Coachen op gevoel of statistieken: wie wint? | Koach
Koach Koach
Interviews
Interview · 13 september 2026

“Mijn gevoel zei dat hij een slechte avond had. De cijfers gaven me ongelijk”

Volleybalcoach Dennis Boekhout over de grens tussen wat je ziet en wat je meet, en welke van de twee wint als ze elkaar tegenspreken.

Na de wedstrijd

Elke coach loopt de zaal uit met een indruk: die speler had een slechte avond, die rotatie liep niet, we waren nergens in de tweede set. De dag erna staat er in de app iets wat daar niet altijd mee klopt. Coachen op gevoel of statistieken is daarmee geen keuze vooraf, maar een vraag die zich elke week opnieuw stelt, meestal op maandagochtend.

Dennis Boekhout coacht een jeugdteam en bouwde Koach. In dit gesprek vertelt hij over de keren dat hij zijn eigen oordeel moest bijstellen, over de keren dat de cijfers gelijk hadden maar niets opleverden, en over de vuistregel die hij inmiddels aanhoudt.

Je loopt na een wedstrijd de zaal uit met een indruk. Hoe vaak klopt die?

“Vaker wel dan niet, denk ik. Maar niet vaak genoeg om er blind op te varen. Het probleem is dat mijn hoofd niet telt, het onthoudt. En het onthoudt vooral het laatste kwartier en alles wat hard misging. Een servicefout op 22-22 blijft twee dagen hangen. Twintig rally’s die gewoon goed gingen, verdwijnen.”

De kop boven dit interview gaat over zo’n avond. Wat gebeurde er?

“Een van mijn buitenaanvallers had wat mij betreft een beroerde avond. Hij sloeg twee ballen het net in waar ik met mijn neus bovenop stond, hij kwam te laat onder de bal, en ik was in mijn hoofd al aan het wisselen. De dag erna keek ik in de app naar de spelersprestaties, en daar stond hij met zeventien punten. Zestien uit aanval. Vierde op de lijst.

“Wat klopte, was dat hij zeven fouten maakte, meer dan wie ook. Maar hij maakte ook zeventien punten, en die was ik gewoon kwijtgeraakt. Ik had de twee ballen onthouden die pijn deden en de zestien vergeten die er wél in gingen.”

Het blok Spelersprestaties na een wedstrijd: per speler de punten, een balkje met de verdeling over aanval, blok en service, en rechts het aantal fouten. De vierde speler in de lijst staat op 17 punten en 7 fouten.
Zeventien punten en zeven fouten in dezelfde regel: de avond die ik me herinnerde was maar de helft van het verhaal.
Het blok Foutverdeling van een gespeelde wedstrijd: slechte pass 40 procent (8), aanvalsfout 35 procent (7), netfout 20 procent (4) en servicefout 5 procent (1).
De foutverdeling zegt niet wie er fout zat, maar wel wát er misging. Dat is genoeg om er een training op te bouwen.

Dus de cijfers hadden gelijk.

“Over het tellen wel. Over de duiding niet. De app zegt: zeven fouten. Hij zegt er niet bij dat vier daarvan vielen nadat we onze spelverdeler hadden gewisseld en de ballen anders binnenkwamen. Dat weet ik, omdat ik erbij stond. Zo’n getal is een vraag, geen antwoord.

“Dat is denk ik de kern. Cijfers zijn briljant in tellen en waardeloos in duiden. Een coach is precies andersom: ik zie waarom iets gebeurt en ik ben hopeloos in optellen. Je hebt ze allebei nodig, en je moet ze vooral niet elkaars werk laten doen.”

Was er ook een keer dat de cijfers gelijk hadden, maar je er niets aan had?

“Genoeg. Het mooiste voorbeeld is side-out per rotatie. Daar staat dan dat we in rotatie 1 negenendertig procent van de rally’s winnen op de service van de tegenstander, en in rotatie 2 vijftig. Volkomen waar. En dan? Ik kan die rotatie niet weghalen. We draaien er zes en ze komen alle zes langs.

“Zo’n getal wordt pas iets waard als ik erbij zet wát daar misgaat. Bij ons was het de pass op één positie. Dat zie je niet in het balkje, dat zie je in de zaal. Het balkje vertelde me alleen wáár ik moest kijken. Nog steeds nuttig, maar minder dan mensen denken.”

Tijdens de wedstrijd heb je geen tijd om ergens in te duiken. Wat doe je dan?

“Tijdens een wedstrijd win ik het van de cijfers, alleen al omdat er dertig seconden zijn. Je vraagt een time-out en dan wil je één ding weten, geen vijf. Daarom is de time-outkaart in Koach expres kort: hoeveel rally’s er sinds het begin van de set zijn gespeeld, punten voor en tegen, welke fout het vaakst viel en welke rotatie het slechtst draait.

“Dat is geen rapport, dat is één zin waar je iets mee kunt. Staat er dat ‘te laat’ twee keer de fout was, dan weet ik dat het niet aan de techniek ligt maar aan de voeten, en dan zeg ik dat ook zo. Alles wat langer is, lees je op de bank toch niet.”

