Waarom Koach midden in de rally om twee tikken vraagt, wat die tweede tik oplevert en waar een papieren telbriefje ophoudt.
Een volleybalwedstrijd bijhouden kan op twee manieren. Je vult na afloop 25-22, 23-25 en 25-19 in en je bent klaar. Of je legt elk punt vast op het moment dat het valt: wie scoorde, en hoe. Het verschil kost je per punt één extra tik — en bepaalt of je in mei nog iets aan je seizoen hebt.
Dennis Boekhout, coach van een jeugdteam en bouwer van Koach, legt uit waarom de app er per punt twee tikken van maakt, waarom hij zelf de uitweg ‘onbekend’ inbouwde, en wat er zonder die tweede tik simpelweg niet bestaat.
“Die plusknop staat er wel. Je kunt een wedstrijd in Koach ook gewoon achteraf invullen: drie setstanden intikken en opslaan. Dat mag, en soms is het ook precies goed. Alleen krijg je er dan ook precies één ding voor terug: de uitslag.
“En de uitslag wist ik zelf ook wel. Ik stond erbij. Waar ik op maandag mee zat, was iets anders: waarom liepen we in set twee van 18-16 naar 18-23? Dat staat niet in 25-19. Dat zit in de punten ertussen, en die ben je kwijt op het moment dat je ze niet vastlegt.”
“Klein genoeg om ze staand te doen. De eerste tik is een raster met je zes veldspelers: wie scoorde het punt. De tweede is hoe het viel — aanval, blok, service. Twee knoppen van een halve duim, en de stand loopt door.
“En dat raster is slimmer dan het eruitziet. Je libero krijgt geen blokknop en geen serviceknop, want die mag volgens de regels geen van beide. Een servicepunt kan alleen bij degene die op positie 1 staat terwijl wij aan service zijn. Ik heb dat erin gezet nadat er in een testwedstrijd een ace bij iemand op positie 4 terechtkwam. Dat is geen kleine vervuiling: dat is precies de statistiek waar je op stuurt.”
“Daar was ik het strengst in voor mezelf, want dat is waar de meeste apps je laten hangen. Een punt tegen begint met één vraag: was het een goede bal van hen, of een fout van ons? ‘Goede bal tegenstander’ staat bovenaan als één brede knop. Eén tik, klaar, want daar valt niets te leren.
“Was het wél een fout, dan kies je wie, en daarna wat er misging: servicefout, aanvalsfout, slechte pass, te laat, netfout of overige. En helemaal onderin staat ‘Onbekend / niet toewijzen’. Die knop is even belangrijk als alle andere bij elkaar.”
“Omdat het alternatief liegen is. Je ziet het niet altijd. Twee spelers gaan ergens naartoe, de bal valt, en jij staat aan de verkeerde kant van het net om te zien van wie hij kwam. Dwingt de app je dan om te kiezen, dan kies je maar wat. En dat ‘maar wat’ staat in februari in de foutverdeling van een speler alsof het een meting is.
“Dus mag je die speler overslaan. Het type fout leg je nog wel vast, want dát zag je wel. En de app zegt er op het wedstrijddetail zelf bij hoeveel fouten er niet aan een speler zijn toegewezen: die tellen mee bij het type, maar niet in de spelerslijst. Liever een cijfer met een eerlijke voetnoot dan een cijfer dat mooi optelt.”
“Dat is precies de test die ik mezelf heb opgelegd. Aanval plus blok plus service plus de punten uit fouten van de tegenstander moet exact je setstand zijn. Niet ongeveer. Exact. Komt ‘Punten per type’ op 23 uit terwijl je de set met 25 won, dan is er iets stuk — niet in de set, maar in de app.
“Bij oudere wedstrijden zijn die tegenstanderfouten niet apart bewaard, en dan staat die regel er niet. De app zet er dan één zin onder: dat dit totaal daarom lager ligt dan de setstand. Ik heb lang getwijfeld of ik dat moest laten zien. Maar een getal dat niet optelt en dat niet uitleggen is erger dan het weglaten.”
