Over vierentwintig badges waarvan er maar vier over punten gaan, een stemming die het team zelf doet, en waarom er altijd een volgende trede in beeld staat.
Aan het eind van een jeugdwedstrijd is er altijd één speler die de handen op elkaar krijgt, en zijn er vijf die dat net zo goed hadden verdiend. Dennis Boekhout kent het probleem van zijn eigen bank af: de topscorer wordt vanzelf gezien, de rest niet. In Koach laat hij daarom het team de speler van de wedstrijd kiezen, en staan er vierentwintig badges die lang niet allemaal over punten gaan.
Een gesprek over de medaillekast in de app, over de twee badges die bewust uit het beeld van een speler worden gefilterd, en over een stemming waarin de coach zelf geen stem heeft.
“Omdat een topscorerslijst maar één soort speler beloont, en dat is precies de speler die toch al gezien wordt. Ik heb ze geteld toen ik ze aan het bouwen was: er zijn er vierentwintig, verdeeld over zeven categorieën, en maar vier daarvan gaan over punten. Aanvalspunten, blokpunten, servicepunten en de meeste punten in één wedstrijd. De andere twintig belonen iets heel anders.
“Ze belonen er zíjn. Een reeks trainingen op rij, het aantal jaren dat je lid bent, je eerste wedstrijd, je verjaardag. Dat klinkt misschien soft, maar het is precies wat een team bij elkaar houdt. De speler die vijf jaar lang elke dinsdag komt opdagen doet iets wat net zo moeilijk is als vijftig aanvalspunten maken.”
“Op Rij telt hoeveel trainingen je achter elkaar aanwezig bent geweest. Trouwe Speler telt de jaren dat je lid bent van de club. Debuut krijg je als je je eerste wedstrijd hebt gespeeld. Jarig verschijnt op je verjaardag, meer zit er niet achter. En IJzeren Man is de zwaarste van allemaal: élke wedstrijd én élke training, zonder één keer te ontbreken.
“De categorieën heten Prestatie, Aanwezigheid, Karakter, Loyaliteit, Team, Teamprestaties en Mijlpaal & Fun. Zet die rijtjes naast elkaar en je ziet meteen wat ik wilde: prestatie is er één van de zeven, niet de enige.”
“Mijn topscorer heeft niet de meeste badges. Dat is expres. Hij scoort, dus hij pakt Topscorer Aanval en meestal ook MVP, maar hij slaat een training over als hij moe is, hij speelt pas twee jaar bij de club, en hij is geen aanvoerder. Dat zijn allemaal badges die iemand anders wél heeft.
“De volste kast bij ons is van een middenspeler die nooit in een verslag terechtkomt. Toen ik dat voor het eerst zag staan wist ik dat het goed zat. Had de badgelijst dezelfde volgorde gegeven als de puntenlijst, dan had ik iets verkeerd ontworpen.”
“Omdat een vinkje het einde is. De meeste badges hebben vier treden: brons, zilver, goud en diamant. Om het medaillon staat een oranje ring die laat zien hoe ver je bent naar de volgende trede, en eronder staat het getal erbij — 31 van de 40 aanvalspunten, 12 van de 25 trainingen op rij. Je bent dus nooit klaar, je bent altijd ergens.
“Tik je zo’n badge open, dan zie je alle vier de treden naast elkaar met hun grens erbij: behaald, bezig, op slot. Dat vind ik eerlijker dan een verrassing. Een speler mag weten wat de volgende stap kost voordat hij eraan begint.”
“Harde Werker en Groeier. Allebei rekenen ze met de sterren die ik na een training aan iemands inzet geef. Harde Werker laat je gemiddelde zien, Groeier het verschil tussen de eerste en de tweede helft van het seizoen. Op mijn scherm staat er dan letterlijk ‘gem. 4,0’ of ‘+0,3’.
“Dat is mijn oordeel, en dat hoort niet ongevraagd in de kast van een speler te liggen. Ook niet zonder cijfer, want de trede verklapt hem net zo goed: goud betekent nu eenmaal 4,6 of hoger. Dus voor het lid zelf en voor een ouder vallen die twee eruit, en blijft er van een categorie niets over, dan verdwijnt die categorie mee. Op het spelersprofiel zie ik ze gewoon staan. Daar horen ze ook thuis: in een gesprek, niet in een vitrine.”
