Coachen met je telefoon: kijk je dan nog wel? | Koach
Koach Koach
Interviews
Interview · 13 september 2026

“Als ik de hele set naar mijn scherm kijk, ben ik geen coach maar een teller”

Over de prijs van live statistieken: hoeveel blikken een punt kost, wat er tijdens de rally op het scherm mag staan en wanneer je het tikken weggeeft.

Langs de lijn

Het bezwaar komt bijna altijd op hetzelfde neer: coachen met je telefoon in je hand, kijk je dan nog wel naar de wedstrijd? Het is de eerste vraag die coaches stellen die twijfelen over live statistieken, en het is een terechte vraag. Wie tikt, kijkt even niet. En precies in die seconde valt de bal.

Dennis Boekhout, die Koach bouwde en er zelf elke week een jeugdteam mee coacht, gaat in dit gesprek niet om de prijs heen: wat het kost, hoe klein hij het heeft gemaakt, en wanneer hij het scoren gewoon weggeeft.

Het bezwaar dat coaches als eerste noemen: zit je dan niet de hele wedstrijd op je telefoon in plaats van te coachen?

“Dat is een terecht bezwaar, en ik ga het niet wegpoetsen. Elke tik kost een blik. Als ik de hele set naar mijn scherm kijk, ben ik geen coach maar een teller. Die zin is de meetlat geworden voor alles wat ik aan het live scoren heb gebouwd.

“De vraag was dus nooit ‘hoeveel kan ik vastleggen?’ maar ‘met hoe weinig kom ik weg?’ Alles wat langer duurt dan een halve seconde, hoort niet in een wedstrijd thuis.”

Hoe klein is een registratie geworden?

“Een punt voor ons zijn twee keuzes. Ik tik op de plus onder onze stand, er schuift een blad omhoog met de zes spelers die in het veld staan: wie scoorde het punt? Daarna stap 2: hoe het viel — aanval, blok of service. Klaar, het blad valt dicht.

“En een fout van de tegenstander is één tik: onderaan datzelfde blad staat ‘Fout tegenstander’, en daarmee is het punt geboekt. Dat is in een jeugdwedstrijd het meest voorkomende punt, dus dat moest het kortste zijn.”

Het blad ‘Wie scoorde het punt?’ schuift over het scorebord heen bij 8-6, met de zes veldspelers met hun rugnummer en onderaan de knop Fout tegenstander.
Stap 1 van 2 — stap 2 komt alleen als het punt van ons was; de knop onderin slaat hem over.

En als het punt tegen is?

“Dan kan het net zo kort. Was het gewoon een goede bal van de tegenstander, dan is er één knop en verder niets — er hoeft geen speler bij. Wil ik de fout wél kwijt, dan kies ik wie hem maakte en wat het was: servicefout, aanvalsfout, slechte pass, te laat, netfout. Maar dat is een keuze, geen verplichting.

“Er staat ook altijd ‘Onbekend / niet toewijzen’ tussen. Dat zit er expres in, voor de rally’s waarin je het gewoon niet zag. De stand klopt dan nog steeds, alleen hangt de fout aan niemand. Liever dat, dan een speler een fout aanrekenen die hij niet maakte.”

Wanneer tik je dan? Toch tijdens het spel?

“Nooit terwijl de bal in het spel is, en dat is denk ik het belangrijkste antwoord van dit hele gesprek. Ik tik als de bal dood is, in die paar seconden waarin iedereen terugloopt en de scheids naar de service wijst. Die ruimte zit in elke rally, ook in een jeugdwedstrijd.

“Mis ik er toch een omdat er iets gebeurt in de zaal, dan tik ik twee punten achter elkaar in. De volgorde klopt nog steeds; aan een punt hangt geen klok.”

Wat staat er tijdens een set eigenlijk op je scherm?

“Bijna niets, en dat is expres. De stand, wie er aan service is, de servicevolgorde als een rij nummers, en daaronder de zes plekken met wie waar staat. Er loopt ook een dun momentumlijntje mee onder het bord, maar tijdens een rally zie ik alleen de cijfers.

“Eén uitzondering heb ik er zelf in gelaten: serveert dezelfde speler drie punten op rij, dan verschijnt er een klein vlammetje met zijn naam en het aantal. Niet omdat het statistiek is, maar omdat je zo’n reeks in de zaal voelt en het fijn is om te zien hoeveel het er inmiddels zijn.”

Het live-scorebord bij 16-6 in set 1, met de servicevolgorde, een oranje chip ‘Lars ×8’, een momentumlijntje en daaronder de zes veldspelers met hun plek.
Acht punten op rij op de service van Lars: dat vlammetje is het enige wat er ongevraagd bij komt.

Er zijn ook schermen die je tijdens een wedstrijd nooit opent.

“Klopt. Tijdens een set open ik geen spelersprofiel, geen seizoenscijfers, geen grafiek. Dat is nabespreekmateriaal. Als ik in set twee sta te lezen hoe iemand er dit seizoen voor staat, ben ik met het verkeerde bezig.

