Volleybaloefeningen · Blokkeren
Swingblok: 3-pas crossover
De swingblok is wat een blokkeerder doet als hij van het midden naar de paal moet en er geen tijd is om te shufflen. Drie passen, één heupdraai, en de armen zwaaien mee zoals bij een aanloop. Dat laatste voelt voor een jeugdspeler fout, want hij heeft geleerd dat zijn handen hoog moeten blijven.
Fase 1 van 7Klaar in het midden, handen op borsthoogte
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Moderne swingbloktechniek: richtstap, grote crossover met heupdraai, sluitpas en maximale sprong.
- De richtstap: de eerste pas bepaalt de richting, niet de snelheid.
- De heupen openen zodat de tweede pas een echte loopstap wordt in plaats van een grote zijstap.
- De sluitpas die de schouders op tijd weer vierkant op het net zet.
Coachpunten
Eerste pas is klein en wijst met de tenen naar je doel.
Een grote eerste pas kost tijd en zet je uit balans. Die stap hoeft niets anders te doen dan de richting vastleggen.
Draai je heup helemaal open bij de crossover.
Blijf je met je borst naar het net staan, dan is je crossover niet meer dan een grote zijstap en haal je de paal nooit binnen de tijd die de set je geeft.
De laatste pas sluit: schouders vierkant op het net vóór je afzet.
Zet je nog schuin af, dan gaat je blok mee de zijlijn uit en slaat de aanvaller er aan de binnenkant langs.
Zwaai de armen mee omhoog en breng ze bovenin meteen boven de netrand.
Bij deze techniek mogen de armen wél laag beginnen — daar zit de winst in sprongkracht. Het gaat mis als de handen pas op het hoogste punt boven het net komen; dan is de bal er al voorbij.
Variaties
- Makkelijker
- Laat de speler het patroon eerst op halve snelheid lopen zonder sprong, met een pylon op de plek waar de sluitpas moet landen.
- Moeilijker
- Start half van het net afgedraaid, zoals na een transitie. De speler moet eerst opendraaien en dan pas de drie passen zetten.
- Met zes spelers
- Twee rijen aan weerszijden van het midden, steeds twee spelers tegelijk: één naar links, één naar rechts. Wie terug is sluit achteraan aan.
- Als wedstrijdje
- Op jouw teken swingen naar de aangewezen kant. Wie het eerst met beide handen boven de netrand is scoort; eerst bij vijf.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: de bloktechniek van voeten tot handen · wat er van een middenaanvaller gevraagd wordt · sprongkracht en snelheid trainen