Verschil tussen buitenaanvaller en diagonaal bij volleybal
Het korte antwoord
Het verschil tussen buitenaanvaller en diagonaal: de buitenaanvaller valt aan vanaf links en past mee in de receptie, de diagonaal valt aan vanaf rechts, staat tegenover de spelverdeler en blijft meestal uit de receptie. De buiten is de allrounder, de diagonaal de afmaker.
Het verschil tussen buitenaanvaller en diagonaal lijkt een kwestie van links of rechts. Toch vragen de twee vleugelposities een ander soort speler: de een past, verdedigt en valt aan, de ander is er om te scoren, ook uit slechte ballen. Hier staan ze naast elkaar, met de vraag wie je waar zet.
Het verschil in één overzicht
Beide posities zijn vleugelaanvallers, maar ze staan aan een andere kant van het net en hebben een andere taak in elke fase van de rally. Dit is de gangbare verdeling in een 5-1 met een libero; lagere niveaus en andere systemen wijken daar soms van af.
| Kenmerk | Buitenaanvaller | Diagonaal |
|---|---|---|
| Aanval voorin | Links, op plek 4 | Rechts, op plek 2 |
| Plek in de rotatie | Twee buitens, tegenover elkaar | Tegenover de spelverdeler |
| Receptie | Ja, met de libero | Meestal niet |
| Aanval van achteren | Vanuit het midden, de pipe | Vanaf rechtsachter |
| Blokt vooral tegen | Hun diagonaal | Hun buitenaanvaller |
| Verdedigt achterin | Op 6 of 5, naast de libero | Op 1 |
| Tweede bal | Zelden | Vaak, als de spelverdeler de eerste speelt |
| Kernkwaliteit | Stabiele pass en een aanval uit elke bal | Slagkracht, blok en rust bij fouten |
Wat elke positie afzonderlijk doet, staat uitgebreid in wat een buitenaanvaller doet en wat de diagonaal doet. Hieronder gaat het om de verschillen die je keuze bepalen.
Receptie: waarin buitenaanvaller en diagonaal vooral verschillen
In het hogere volleybal passen bijna altijd drie spelers: de libero en de twee buitenaanvallers. De diagonaal blijft eruit. Dat heeft een reden: zijn aanloop begint rechts buiten het veld, en elke bal die hij past, kost hem die aanloop. Door hem vrij te houden heb je in elke rotatie een aanvaller die zonder omweg kan aanlopen. De buitenaanvaller betaalt daarvoor de prijs: hij past eerst en loopt daarna pas aan, vaak korter en later dan hij zou willen.
Bij teams die met vier of vijf spelers passen, staat de diagonaal soms wel in de receptie, meestal als hij een betere passer is dan de zwakste buiten. Welke formatie bij jouw team past, lees je in receptieformaties met 3, 4 of 5 spelers. De vuistregel blijft: wie in de receptie staat, train je op passen én aanvallen in één beweging; wie eruit blijft, train je op scoren uit elke soort set.
Plek in de rotatie: waarom de diagonaal tegenover de spelverdeler staat
In een 5-1-systeem staat de diagonaal drie plekken van de spelverdeler af. Staat de spelverdeler achterin, dan staat de diagonaal voorin en heb je drie aanvallers aan het net: buiten, midden en diagonaal. Staat de spelverdeler voorin, dan staat de diagonaal achterin en valt hij aan van achter de driemeterlijn vanaf rechts. De twee buitenaanvallers staan ook tegenover elkaar, dus er staat er altijd één voorin, en de buiten die achterin staat, is vaak de aanvaller voor de pipe.
In andere systemen verandert het beeld. In een 4-2 staan twee spelverdelers tegenover elkaar en is er geen vaste diagonaal. In een 6-2 zetten de spelverdelers alleen vanuit het achterveld, en valt de spelverdeler die voorin staat aan op rechts: daar speelt de spelverdeler dus de rol van diagonaal.
Welke ballen krijgen ze, en tegen wie blokken ze?
Na een goede pass krijgt de buitenaanvaller een snellere bal naar links, de diagonaal een bal naar rechts, vaak achterwaarts over het hoofd van de spelverdeler. Na een slechte pass verandert het: wie niet de spelverdeler is en de tweede bal moet spelen, kijkt meestal naar links, en de hoge bal naar plek 4 is dan de makkelijkste. Daarom krijgt de buitenaanvaller veel moeilijke ballen tegen een gesloten blok. Ook de diagonaal krijgt moeilijke ballen, vooral in de transitie en als de spelverdeler zelf de eerste bal heeft moeten spelen.
In het blok staan ze tegenover elkaar. De diagonaal blokt op rechts tegen de buitenaanvaller van de tegenstander, vaak de speler die de meeste ballen krijgt. De buitenaanvaller blokt op links tegen hun diagonaal. Lengte en bloktechniek wegen voor een diagonaal dus minstens zo zwaar als slagkracht. Hoe die keuzes in het grotere plaatje passen, staat in de basis van volleybaltactiek.
Buitenaanvaller of diagonaal: welke speler zet je waar?
Twijfel je tussen twee spelers, kijk dan eerst naar de pass, dan pas naar de slag.
