Linkshandig volleybal: positie, aanloop en service uitgelegd
Het korte antwoord
Linkshandig volleybal betekent dat alles met één arm gespiegeld is: de aanloop wordt rechts-links-rechts en de bal hoort voor je linkerschouder. Op rechtsvoor komt de set vanzelf aan je slagkant, daarom speelt een linkshandige vaak diagonaal. Passen en setten blijven gelijk, want dat doe je met twee handen.
Linkshandig volleybal is niet moeilijker, wel anders: bijna alle uitleg, oefenstof en trainers gaan uit van een rechtshandige. Dit artikel zet op een rij wat een linkshandige spiegelt, waar hij in het veld het meest oplevert, wat zijn aanval en service lastig maakt voor de tegenstander en hoe je hem als trainer begeleidt.
Wat verandert er als je linkshandig volleybalt?
Minder dan je denkt. De onderarmse pass, de bovenhandse set en het blok speel je met twee handen, dus daar is een linkshandige gewoon een volleyballer. Wie de basistechnieken nog leert, vindt ze in volleybaltechniek leren. Het verschil zit in alles wat je met één arm doet: de aanval en de service. En het zit in de plek van de spelverdeler.
De spelverdeler staat rechtsvoor, tussen positie 2 en 3, en kijkt naar links. Een set naar positie 4 vliegt dus van rechts naar links over het veld, een set naar positie 2 van links naar rechts. Voor een aanvaller maakt het uit aan welke kant van zijn lichaam de bal aankomt:
| Waar je aanvalt | Rechtshandige | Linkshandige |
|---|---|---|
| Linksvoor (positie 4) | De bal komt aan zijn slagkant aan | De bal moet voor zijn lichaam langs naar de slagschouder |
| Rechtsvoor (positie 2) | De bal moet voor zijn lichaam langs naar de slagschouder | De bal komt aan zijn slagkant aan |
| Achterin rechts (positie 1) | Minder natuurlijke kant | Natuurlijke kant voor de achterveldaanval |
Waarom een linkshandige volleyballer vaak diagonaal speelt
Op rechtsvoor komt de set voor een linkshandige precies zoals hij voor een rechtshandige op linksvoor komt: vanaf de spelverdeler naar zijn slagarm toe. Hij kan schuin aanlopen van buiten de zijlijn naar binnen, de bal vóór zijn linkerschouder houden en hem raken op het hoogste punt, zonder te wachten tot de bal voor zijn lichaam langs is. Een rechtshandige op die plek moet de bal laten doorkomen of hem vroeg en voor zijn hoofd raken, en dat kost hoogte en hoeken.
Daarom is de diagonaal, de aanvaller die op rechts staat en tegenover de spelverdeler in de rotatie, de klassieke plek voor een linkshandige. Wat die rol verder vraagt, van het blok op hun beste buitenaanvaller tot het opzetten als de spelverdeler de eerste bal speelt, staat in de taken van de diagonaal. Het verschil met de buitenaanvaller, die ook passt, lees je in buitenaanvaller of diagonaal.
Een linkshandige hoeft geen diagonaal te zijn. Op linksvoor werkt het ook, met twee aanpassingen: loop rechter op het net aan, zodat de bal tot voor je linkerschouder kan komen, en vraag de spelverdeler om de bal iets verder van de antenne te zetten, zodat je die ruimte hebt. Een linkshandige middenaanvaller vindt een korte bal achter de spelverdeler vaak natuurlijker dan een bal ervoor, omdat die bal van links aankomt.
De aanloop van een linkshandige: alles gespiegeld
Het ritme van de aanloop is hetzelfde, de voeten zijn omgedraaid. Hoe het ritme loopt en waarom de laatste pas kort en fel is, staat in de aanvalspas met het driepasritme; voor een linkshandige draai je elke voet om:
- Drie passen: rechts, links, rechts. De eerste pas kiest de richting, de tweede is lang en snel, de derde sluit bij.
- Twee passen: links, rechts, voor een korte aanloop of een snelle bal.
- Vier passen: links, rechts, links, rechts, voor wie extra aanloopsnelheid wil.
- Armen: de rechterarm gaat omhoog en wijst naar de bal, de linkerarm slaat. Na de slag trekt de rechterarm naar beneden en naar binnen.
Een veelgemaakte fout is geen techniekfout maar een overdrachtsfout: de trainer doet de rechtshandige versie voor en zegt "linkervoet voor". Een linkshandige die dat netjes nadoet, staat met zijn slagschouder vooraan en kan niet meer vrij uithalen en indraaien. Ga bij het voordoen tegenover hem staan, dan ziet hij je spiegelbeeld, of laat een linkshandige teamgenoot het voordoen.
Lijn of diagonaal: de richting voor een linkshandige
De richting komt uit je schouders en je romp, niet uit je pols. Dat geldt voor iedereen, en de uitleg in lijn of diagonaal slaan kun je een op een spiegelen. Voor een linkshandige op rechtsvoor betekent dat: de lange en de scherpe diagonaal volgen vanzelf uit een schuine aanloop met een doordraaiende romp, en de lijn langs de rechterzijlijn vraagt dat hij zijn schouders eerder sluit.
