je bij de volgende reeks wél iets hebben om naar te kijken: scoor je komende twee wedstrijden live mee en leg ze daarna naast elkaar. Dan verander je iets op basis van een cijfer in plaats van op gevoel. Je kunt Koach 14 dagen gratis proberen.

Veelgestelde vragen

Mijn team verliest elke wedstrijd — waar begin ik?

Niet bij je opstelling, maar bij de uitslagen die je al hebt. Zet je laatste wedstrijden per set onder elkaar en schrijf achter elke set hoeveel punten je tekortkwam. Leg daar de poulestand naast: speelde je tot nu toe alleen tegen de bovenste helft, dan weet je nog niets. Pas als de sets dichtbij zijn én je ook van vergelijkbare teams verliest, is er iets in je eigen spel te zoeken.

Hoeveel wedstrijden heb je nodig voordat een cijfer iets zegt?

Dat hangt niet af van het aantal wedstrijden maar van het aantal gemeten rally's. Een side-outpercentage dat over een handvol rally's in één rotatie is berekend, schommelt te veel om iets van te vinden. Kijk daarom altijd naar het aantal rally's dat achter het cijfer zit; in Koach staat dat er bij. Een patroon dat je in drie wedstrijden terugziet, is betrouwbaarder dan een uitschieter in één.

Hoe weet ik of we in een te hoge poule zijn ingedeeld?

Kijk naar het puntverschil per set, niet naar de uitslagen. Kom je in vrijwel elke set tien punten of meer tekort, en geldt dat ook tegen de teams onder in de stand, dan speel je structureel boven je niveau. Zijn de meeste sets binnen vijf punten, dan hoor je er thuis en verlies je momenten in plaats van wedstrijden. Leg dat overzicht ook voor aan je club als je over de indeling van volgend seizoen praat.

Welke cijfers kan ik nog terugkijken als ik niet live gescoord heb?

Alleen wat er op het wedstrijdformulier of in de uitslagen staat: de setstanden en de eindstand. Dat is minder dan je zou willen, maar genoeg voor de eerste twee stappen uit dit artikel — het puntverschil per set en de vergelijking met de poulestand. Het verloop binnen een set, de rotaties en de fouttypes zijn achteraf niet meer te reconstrueren, dus daarvoor moet je vanaf de volgende wedstrijd beginnen met turven of scoren.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.