Volleybalcoach Dennis Boekhout (28) over notities per speler: waarom er een datum bij hoort, hoe je ze formuleert en wat hij bewust nooit vastlegt.
Elke coach kent het moment. Je spreekt in oktober met een speler af dat hij het een maand op diagonaal mag proberen, en in maart weet je niet meer of dat nou drie weken of drie maanden geleden was. Afspraken met spelers bijhouden is geen administratie voor de vorm: zonder datum verdwijnt een afspraak in de ruis van een seizoen.
Dennis Boekhout houdt per speler notities bij in Koach, met de datum erbij. Een gesprek over hoe je zo’n notitie formuleert, waarom de speler hem niet ziet, en wat er nooit in hoort.
“Bij precies één. In oktober had ik met een speler afgesproken dat hij het een maand op diagonaal mocht proberen. Ik wilde na die maand terugkijken of het klopte wat ik dacht te zien. In maart wist ik echt niet meer wat ik in oktober met hem had afgesproken. Had ik het teruggekoppeld? Was die maand ooit afgelopen? Geen idee.
“En dat is niet erg omdat ík iets kwijt ben. Het is erg omdat hij het wél onthouden had. Een speler van zeventien weet precies wat zijn coach hem beloofd heeft.”
“Van alles, en dus niks. Een briefje in mijn tas dat na de wasbeurt nog steeds in die tas zat. Berichtjes aan mezelf in de groepsapp, tussen de aanmeldingen door. En vooral mijn geheugen, dat ik zwaar overschatte. Ik ben een coach, geen archivaris, dacht ik. Nou, je bent allebei een beetje.” [lacht]
“Zo saai mogelijk, en dat is een compliment. Je opent een speler, je typt een zin in het veld, je tikt op de plus. Meer is het niet. De app zet de datum van vandaag erbij en de notitie komt bovenaan op zijn kaart te staan.
“Die datum is het halve verhaal. Eén notitie is een indruk. Drie notities met maanden ertussen zijn een lijn. Pas als ik terugleest wat ik in oktober, december en maart over dezelfde speler schreef, zie ik of er iets beweegt — of dat ik drie keer hetzelfde heb opgeschreven zonder er iets aan te doen.”
“Nee, en dat is expres. Herstel ik een typefout, dan hoort die notitie nog steeds bij de dag waarop ik hem schreef. Anders staat je hele tijdlijn scheef en klopt het verhaal niet meer.
“Weggooien kan ook, en dat kun je meteen ongedaan maken. Je wilt niet dat een half seizoen aantekeningen verdwijnt door één misgetikte veeg in de bus naar een uitwedstrijd.”
“Een waarneming of een afspraak, het liefst allebei in één zin. ‘Sprong-serve wordt stabieler, volgende stap is de plaatsing’ is een waarneming. ‘Afgesproken: elke training een kwartier extra aanval op tempo’ is een afspraak. Die tweede soort is de belangrijkste, want daar houdt híj mij aan.
“En ik hang het aan de speler, niet aan de training. Een training is voorbij; een speler is er volgend seizoen nog. Zijn positie, zijn persoonlijke doel, zijn cijfers en mijn notities staan daardoor op één kaart bij elkaar.”
“Ja: zou ik deze notitie over een half jaar durven voorlezen aan de speler en aan zijn ouders? Zo niet, dan is hij verkeerd geformuleerd. Niet omdat de inhoud fout is, maar omdat ik dan een oordeel heb opgeschreven in plaats van een waarneming.
“‘Is lui’ is een oordeel. ‘Derde training op rij als laatste binnen, besproken’ is een waarneming. Die tweede kan ik hardop voorlezen. Die eerste zou ik aan een keukentafel nooit zo durven zeggen, en dan hoort hij ook niet in een app.”
“Alles wat niet over volleybal gaat. Gezondheid, thuissituatie, een scheiding, geld. Ik hoor dat soms, want een coach is nu eenmaal een volwassene die er elke week staat. Maar het hoort in mijn hoofd, niet in een app.
“Hier staan namen en aantekeningen over kinderen in. Dat is bij alles wat ik gebouwd heb de bovenste regel geweest. Zelfs onze eigen foutmeldingen sturen bewust alleen wát er misging en nooit wát er was ingevuld.”
“Nee. Wie als lid aan het team hangt — de spelers dus — krijgt het notitieblok niet te zien. Hij ziet zijn eigen aanwezigheid, zijn punten, zijn wedstrijden en zijn doel. Dat is van hem. Mijn aantekeningen zijn werkmateriaal van de coach.
“Dat klinkt misschien achterbaks, maar het is het omgekeerde. Juist omdat het geen meeleesmateriaal is, durf ik op te schrijven wat ik écht denk over een volgende stap. En wat hij moet weten, hoort hij van mij in de zaal — niet via een melding op zijn telefoon.”
“Ja, en dat vertel ik liever zelf. Het notitieblok was netjes verborgen voor een lid, maar onderaan datzelfde profiel stond een exportknop. Die zet een speler in een bestandje — naam, rugnummer, positie, cijfers — en daaronder gewoon alle notities met hun datum. Een speler die zijn eigen kaart opende, kon dus alsnog lezen wat ik over hem had opgeschreven.
“Die knop is nu net zo verborgen als het notitieblok zelf. Zo’n fout maak je in twee regels code en zie je pas als je één keer inlogt zoals je spelers inloggen. Sindsdien doe ik dat vaker.”
“Die gaan mee. Bij het indelen van de teams zegt de app dat ook met zoveel woorden: de cijfers blijven bewaard en jouw notities over een speler gaan mee naar de nieuwe trainer. Dat is precies wat je wilt, want anders begint een nieuwe coach elk jaar weer bij nul.
“Het is meteen de beste reden om die toets van net serieus te nemen. Wat jij opschrijft, leest straks iemand anders. Schrijf dus niets op waarvan je zou schrikken als je opvolger het hardop voorlas.”
“De app herinnert je nergens aan. Er komt geen seintje dat die maand op diagonaal om is. Een notitie is een aantekening, geen taak met een vinkje, en ik heb bewust niet geprobeerd er een takenlijst van te maken — dan gaan mensen vinkjes wegwerken in plaats van kijken.
“Wat ik zelf doe: voor elk spelersgesprek open ik hem één voor één en lees ik de laatste drie notities terug. Dat kost vijf minuten en het scheelt je de zin ‘eh, ik heb het gevoel dat je vooruitgaat’. Meer trucje zit er niet achter.”
Koach houdt per speler notities bij met de datum erbij, naast zijn doel, zijn aanwezigheid en zijn cijfers. Gratis te proberen: zet je selectie op en schrijf je eerste notitie na de training van vanavond.
Probeer Koach gratis