- Buitenaanvaller: de speler die onder druk betrouwbaar past, een hoge bal tegen een dubbelblok nog ergens kwijt kan, en daarna gewoon doorverdedigt. Hij hoeft niet de hardste slag te hebben; hij moet in elke fase bruikbaar zijn.
- Diagonaal: de speler met de meeste slagkracht, die goed blokt, die ook een te lage of te verre set nog gecontroleerd het veld in slaat, en die na een fout de volgende bal gewoon weer wil. Kan hij ook bovenhands een redelijke set geven, dan redt dat rally's als de spelverdeler de eerste bal speelt.
Een linkshandige speler komt vaak op de diagonaal terecht, omdat de set op rechts dan aan de kant van zijn slagarm aankomt en niet eerst voor zijn lichaam langs hoeft; meer daarover in linkshandig volleybal. Bij de jeugd hoef je nog niet te kiezen: laat spelers tot een jaar of vijftien beide kanten spelen, dan zie je vanzelf waar iemand het beste uitkomt.
Zet je beste passer niet op de diagonaal. Een team kan een diagonaal missen die iets minder hard slaat, maar geen buitenaanvaller die de service niet aankan. Heb je één speler die allebei kan, zet hem dan buiten en zoek de diagonaal bij je hardste slager die moeite heeft met passen.
Wat je met elk van de twee anders traint
- Buitenaanvaller: pass en aanval in één reeks. Laat hem een service passen, direct naar buiten draaien en de bal aanvallen die uit zijn eigen pass wordt gezet. Maak de helft van de passes bewust matig, want in de wedstrijd krijgt hij juist dan de hoge bal tegen twee blokkeerders. Sluit af met verdedigen op 6 of 5.
- Diagonaal: aanvallen uit slechte sets. Zet een reeks waarin een deel van de sets te laag, te ver van het net of te strak komt, en tel alleen of de bal gecontroleerd het veld in gaat. Voeg de aanval van achteren vanaf rechtsachter toe, blokwerk tegen een buitenaanvaller, en een paar bovenhandse sets naar links voor als de spelverdeler de eerste bal speelt.
Vergelijk ze niet op hetzelfde getal
Een buitenaanvaller en een diagonaal krijgen andere ballen, dus hun aanvalscijfer zegt pas iets naast de soort bal. Leg bij de buiten zijn receptie naast zijn aanval, en kijk bij beide hoe ze scoren na een goede en na een slechte pass. Hoe je zo'n cijfer uitrekent, staat in het aanvalspercentage.
In Koach geef je elke speler een positie, zoals OH voor de buitenaanvaller en OPP voor de diagonaal, en onder Rollen wijs je je spelverdeler en libero aan, voor het team en zo nodig per wedstrijd.
Houd je een wedstrijd bij in Expert, dan geef je per balcontact een cijfer van 0 tot 5. Bij de Expert-cijfers van die wedstrijd zie je per aanvaller het aantal pogingen, het rendement en hoe vaak hij scoorde na een goede pass (4-5) en na een slechte (0-2). In het spelersprofiel staan onder Cijfers 0-5 ook de receptiecijfers. Zo zie je of je buiten zijn waarde in de pass of in de aanval haalt, en of je diagonaal de moeilijke ballen afmaakt.
Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd één wedstrijd bij in Expert en zie of je buiten en je diagonaal op de goede plek staan.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Is een diagonaal hetzelfde als een opposite?
Ja. In het Engels heet de diagonaal opposite of right-side hitter, omdat hij in de rotatie tegenover de spelverdeler staat en vanaf rechts aanvalt. De buitenaanvaller heet outside hitter. In het Nederlands hoor je voor de diagonaal ook rechtsaanvaller of de dia, en voor de buitenaanvaller passer-loper.
Kan een buitenaanvaller ook diagonaal spelen?
Ja, en dat gebeurt vaak als er een diagonaal ontbreekt. Hij moet dan wennen aan een aanloop vanaf rechts, waar de bal voor een rechtshandige eerst voor zijn lichaam langs moet naar zijn slagschouder, en aan het blokken tegen de buitenaanvaller van de tegenstander. Laat hem dat op de training een paar keer spelen voordat je het in een wedstrijd vraagt.
Waarom past de diagonaal niet mee in de receptie?
Omdat zijn aanloop rechts buiten het veld begint en elke bal die hij past hem die aanloop kost. Door hem vrij te houden heb je in elke rotatie een aanvaller die direct kan aanlopen. Bij teams die met vier of vijf spelers passen, staat de diagonaal soms wel in de receptie, zeker als hij beter past dan de zwakste buitenaanvaller.
Wie maakt meer punten, de buitenaanvaller of de diagonaal?
Dat verschilt per team en per systeem. De diagonaal is bij veel teams de afmaker, maar in een team met een sterke buitenaanvaller gaan juist naar hem de meeste ballen. Kijk daarom niet alleen naar het aantal punten, maar naar het rendement per soort bal, en bij de buitenaanvaller ook naar zijn receptie.
Zet je vleugels op de goede plek
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na één wedstrijd zie je wie scoort uit welke bal.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


