Wedstrijdanalyse volleybal: in vijf stappen vinden waar de sets verloren gingen
Wedstrijdanalyse in het volleybal begint meestal de ochtend na een verloren wedstrijd: je weet wel dát het misging, maar niet waardoor. Juist dan strandt de analyse vaak bij de eerste indruk — we speelden slecht, we waren er niet bij — en met die conclusie kun je op de eerstvolgende training niets. Hieronder staan vijf lekken in een vaste volgorde. Elk lek is één vraag, met daarachter het cijfer dat de vraag beantwoordt, en je hebt er geen video voor nodig.
Wedstrijdanalyse volleybal: eerst de lekken, dan pas de oorzaken
De valkuil bij een wedstrijdanalyse in het volleybal is niet dat je te weinig ziet, maar dat je te vroeg iets vindt. Je herinnert je twee blokken die je om de oren kreeg en drie ballen die uit vielen, en die vijf momenten bepalen het verhaal. De set die je met 23-25 verloor omdat je in één rotatie nooit aan een aanval kwam, laat geen beeld achter en valt dus buiten je conclusie.
Daarom een vaste volgorde. Vijf lekken, in deze volgorde, omdat ze in die volgorde lastiger te repareren worden: aan de punten die je zelf weggaf werk je op de eerstvolgende training al, de slotfase van een set verander je het langzaamst.
- Punten die je zelf weggaf. Hoeveel punten kreeg de tegenstander zonder ervoor te spelen?
- Receptie en side-out. Kwam je uit de service van de tegenstander nog aan een fatsoenlijke aanval?
- Eén rotatie. Verloor je gelijkmatig, of stapelde het verlies zich op in dezelfde opstelling?
- Service en punten op eigen service. Leverde je eigen service iets op behalve fouten?
- Het kantelpunt. Op welk moment liep de set weg, en wat gebeurde daar?
Reken op twintig minuten, en doe het niet op de avond zelf. Een analyse die je maakt terwijl je nog boos of opgelucht bent, bevestigt vooral wat je toch al dacht.
Verliezen jullie niet één maar elke wedstrijd, lees dan eerst hoe je aan de setstanden en de poulestand afleest of het aan het niveau ligt: een reeks nederlagen vraagt om een andere analyse dan één verloren avond.
Lek 1: punten die je zelf weggaf
De vraag is niet hoeveel fouten je maakte, maar hoeveel punten de tegenstander kreeg zonder dat hij er iets voor hoefde te doen. Een servicefout, een aanval in het net, een netfout bij het blok: dat zijn de goedkoopste punten die er bestaan, en ze zijn ook het snelst terug te verdienen. Belangrijk bij het tellen: een goede aanval of een ace van de tegenstander is géén eigen fout. Wie dat door elkaar haalt, komt op een getal waar niets aan te repareren valt.
Wat je zoekt is de verdeling, niet het totaal. Twaalf fouten, netjes verdeeld over zes spelers en vijf soorten: dat is een team dat een mindere dag had. Twaalf fouten waarvan er acht van hetzelfde type zijn, of van dezelfde speler: dat is een trainingsopdracht.
Scoor je de wedstrijd live in Koach, dan staat die verdeling na de laatste bal klaar in het wedstrijddetail: per foutsoort en per speler. Zonder app werkt een blaadje met vijf streepjeskolommen ook, mits iemand het een hele set volhoudt.
Hangt het aan één speler, ga dan niet meteen wisselen. Welke fouten bij een rol horen en hoe je het gesprek erover voert, staat in foutenlast per speler. Zitten de meeste fouten in de service, kijk dan niet alleen naar het aantal: hoe je de fouten naast de druk van je service legt, staat in servicestatistieken en aces.
Lek 2: receptie en side-out
De vraag hier is smal: kwam je team na een service van de tegenstander nog aan een aanval waar iets uit te halen viel? Zo niet, dan verlies je rally's die je niet eens speelt, en dat voelt tijdens de wedstrijd als pech en achteraf als niveauverschil.
Twee cijfers beantwoorden het. Het eerste is de receptie per ontvanger — wie kreeg de ballen en wat kwam eruit; hoe je dat tijdens de wedstrijd vastlegt staat in receptie bijhouden. Het tweede is het aandeel rally's dat je op service van de tegenstander alsnog wint; wat dat cijfer precies meet en hoe je het berekent, staat in side-out percentage.
Vind je hier het lek, ga dan niet meteen passoefeningen inplannen. Een instortende receptie heeft vier verschillende oorzaken die er aan de kant precies hetzelfde uitzien; welke van de vier het bij jou is, zoek je uit met de vier lekken in de receptie.
Lek 3: één rotatie die de set kostte
Een set verlies je lang niet altijd gelijkmatig. Vaak staat er één opstelling in je team waarin je drie of vier keer op rij geen punt maakt, en die serie kost de set terwijl de rest van de rotaties gewoon in orde is. Op het scoreformulier is dat onzichtbaar, want daar staat alleen de eindstand.
Het cijfer dat je nodig hebt is het aandeel gewonnen rally's per rotatie, en daarvoor moet vastliggen wie de spelverdeler is — anders weet je niet in welke opstelling je stond. Vind je één rotatie die eruit springt, dan begint het echte werk: de vier oorzaken achter zo'n rotatie en vijf reparaties staan in de zwakste rotatie vinden.
Eén wedstrijd is geen trend. Alles wat je hierboven vindt, is een aanwijzing uit één avond. Een cijfer dat in twee of drie wedstrijden terugkomt, is een lek; een cijfer dat één keer opvalt, is meestal de tegenstander. Beslis pas over je opstelling of je systeem als je het patroon twee keer hebt gezien.