“Ik draai het liever om: wat bestaat er niet zonder. Je topscorer bestaat niet. De verdeling aanval-blok-service per speler bestaat niet. De foutverdeling bestaat niet, dus ‘meeste fouten’ op de time-outkaart ook niet. Speeltijd bestaat niet, want de app weet dan niet wie er in het veld stond toen het punt viel.
“En ‘Vorm (laatste 3)’ bestaat niet, want dat is niets anders dan drie wedstrijden naast elkaar. Dat zijn geen extra functies die ik erbij heb verzonnen. Het is allemaal dezelfde tik, later teruggelezen.”
“Dat kan gewoon, en ik ga daar niemand op aankijken. Er zijn avonden met vier wissels, een blessure en een stuurloze set tegelijk. Dan tel je de set uit op het bord en vul je hem thuis in.
“Eén ding moet je dan wel weten, en de app waarschuwt je er ook voor: overschrijf je een wedstrijd die wél live is gescoord daarna handmatig, dan vervangt dat de totalen per speler en zijn de setgegevens weg. Momentum, speeltijd, de cijfers per set. Weg is weg. Dat is zowat de enige plek waar ik echt een waarschuwing heb ingebouwd.”
“Omdat dat het eerlijkste vergelijkingsmateriaal is. Een telbriefje is honderd jaar oud, het werkt altijd, het heeft geen batterij nodig en niemand hoeft eerst in te loggen. Het bewaart de uitslag perfect.
“Maar het bewaart geen verloop. Het weet niet dat jullie drie sets lang uit rotatie 2 niet uit de side-out kwamen. Het telt niet hoeveel rally’s een invaller heeft gespeeld. Het legt vast wát er is gebeurd, niet hoe. Dat is geen kritiek op papier — dat is gewoon wat papier is.”
“Dan tik je ‘Ongedaan maken’. Die knop staat naast de time-out, en hij zet het laatste punt terug: de stand, wie er aan service is, het veld. Ik gebruik hem elke wedstrijd wel een keer of twee.
“En als het echt te druk is om zelf te tellen, geef je het weg. Je kunt een speler met een gekoppeld account machtigen om de score bij te houden; die doet het dan op zijn eigen telefoon en jij ziet de wedstrijd daarna gewoon in de app staan. Een geblesseerde speler op de bank is daar meestal de allerbeste in. [lacht]”
“Als je er coaching voor moet inleveren. Dat meen ik. Een team van twaalfjarigen dat voor het eerst in een competitie speelt heeft geen foutverdeling nodig; dat heeft jou nodig, kijkend, aan de zijlijn. Zet de setstanden erin en klaar.
“Maar zodra je gaat sturen — deze speler moet meer ballen, die rotatie loopt vast, dit moet beter zijn voor de kerst — heb je verloop nodig. En verloop kun je niet achteraf verzinnen. Het bestaat alleen als je het op het moment zelf hebt opgeschreven.”
“Vorig seizoen zag ik bij een speler dat zijn aanvalspunten stegen en zijn aanvalsfouten óók. Kijk je alleen naar zijn punten, dan is dat een speler in vorm. Zie je allebei de lijnen, dan is het iemand die harder slaat en meer riskeert, en dan is de vraag niet ‘ga zo door’ maar ‘waar mag dat en waar niet’.
“Dat is één gesprek van vijf minuten, in maart, met twee grafieken ernaast. Daar doe je het voor. Niet voor de cijfers — voor dat gesprek. En als een punt één tik had gekost, wist je in mei nog steeds niks.”
Koach is gratis te proberen. Zet je selectie op, kies je opstelling en houd je eerstvolgende wedstrijd live bij — dan zie je na het laatste punt meteen wat die tweede tik oplevert.
Probeer Koach gratis