Volleybaltraining voorbereiden in twintig minuten | Koach
Koach Koach
Interviews
Interview · 13 september 2026

“Ik zit om half negen op de bank en dinsdag moet er gewoon iets staan”

Over de avond vóór de training: hoe je in twintig minuten een programma neerzet dat klopt, en waarom hergebruik geen luiheid is.

De avond ervoor

De zaal is geboekt, de spelers weten hoe laat ze moeten zijn, de wedstrijd staat in de agenda. Alleen wat er dinsdag gebeurt, moet er nog komen. Een volleybaltraining voorbereiden gebeurt bij de meeste trainers niet aan een bureau, maar op de bank, laat, tussen de rest van de week door. En de vraag is elke week dezelfde: hoe maak ik hier binnen twintig minuten iets fatsoenlijks van?

Dennis Boekhout coacht een jeugdteam en bouwde Koach. Hij laat zien hoe hij een training uit blokken opbouwt, hergebruikt wat werkte, en waar de app hem gewoon niet kan helpen.

Even eerlijk: hoeveel tijd kost het voorbereiden van één training jou?

“De eerste van het seizoen een uur, misschien anderhalf. Daarna twintig minuten, en dat is geen trucje — dat komt doordat ik niet meer vanaf nul begin. Ik zit om half negen op de bank, de dag zit erop, en dinsdag moet er gewoon iets staan. Zo maken de meeste trainers hun training. Niet aan een bureau met een leeg schrift en alle tijd van de wereld.

“En met twintig minuten bedoel ik ook echt af. Niet een lijstje op de achterkant van een envelop dat ik in de auto nog zit te herschikken.”

Waar begin je dan, bij de eerste oefening?

“Nee, bij de tijd. Ik heb negentig minuten zaal, dus ik zet eerst blokken neer met een duur erbij: warming-up tien, pass-aanval twintig, servicedruk twintig, blok-timing vijftien, partijvorm vijfentwintig. Dat is precies negentig. Pas als dat skelet staat, ga ik er inhoud in hangen.

“Doe je het andersom, dan kies je vijf mooie oefeningen en kom je erachter dat je er tweeënhalf uur voor nodig hebt. Dat is de klassieke fout. Je loopt uit, en wat er als eerste uit vliegt is de partijvorm — precies het stuk waar ze de hele avond op zitten te wachten.”

Het programma van een training: bovenaan de focus servicedruk en passing, daaronder vijf genummerde blokken van tien, twintig, twintig, vijftien en vijfentwintig minuten, met onderaan een knop om een oefening toe te voegen.
Vijf blokken die samen precies de negentig minuten zaaltijd vullen.

En klopt het dan ook in de zaal, die negentig minuten?

“Bijna nooit precies. [lacht] Een blok van twintig loopt uit naar vijfentwintig omdat het eindelijk gaat lopen, en dan snijd ik in de warming-up. Maar ik wéét wat het kost, want de minuten staan per blok vermeld. Dat is het verschil met een lijstje in je hoofd: daar duurt alles altijd tien minuten.”

Je zet ook een focus bij de training. Waarom?

“Omdat een training zonder focus een verzameling oefeningen is. Bij het inplannen vul ik één regel in — servicedruk en passing bijvoorbeeld — en die staat boven het programma. Voor mij is dat een filter: hoort dit blok bij vanavond, ja of nee? De spelers zien hem ook, dus ze weten waar het over gaat voordat ze de zaal in lopen.

“En ik plan ze meteen als reeks in, elke donderdag dezelfde tijd en dezelfde zaal. Dan hoef ik dat nooit meer in te tikken en staat het hele seizoen in de agenda.”

Het scherm voor een nieuwe training met de datum, de tijd van acht tot half tien, de locatie, een regel voor de focus van de training en de keuze om hem elke donderdag te herhalen.
De focus is één regel, maar bepaalt de rest van de avond.

En dan de oefeningen zelf?

“Die haal ik uit de bibliotheek. Ik filter op de categorie van het blok waar ik mee bezig ben — service, pass, blok, warming-up — of ik zoek op een woord. Bij elke oefening staat uit hoeveel fases hij bestaat, en er zit een animatie bij. Dat laatste is belangrijker dan het klinkt.