Lek 4: service en punten op eigen service
De vraag: leverde je eigen service iets op behalve fouten? Een team dat alleen maar veilig serveert, geeft de tegenstander elke rally een vrije aanval en komt op eigen service moeilijk aan punten. Een team dat te veel risico neemt, geeft de punten meteen weg. Tussen die twee zit je serveerbeleid.
Kijk naar twee dingen. Ten eerste waar je punten vandaan kwamen: uit aanval, uit blok, uit service of uit fouten van de tegenstander. Ten tweede naar de langste reeksen punten die je op eigen service maakte, per speler — daarin zie je welke serveerder de tegenstander daadwerkelijk in de problemen bracht. Wat zo'n reeks zegt en hoe je hem leest, staat in servicereeksen op eigen service.
Scoor je nauwelijks op eigen service terwijl je wel in de rally komt, dan zit het lek niet in de service zelf maar in wat erna gebeurt: in de breakfase. Drie plekken om te kijken: waar je naartoe serveert (doelgericht serveren), hoe je blok staat als de bal terugkomt (het blok organiseren) en of je na een verdedigde bal nog een aanval opbouwt (transitie-oefeningen).
Lek 5: het kantelpunt in de slotfase
Sets die je met twee of drie punten verschil verliest, lijken op pech en zijn dat lang niet altijd. Vaak is er één moment waarop de tegenstander vier of vijf punten achter elkaar pakt, en staat de rest van de set gelijk op. De vraag is dus niet waarom je verloor, maar wat er precies bij die serie gebeurde: wie serveerde er, in welke rotatie stond je, en wat ging er op de vloer mis.
Het scoreverloop van de set beantwoordt dat. Hoe je zo'n verloop als coach terugleest, staat in het scoreverloop teruglezen; hoe je het kantelpunt in de lijn van een set terugvindt, in de momentum-lijn van een wedstrijd. Wil je er tijdens de wedstrijd al iets mee, dan is de setpauze het moment: wat je daar op één scherm kunt zien staat in de setpauze tussen twee sets.
Hier houdt de analyse op en begint iets anders. Wat je van deze vijf lekken met je spelers bespreekt, in welke volgorde en hoeveel cijfers je meeneemt, is een apart gesprek met eigen regels — dat staat in de wedstrijdnabespreking met cijfers. Een analyse van twintig minuten wordt geen nabespreking van twintig minuten.
Twee dingen laat je bewust liggen. Het rapport per speler lees je apart en met andere vragen; daarvoor is statistieken per speler lezen de plek. En het patroon over een reeks wedstrijden hoort in de seizoensanalyse, niet in de analyse van één avond.
Wat deze vijf stappen kosten, hangt vooral af van wat je tijdens de wedstrijd hebt vastgelegd. Hield je niets bij, dan doe je het uit je hoofd en kom je vaak niet verder dan één of twee van de vijf lekken. Scoorde je live mee in Koach, dan staan de foutverdeling, de side-out per rotatie (met een ingestelde spelverdeler), de punten per type, de servebeurten en het scoreverloop van elke set na afloop in het wedstrijddetail, plus de receptie als je die intikte, en kun je vanaf de tweede wedstrijd twee wedstrijden naast elkaar leggen. De analyse blijft jouw werk — het opzoeken niet.
Veelgestelde vragen
Hoe snel na de wedstrijd maak je de analyse?
Niet op de avond zelf, en niet later dan een paar dagen erna. Vlak na afloop kleuren de laatste twee rally's je hele oordeel; na een week weet niemand meer waar een serie vandaan kwam. De dag erna is meestal het beste moment: de beelden zitten nog in je hoofd, de emotie is eruit, en je hebt nog ruimte om de eerstvolgende training aan te passen.
Welke cijfers heb je minimaal nodig als je niet alles bijhoudt?
Twee. Het aantal punten dat je zelf weggaf, gesplitst naar soort, en de setstanden met de momenten waarop er drie of meer punten achter elkaar vielen. Met die twee kom je bij lek 1 en lek 5, en dat zijn ook de twee lekken waar je op de eerstvolgende training direct iets mee kunt. De rest kun je er later bij nemen.
Wat als elke set door iets anders verloren ging?
Dan is dat zelf de uitkomst en leg je de wedstrijd weg. Een team dat in de eerste set op service instort en in de derde op receptie, heeft geen lek maar een schommelend niveau, en dat repareer je met trainingsopbouw en niet met een tactische ingreep. Bewaar de cijfers en kijk na twee of drie wedstrijden of er alsnog iets terugkomt.
Deel je de analyse met je spelers?
Niet in deze vorm. Vijf lekken met cijfers erbij is materiaal voor jouw trainingsplan, niet voor een teamgesprek: spelers haken af bij de derde tabel. Wat je wél met het team deelt, is een kleine selectie met een eigen opbouw, en die maak je pas als de analyse af is. Neem daarin alleen mee wat spelers zelf kunnen beïnvloeden, en koppel het aan wat je op de training gaat doen.
Kun je een wedstrijd analyseren zonder video?
Ja, en voor de meeste amateurteams is dat ook de enige haalbare vorm. Vier van de vijf lekken hierboven volgen uit tellingen die je tijdens de wedstrijd of achteraf uit het scoreverloop haalt. Video helpt vooral bij het vijfde lek, omdat je daar wilt zien wát er bij een serie gebeurde, maar ook dat kun je vervangen door tijdens de wedstrijd bij elke serie van drie punten één woord op te schrijven.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