Daarbij heeft hij een voordeel dat niets met techniek te maken heeft. Blokkeerders en verdedigers zien vooral rechtshandige aanvallers. In een onderzoek van Duitse en Canadese sportwetenschappers voorspelden ervaren volleyballers en beginners op video de richting van de aanval van linkshandigen slechter dan die van rechtshandigen, vooral als het beeld vóór het balcontact stopte (Loffing en anderen, 2012). Een blokkeerder richt zich op de slagschouder; tegen een linkshandige zit die aan de andere kant dan hij gewend is.
Laat je linkshandige elke training ook van rechts aanvallen. In veel oefenvormen staat de rij aanvallers op linksvoor, en dan oefent een linkshandige alleen zijn moeilijke kant. Zet een tweede rij op rechts en laat je spelverdeler daar de achterwaartse set naartoe spelen.
Serveren als linkshandige
Ook de service spiegel je volledig. Bij een bovenhandse service staat de rechtervoet voor, ligt de bal op de rechterhand en gooi je hem op voor je linkerschouder. Bij de onderhandse service houd je de bal in je rechterhand en zwaai je met links. Bij de sprongservice en de jump float spiegel je de aanloop, net als bij de aanval. Welke services er zijn en wanneer je welke kiest, staat in de soorten service.
Voor de passers aan de overkant verandert er meer dan voor jou. Zit er zijwaarts effect in je service, dan zwenkt de bal de andere kant op dan ze van rechtshandige serveerders gewend zijn, en ook de baan vanaf je linkerschouder is anders. Dat effect is het grootst bij spelers die zelden tegen linkshandigen spelen. Laat je eigen passers daarom ook af en toe de service van je linkshandige ontvangen, zodat ze die bal in de wedstrijd herkennen.
Tips voor de trainer van een linkshandige speler
- Kijk naar de gooiarm. Sommige kinderen schrijven rechts en gooien links. De arm waarmee iemand een bal het verst gooit, is zijn slagarm. Dwing nooit een wissel af: een aangeleerde slagarm haalt zelden de snelheid van de natuurlijke.
- Train de set naar rechts. Een linkshandige diagonaal is zo goed als de achterwaartse set van je spelverdeler. Geef die set in elke training een eigen blok.
- Leer je blokkeerders spiegelen. Heeft de tegenstander een linkshandige, zeg dat dan in de teambespreking. Het blok richt zich op zijn linkerschouder; valt hij aan op rechts, dan zit die schouder aan de binnenkant en staat je blok dus verder naar binnen dan tegen een rechtshandige. Spreek af wie dan de lijn dekt.
- Leg vast waar hij staat. Probeer je hem op rechts en op links, houd dan per wedstrijd bij hoe hij scoort. Een paar weken cijfers zeggen meer dan een indruk van één avond.
Zien waar je linkshandige het meest oplevert
Die laatste tip kun je in Koach meten. Houd je een wedstrijd bij in de modus Expert, dan staat na afloop onder Statistieken, in het blok Expert-cijfers, per aanvaller het aantal pogingen, het rendement en hoe vaak hij scoort na een goede pass (4 of 5) en na een slechte pass (0 tot 2). Juist dat laatste is interessant voor een diagonaal: hij krijgt de rommelige ballen als de pass mislukt. Zet je linkshandige een paar wedstrijden op rechts en een paar op links, en vergelijk zijn rendement.
Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd je volgende wedstrijd bij in Expert en zie of je linkshandige op rechts meer oplevert dan op links.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Is linkshandig zijn een voordeel in volleybal?
In de aanval en bij de service vaak wel. Op rechtsvoor komt de set aan de slagkant van een linkshandige, en blokkeerders en verdedigers lezen zijn aanval slechter omdat ze vooral rechtshandigen tegenkomen. Bij passen, setten en blokken maakt het weinig uit, want dat doe je met twee handen. Het voordeel is het grootst tegen spelers die zelden een linkshandige tegenover zich hebben.
Op welke positie speelt een linkshandige volleyballer het best?
De klassieke plek is de diagonaal op rechtsvoor, omdat de set daar vanzelf naar zijn slagarm toe komt. Maar lengte, sprong, passen en karakter wegen net zo zwaar. Een linkshandige die goed passt, kan prima buitenaanvaller zijn, en ook als middenaanvaller of spelverdeler kom je linkshandigen tegen.
Hoe loopt een linkshandige aan bij de smash?
Gespiegeld: rechts, links, rechts bij een aanloop van drie passen, links, rechts bij twee passen. Op rechtsvoor begint de aanloop buiten de zijlijn en loopt hij schuin naar binnen, zodat de bal voor zijn linkerschouder blijft. De rechterarm wijst naar de bal, de linkerarm slaat.
Moet ik een linkshandig kind rechts leren slaan?
Nee. Laat een kind aanvallen en serveren met de arm waarmee het een bal het verst en het hardst gooit. Een omgeschakelde slagarm haalt zelden de snelheid en de timing van de natuurlijke arm. Zorg er wel voor dat je de techniek gespiegeld voordoet, dan leert het kind de juiste voet voor te zetten.
Zie waar je linkshandige scoort
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een paar wedstrijden weet je of rechts zijn plek is.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