“Op de badge komt een oranje label NIEUW te staan dat zachtjes knippert, en als je je kast opendoet terwijl er nog iets ongezien in staat, klapt er confetti overheen. Eén keer, niet elke keer. Het label verdwijnt pas een paar tellen nadat het scherm openstaat, want anders vink je iets weg dat je nooit hebt gezien.
“En wegvinken doe je alleen bij je eigen badges. Blader ik als coach door de kast van een speler, dan blijft zijn NIEUW gewoon staan tot hij zelf kijkt. Er is trouwens nog een regel: de allereerste keer dat een team badges krijgt, worden ze niet als nieuw gemarkeerd. Anders begin je met twintig keer NIEUW op dag één en betekent het woord niks meer.”
“Dan blijft de badge staan. Een badge zakt nooit terug. Je houdt hem op het hoogste niveau dat je ooit hebt gehaald, ook als de cijfers van dit seizoen dat niet meer dragen. Dat was een bewuste keuze. Erkenning die je weer kunt kwijtraken is geen erkenning, dat is een stand.”
“Omdat ik al de hele wedstrijd aan het oordelen ben. Ik maak de opstelling, ik wissel, ik geef na de training de sterren. Als ik daarna ook nog aanwijs wie de beste was, is er geen enkel moment waarop het team iets van zichzelf mag zeggen. Dus bij Player of the Match stemmen alleen de spelers. Trainers niet, ik dus ook niet.
“En je kunt niet op jezelf stemmen. Je eigen naam staat er wel gewoon tussen, grijs, met ‘(jij)’ erachter en zonder knop. Verder is het simpel: je krijgt de lijst van iedereen die die wedstrijd heeft meegespeeld, je tikt een naam aan, en er komt nog één vraag overheen. Weet je het zeker? Want je stem is definitief.”
“Omdat het anders een peiling wordt. Kun je je stem aanpassen, dan ga je kijken wie er voorstaat en stem je daar vanzelf op mee. Dat is precies wat ik niet wil. Eén stem, één keer, en dus denk je er even over na. [lacht] Het is ook het enige moment in de app waar ik een speler dwing om te kiezen.
“De stemming staat open tot en met twee dagen na de wedstrijddag. Daarna valt hij dicht en komt de kroon met de naam eronder te staan. Is het gelijk, dan staan er gewoon twee namen naast elkaar — ik ga geen winnaar verzinnen. En heeft niemand gestemd, dan zegt het scherm dat er geen stemmen zijn uitgebracht. Ook dat is een uitslag.”
“Bij een gespeelde wedstrijd staan twee knoppen: Uitslag en Uitblinker. De uitslagkaart is de setstanden en verder niets — die licht met opzet niemand uit, want dat is een teamresultaat. De uitblinkerkaart is precies het tegenovergestelde: één naam groot, met een kroontje als de stemming een winnaar heeft opgeleverd.
“Heeft niemand gestemd, dan pakt die kaart de topscorer van die wedstrijd en staat er een ster in plaats van een kroon. Daaronder komen drie regels: de beste in aanval, de beste in service en de beste in blok, met hun getal erbij. Een categorie zonder cijfers valt gewoon weg. Liever twee eerlijke regels dan een derde met een nul erin.”
“Nee. Geen enkele. Een badge maakt van niemand een betere passer, en wie dat verwacht komt bedrogen uit. Wat het wel doet is kleiner en saaier: het geeft de speler die nooit de hoogste cijfers haalt een reden om te blijven komen. En in de jeugd is blijven komen het halve werk.
“Het geeft mij ook iets. Ik weet heus wel wie er scoort, dat zie ik vanzelf. Dat er iemand bijna twintig trainingen op rij is geweest zie ik niet, tenzij het ergens staat. Daar is die kast eigenlijk voor: niet voor de speler die al gezien wordt, maar voor de vijf die dat niet worden.”
Zet je team in tien minuten op en laat de app bijhouden wie er elke week staat, wie zijn eerste wedstrijd speelt en wie het team zelf tot speler van de wedstrijd kiest.
Probeer Koach gratis