“Het opstellingsbord sla ik wel open, maar alleen op de momenten waarop dat hoort: bij een wissel en in de setpauze. Zes wissels per set is wat de regels je geven — dat zijn zes korte momenten, geen doorlopend gesprek met je telefoon.”

Je geeft het scoren ook weleens helemaal weg.

“Ja, en dat is misschien wel de eerlijkste oplossing. In het wedstrijdscherm zit onderaan een blok Score bijhouden. Daar machtig ik een lid met een gekoppeld account: een geblesseerde speler die ernaast zit, of iemand die die avond niet speelt. Die houdt op zijn eigen telefoon de score en de statistieken van deze wedstrijd bij.

“Het komt gewoon in mijn app binnen en ik hoef zelf niets te doen. Hij ziet trouwens een ander scherm dan ik: twee knoppen, punt voor ons en punt tegen, en daarna wie en hoe. Geen veld, geen opstelling — dat hoeft hij niet te snappen.”

Het wedstrijdscherm vóór de start: de aanwezigheidslijst met vinkjes, de knop Starten, de opties Bewerk en Verzetten, en onderaan het kopje Score bijhouden.
Onderin hetzelfde wedstrijdscherm begint het blok Score bijhouden — daar geef je het tikken uit handen.

Wat lever je in als iemand anders het doet?

“De punten en de fouten per speler komen gewoon binnen, dus de nabespreking staat er. Wat je mist zijn de dingen die van het veld afhangen: speeltijd per speler, de langste servebeurt, side-out per rotatie. Daarvoor moet je weten wie op dat moment waar stond, en dat weet zijn scherm niet.

“Dat vind ik een prima ruil. Liever het grootste deel van de cijfers en een coach die kijkt, dan alles compleet en een coach die de hele set naar beneden staart.”

En als er niemand is om het aan te geven?

“Dan score ik niet live. Punt. Dat mag, en ik doe het zelf ook: bij een toernooi met vijf korte wedstrijden achter elkaar houd ik niets bij. Achteraf vul ik de uitslag met de hand in — dat kan dagen later nog. Je typt de setstanden in, en daarna opent meteen het blad waarop je per speler de punten en de fouten zet.

“Dan heb je geen rally-voor-rally-verhaal, geen momentum en geen side-out per rotatie. Maar de wedstrijd staat er, de uitslag telt mee in het seizoen, en de speler ziet hem op zijn profiel. Dat is oneindig veel beter dan een gat in je seizoen omdat je die dag geen zin had in je telefoon.”

Het detail van een gespeelde oefenwedstrijd: 3–2 gewonnen, de vijf setstanden onder elkaar tot en met 15-12, 110 punten en 20 fouten, en daaronder de stemming voor Player of the Match.
Een uitgespeelde vijfsetter, tot en met de 15-12 in de beslissende set — de kop van een wedstrijd die af is.

Welk moment verdient het scherm dan wél?

“De time-out. Je hebt er twee per set en je hebt dertig seconden. Als ik er een neem, klapt er een kaart open met wat er sinds het begin van de set — of sinds de vorige time-out — is gebeurd: hoeveel rally’s, punten voor en tegen, welke fout het vaakst voorkwam en welke rotatie het slechtst draait.

“Dat zijn precies de dingen die ik in mijn hoofd niet betrouwbaar bijhoud. Ik denk ‘we maken veel servicefouten’ terwijl er twee keer te laat werd ingelopen. Als ik dertig seconden heb om iets te zeggen, wil ik dat het klopt. Daarna tik ik op Verder spelen en is het scherm weer weg.”

De time-outkaart schuift over het scorebord bij 7-7: 14 rally’s sinds het begin van de set, 7 punten voor en 7 tegen, meeste fouten ‘Te laat’ (2), zwakste rotatie R1, en daaronder punten per type en de foutverdeling.
Dertig seconden, één kaart: het enige moment in een set waarop het scherm meer mag zijn dan een teller.

En de setpauze?

“Dat is het tweede moment. Tussen twee sets krijg ik een setpauzescherm: de setstanden tot dan toe, wie er begint met serveren, en het bord om de zes plekken opnieuw in te vullen. Zolang het opstellingsbriefje nog niet is ingeleverd, is een nieuwe opstelling bij setbegin geen wissel — dat kost je er dus geen.

“Daar mag het scherm de tijd nemen, want er wordt niet gespeeld. Dat is het hele idee: het scherm krijgt de momenten waarop de bal stilligt, en verder niets.”

Wat zou je zeggen tegen een coach die dit leest en twijfelt?

“Doe één set. Niet de hele wedstrijd, één set. Binnen twintig minuten weet je of het je uit je wedstrijd haalt of niet, en je loopt de setpauze in met iets om te zeggen.

“En blijft het schuren, geef het dan weg of laat het staan. De app is er om je meer aandacht voor je spelers te geven, niet minder. Doet hij dat niet, dan doet hij zijn werk niet.”

Interviews
Koach

Kijk naar de wedstrijd, niet naar je scherm

Koach is gratis te proberen. Zet je team op, score één set mee en kijk zelf of het je uit de wedstrijd haalt — of dat je bij de setpauze eindelijk iets te zeggen hebt.

Probeer Koach gratis