De time-outkaart schuift over het scorebord: sinds het begin van de set 14 rally’s, 7 punten voor en 7 tegen, meeste fouten ‘te laat’ (2) en zwakste rotatie R1 (2), met daaronder de punten per type en de foutverdeling van die set.
Dertig seconden, vier regels. Wat daar niet op past, hoort niet op een time-out thuis.

En als gevoel en cijfers elkaar tegenspreken: wie wint?

“Daar heb ik één vuistregel voor, en die is simpel. Bij één wedstrijd wint mijn oog, bij vijf wedstrijden winnen de cijfers. Eén avond is te weinig om iets te betekenen. Een speler kan drie keer pech hebben, hij kan eruit geserveerd zijn, hij kan grieperig zijn.

“Maar zie ik vijf wedstrijden achter elkaar hetzelfde patroon en zegt mijn gevoel nog steeds iets anders, dan zit mijn gevoel ernaast. Dan heb ik een verhaal over die speler in mijn hoofd gebouwd en ben ik bewijs gaan verzamelen dat erbij past. Dat overkomt iedereen. Daarom is het prettig dat er iets meekijkt dat niet van mensen houdt.”

Hoe zie je zo’n reeks terug in de app?

“Op het spelersprofiel staat het wedstrijdoverzicht: de laatste wedstrijden onder elkaar, met de setstand en wat hij die avond scoorde. Daar zie je in vijf seconden of een indruk een incident is of een lijn. Erboven staat hetzelfde voor de trainingen, met de beoordeling per keer.

“Ik gebruik dat vooral vóór een gesprek met een speler. Niet om hem cijfers voor te houden, want dat werkt averechts, maar zodat ik zelf weet of wat ik ga zeggen ergens op slaat.”

Het wedstrijdoverzicht op een spelersprofiel: 9 van 9 gespeeld, 0 gemist, 100 procent opkomst, en daaronder de recente wedstrijden met datum, tegenstander, setstand en de punten van die speler.
Vijf wedstrijden onder elkaar: hier zie je pas of die ene slechte avond een uitschieter was.

Wat kan de app nadrukkelijk niet zien?

“Bijna alles wat ik belangrijk vind. [lacht] Of iemand coachbaar is. Of hij zijn medespelers omhoog praat na een fout. Of hij die vijfde set heeft getrokken terwijl hij zelf niks scoorde. Er staat geen cijfer voor inzet, en dat ga ik er ook niet in bouwen, want dan zou ik doen alsof ik dat kan meten.

“En er zit nog iets onder: een mens tikt die punten in. Bij een punt voor de tegenstander kies je of het een goede bal was, wie de fout maakte, of dat je het niet zag — en dat laatste mag gewoon. Liever een eerlijk ‘onbekend’ dan een fout die bij de verkeerde speler belandt, want daar neem je later beslissingen op.”

Toch bewaar je ook je eigen oordeel in de app.

“Ja, in de notities op het spelersprofiel, en dat is bewust. Een regel als ‘sterke leider, speelt soms te veel solo’ is geen statistiek, maar hij staat wel pal naast de grafiek. Over drie maanden weet ik niet meer wat ik in september dacht, en dan is zo’n zin meer waard dan een percentage.

“Op datzelfde scherm staan de punten per wedstrijd als lijn en de foutverdeling van die speler over het seizoen. Die twee bij elkaar zetten is het hele idee: het getal telt, de notitie duidt.”

Het ontwikkelingsblok op een spelersprofiel: de trainingsrating en de punten per wedstrijd als grafiek, daaronder de ontwikkeling per seizoen, de foutverdeling van die speler en een notitieblok met een genoteerde observatie.
De grafiek en de notitie staan met opzet op hetzelfde scherm: het getal telt, de zin eronder duidt.

Heb je ooit een beslissing genomen die puur op cijfers stoelde?

“Eén keer, en die ging mis. Ik haalde iemand uit de basis omdat zijn foutenlijstje het langst was. Op papier klopte dat. Wat ik niet had meegewogen, is dat hij ook verreweg de meeste ballen kreeg. De foutkans loopt gewoon mee met het aantal keer dat je de bal aanraakt. De speler die ik erin zette maakte minder fouten en ook veel minder punten.

“Dat is de val: cijfers voelen objectief, dus je stelt ze minder vragen dan jezelf. Sindsdien kijk ik bij een fout altijd naar wat ernaast staat. Twee fouten bij vijf ballen is erger dan zeven fouten bij vijftig.”

Wat zeg je tegen een coach die zijn buikgevoel niet vertrouwt? Of zijn cijfers niet?

“Tegen allebei hetzelfde: gebruik de een om de ander te controleren, niet om hem te vervangen. Vertrouw je je gevoel niet, kijk dan één wedstrijd terug en tel na. Vertrouw je de cijfers niet, dan is er maar één manier om daarachter te komen: registreer een paar wedstrijden en kijk of ze zeggen wat jij zag. Meestal zeggen ze het bijna, en zit het verschil precies op de plek waar je iets leert.”

Interviews
Koach

Leg je gevoel naast de cijfers

Koach registreert tijdens de wedstrijd wie scoorde en wat er misging, en bewaart je eigen notities ernaast. Probeer het gratis en tel na de eerstvolgende wedstrijd je eigen indruk na.

Probeer Koach gratis