Volleybalcoach Dennis Boekhout (28) over de gedaan-stand per blok: waarom er ook ‘deels gedaan’ bij zit, en hoe de kaart ‘Vorige training’ jouw dinsdag doorgeeft aan je collega.
Zes blokken op papier, zestig minuten in de zaal. De warming-up loopt uit, de receptie vraagt om een kwartier extra, en het laatste blok staat er nog steeds als de netpalen alweer weggereden worden. Dat is geen slechte training. Dat is bijna elke training.
Het probleem komt pas een week later: je pakt je plan erbij, je begint weer bovenaan, en het blok dat vorige week bleef liggen blijft opnieuw liggen. Dennis Boekhout over het rondje achter elk blok, de teller in de kop van het programma, en de kaart waarmee je medetrainer ziet hoe jouw avond verliep.
“Elke week. Ik overschat wat er in zestig minuten past, en ik ken geen trainer die dat niet doet. Je bouwt je programma op zondagavond aan de keukentafel, waar niemand een bal verkeerd aanneemt en niemand tien minuten te laat binnenkomt.
“In de zaal loopt de warming-up uit, de receptie vraagt om een kwartier extra, en het laatste blok haal je niet. Dat is op zich niet erg. Erg wordt het pas als ik volgende week niet meer weet welk blok dat was.”
“Je begint weer bovenaan. Dat doet iedereen: je pakt je plan erbij, je ziet je warming-up staan, en je draait dezelfde volgorde nog een keer. Het blok dat vorige week als laatste stond, staat deze week weer als laatste.
“Bij mij was dat de service op zone 1. Drie weken achter elkaar het derde blok, drie weken achter elkaar niet gehaald. Als je dat opschrijft klinkt het dom. Op dinsdagavond om half elf voelt het gewoon als een training die uitliep.”
“Niks bijzonders, en dat is expres. Achter elk blok in het programma staat een rondje. Je tikt erop en de stand verandert. Geen apart scherm, geen formulier, geen knop Bewaar. Die stand reist mee met de rest van het blok.
“Dat moest zo, want het moment waarop je dit invult is het slechtst denkbare moment. Je hebt je telefoon in één hand, met de andere sleep je een net weg, en er komt een ouder naar je toe. Alles wat meer is dan één tik doe je op zo’n moment gewoon niet.”
“Omdat een vinkje liegt. Eén tik en het blok staat op gedaan, met een oranje vinkje. Nog een tik en het staat op deels gedaan: een half gevuld rondje. Nog een tik en het staat op niet gedaan, met een grijs kruisje. En tik je door, dan is het weer leeg, voor als je een keer te vaak hebt getikt.
“Die middelste is de belangrijkste. De meeste trainingen eindigen daar. Je hebt de receptie gedaan, maar niet de helft die je had bedacht. Zet je dat op gedaan, dan lieg je tegen jezelf van volgende week. Zet je het op niet gedaan, dan doe je je spelers tekort. Deels gedaan is precies wat het was.”
“Boven het programma staat wat de avond was: Programma, 60 min, 2 van 3 gedaan. Eén regel, en het is precies genoeg. Je hoeft niet langs al je blokken te scrollen om te zien of je klaar bent met bijwerken.
“Hij telt alleen de blokken die je helemaal gehaald hebt; een half blok telt niet mee, want half is niet heel. En die teller verschijnt pas zodra je het eerste rondje hebt aangetikt. Bij een training waar je niets van hebt vastgelegd staat er gewoon Programma en de minuten, zonder een nul die je een slecht gevoel bezorgt.”
“Nee, en daar heb ik langer over nagedacht dan het verdient. Het rondje verschijnt alleen bij een training van vandaag of eerder. Je vinkt niets af wat nog moet gebeuren.
“Anders krijg je het gedrag dat ik in elke takenlijst zie: mensen zetten op donderdag hun plan voor zaterdag alvast op gedaan, omdat dat lekker staat. Dan meet je je eigen voornemens in plaats van je training.”
“De vorige training, en niet meer dan dat. De datum, de focus die je eraan had gehangen, hoeveel spelers er waren en de gedaan-stand. Bij mij staat er dan: 22 september, 7 van 9 aanwezig, 2 van 3 gedaan.
“Die kaart stond er vroeger niet. De laatste training zakte gewoon de lijst in, onder het kopje Geweest, en je moest weten dat je moest zoeken. Dat doet niemand op een dinsdagavond om kwart voor zeven.”
“Ik niks. Mijn medetrainer wel. Hij staat op zaterdag, ik op dinsdag. Hij tikt die kaart aan en zit meteen in mijn avond: welke blokken er stonden, wat ervan gehaald is, en als ik iets heb opgeschreven, mijn verslag eronder.
“Dat is de hele bedoeling. Niet dat hij mijn training naleest alsof het een rapport is, maar dat hij niet met een leeg hoofd de zaal in hoeft.”
“Nee, en dat ga ik ook niet beweren. Een gedaan-stand vertelt je niet dat de sfeer beroerd was, dat twee spelers bekvechtten, of dat de receptie eigenlijk op één speler stukliep. Dat hoort in een gesprek, en dat gesprek is niet te vervangen door een rondje.
“Wat het scheelt zijn de eerste vijf minuten ervan. Die gingen altijd over wát er was gebeurd. Nu beginnen we bij wat we eraan gaan doen. Meer is het niet, en dat is al veel.”
“Nee. Geen grafiek, geen score, geen trainer van de maand. Dan maak je een cijfer van iets wat geen cijfer is. Een training waarin je twee blokken laat vallen omdat het derde eindelijk begint te lopen, is een goede training.
“Het enige wat ik ermee doe: voor de volgende training kijk ik even wat er open staat. Staat het laatste blok er met een kruisje, dan begin ik deze week dáármee. Zo kwam zone 1 na drie weken eindelijk een keer aan de beurt.” [lacht]
Koach houdt per trainingsblok bij of het gedaan, deels gedaan of niet gedaan is, en zet die stand bovenaan je tabblad Training. Gratis te proberen: bouw je programma en werk het na de training van vanavond even bij.
Probeer Koach gratis