Volleybalcoach Dennis Boekhout legde zijn gevoel over wisselen een seizoen lang naast de telling in rally’s en sets, en kwam er bekaaid vanaf.
Vraag een coach of hij de speeltijd eerlijk verdeelt en het antwoord is bijna altijd ja. Dennis Boekhout dacht dat ook, tot hij aan het eind van een seizoen zijn eigen wedstrijden naast elkaar legde. De volgorde die eruit kwam was niet de volgorde in zijn hoofd, en de afwijking liep elke keer dezelfde kant op.
Een gesprek over tellen in rally’s in plaats van minuten, over de speler die alleen in verloren sets invalt, en over de grens tussen eerlijk verdelen en gewoon de beste zes neerzetten.
“Door het een keer op te schrijven. Aan het eind van een seizoen had ik alle wedstrijden bij elkaar staan, en ik heb voor de grap eerst zelf de volgorde opgeschreven: wie heeft dit jaar het meest gespeeld, wie het minst. Daarna pas keek ik naar de telling.”
“Boven en onder klopte het wel. Het midden niet. De speler die ik op plek vijf had gezet stond in werkelijkheid op acht. Dat zijn geen dramatische getallen, maar het is wel precies het type speler dat je kwijtraakt als je er niks mee doet.”
“Altijd dezelfde. Ik overschatte structureel hoeveel een invaller had gespeeld en ik onderschatte hoeveel een basisspeler had gespeeld. Dat komt volgens mij doordat je je de beslissing herinnert en niet de duur. Ik weet nog precies dat ik iemand erin heb gezet. Ik weet niet meer dat het bij 21-14 was.”
“Een wissel bij 21-14 is vijf rally’s. In je hoofd is het ‘hij heeft nog meegedaan’. Op papier is het bijna niks.”
“Omdat volleybal geen klok heeft. Een set kan 25-12 zijn en in een kwartier voorbij, of 31-29 en een halfuur duren. Minuten zeggen je dan niets over hoeveel bal iemand heeft gehad. Elke rally waarin een speler op het veld staat telt bij hem als één. En een set telt mee zodra hij er minstens één rally in stond.”
“Dat is ook precies hoe je het als coach ervaart. Je denkt niet in minuten, je denkt in ballen. Ze staan allebei in het lijstje, want rally’s alleen zouden verbergen hoe de sets verdeeld waren.”
“Dat is de scheefste van allemaal, en je ziet het niet aankomen. Een set die je met 25-12 verliest is 37 rally’s. Een set die je met 27-25 wint is er 52. Breng je iemand vooral in als het toch al weg is, dan staat er straks keurig ‘sets: 2’ achter zijn naam terwijl hij op een fractie van de ballen zit van iemand met diezelfde twee sets.”
“Daarom staan ze naast elkaar. Sets alleen zou ik niet vertrouwen. Rally’s alleen ook niet, want dan zie je niet of iemand vijf keer kort is ingevallen of één hele set heeft volgemaakt.”
“Dan staat op het beginscherm Speeltijd dit seizoen, met de mínste bovenaan. Dat was een bewuste keuze: de namen die je nodig hebt staan onderin zo’n lijst, dus die zet ik boven. Bij de eerste twee staat een klein labeltje: eerst starten? Dat is geen opdracht, dat is een geheugensteun voor zaterdag.”
“Onder de lijst staat in hoeveel wedstrijden het gemeten is, en dat getal is belangrijker dan het lijkt. Er zit namelijk een gat in: heb je het scoren uit handen gegeven aan iemand op de bank, dan is er van die wedstrijd geen veldopname en telt hij niet mee in de speeltijd. Dan lijkt de verdeling scheever of juist rechter dan hij is. Dat zeg ik liever hardop dan dat ik het gladstrijk.”
“Nee. En daar ga ik niet omheen draaien: op het wisselblad staat wie er beschikbaar is, met rugnummer en positie, en verder niks. Geen balkjes, geen telling van wie het minst heeft gespeeld.”
“Ik heb daar ook geen spijt van, al snap ik de vraag. Bij 21-14 wil ik geen tabel lezen. Het eerlijkheidsverhaal hoort op vrijdagavond thuis, niet op de bank met nog één punt te gaan. Wat er wél bij staat is de wisselteller — zes per set, en bij zes houdt het op.”
“Het begin van een set. Zolang het opstellingsbriefje nog niet is ingeleverd, is een nieuwe opstelling bij setbegin geen wissel — die set begint gewoon weer met nul van de zes. Dat staat in de setpauze er letterlijk bij, want ik vergat het zelf steeds.”
“Iemand die een set start, speelt sowieso een stuk of twintig rally’s. Iemand die je halverwege inbrengt moet maar afwachten. Wil je de bank echt verdelen, dan verdeel je startplekken, geen wissels.”
“Die ligt per wedstrijd anders, en dat blijft zo. In de jeugd is speeltijd een deel van de opleiding; je wordt niet beter van een bank. Maar in een vijfde set die ertoe doet zet ik de zes neer waarmee we de meeste kans hebben, en dat weten ze van tevoren.”
“Wat ik niet wil, is dat de app die beslissing overneemt. Er staat nergens een cijfer voor eerlijkheid en er komt geen waarschuwing. Hij zegt alleen: dit is wat er is gebeurd. Wat je daarmee doet, dat is coachen.”
“Eerder anders gaan voorbereiden. Ik kijk nu op vrijdag naar dat lijstje en bedenk wie ik zaterdag laat starten, in plaats van tijdens de wedstrijd te bedenken wie ik nog kwijt moet. Dat scheelt me op de bank een hoop gepieker, en het scheelt de spelers een hoop gokken.”
“Dan laat ik het zien. Dat is het hele verschil met een jaar geleden, toen ik moest zeggen: ‘ik heb het gevoel dat je genoeg speelt’. Een speler met een eigen account ziet op zijn profiel zijn eigen speeltijd, maar niet die van zijn teamgenoten. Dat is bewust — anders wordt het een ranglijst in de groepsapp.”
“Het gesprek is er ook makkelijker op geworden. Niet omdat de cijfers hem gelijk geven, vaak geven ze mij juist gelijk, maar omdat we het over hetzelfde blaadje hebben.”
“Verander de eerste drie wedstrijden niks. Alleen tellen. De verleiding is groot om na één wedstrijd de boel te gaan rechttrekken, maar één wedstrijd zegt niks — daar zit een blessure in, een 25-12, iemand die te laat was. Pas na een stuk of drie zie je een patroon, en dan pas is het het waard om je gevoel te laten corrigeren.”
Koach telt de speeltijd per rally en per set mee zodra je een wedstrijd live scoort. Na een stuk of drie wedstrijden zie je op je beginscherm wie er achterloopt.
Probeer Koach gratis