“Een oefening in tekst lees je en dan denk je: dat snap ik wel. Tot je in de zaal staat en het niet uitgelegd krijgt. Als ik de animatie één keer heb afgespeeld, weet ik precies wat ik straks moet zeggen en waar ik de rijen neerzet. En ik kan diezelfde oefening als huiswerk aan een speler meegeven, dan kijkt die thuis nog een keer.”

De oefeningenlijst met een zoekveld, filterknoppen per categorie, een filter op trainer en drie oefeningen met een veldminiatuur ernaast.
Filteren op de categorie van het blok waar je mee bezig bent scheelt het meeste zoekwerk.
Eén warming-upoefening opengeklapt: een korte beschrijving, een veld met een afspeelknop en het bijschrift van fase 1 van 6, met eronder knoppen om hem als huiswerk mee te geven of er een variatie van te maken.
De animatie loopt fase voor fase, met bij elke fase de zin die je in de zaal zou zeggen.

Wat gebeurt er met die training als hij voorbij is?

“Die bewaar ik als sjabloon. Eén knop onder het programma, je geeft hem een naam — bij mij heten ze Servedruk, Pass-set-slag en Klein veld — en klaar. In de lijst staat er dan achter hoeveel blokken het zijn en hoeveel minuten dat samen is.

“Drie weken later maak ik een nieuwe training aan, tik op Plan kopiëren, kies dat sjabloon, en de blokken staan erin. Daar ben ik twintig seconden mee bezig. Wat overblijft van die twintig minuten gaat naar de vraag die er echt toe doet: wat moet er déze week anders?”

Dat is toch gewoon dezelfde training nog een keer geven?

“Dat hoor ik vaker, en ik vind het onzin. Een trainer die elke week vanaf nul begint, houdt dat geen seizoen vol. In november ben je zo moe dat je om acht uur ’s avonds denkt: ik verzin wel wat in de auto. Dán krijg je slechte trainingen. Niet van hergebruik, maar van uitputting.

“Bovendien is herhaling juist het punt. Een passoefening die je één keer doet, is een leuk avondje. Diezelfde oefening vijf keer, met elke keer iets meer druk erop, is een vaardigheid. De trainers waar ik naar opkijk draaien allemaal dezelfde kern, seizoen na seizoen.”

Wat verander je er dan wél aan?

“Meestal twee blokken. Het skelet blijft — warming-up, technisch blok, druk erop, partijvorm — en daarbinnen wissel ik de invulling. Vorige week ging de receptie niet, dus dan gaat het technische blok over pass en zet ik de servicedruk op de zones waar we het lieten liggen.

“Ik kan ook een eerdere training terughalen in plaats van een sjabloon; de trainingen van de afgelopen tijd staan er met hun blokken en minuten bij. Soms wil je gewoon die avond van half oktober terug, want die liep.”

En als je die twintig minuten écht niet hebt?

“Dan kopieer ik die van vorige week en verander ik één ding. Eén ding. Dat is nog altijd oneindig veel beter dan improviseren met twaalf man die naar je staan te kijken. En wil je het netjes doen: bij een herhalende reeks kun je meteen een sjabloon meegeven, dan krijgt elke donderdag het programma al ingevuld.

“Een training van een zeven die er staat, is meer waard dan een negen die je niet gemaakt hebt.”

Waar houdt de app op?

“Bij de deur van de zaal. Hij weet niet dat er zes man ziek zijn, dat de helft van de zaal bezet is door een andere groep, of dat je spelverdeler gisteren haar enkel heeft omgeslagen. Dat zie ik pas als ik binnenkom, en dan ligt mijn mooie programma van negentig minuten alsnog op zijn kop.

“De aanmeldingen zie ik wel staan, maar niemand meldt zich drie dagen van tevoren af. Wat ik dan doe: in de oefeningenlijst een schuifje omzetten en zelf invullen met hoeveel spelers ik sta. Dan sorteert hij op precies genoeg, voor minder spelers en meer spelers nodig. Maar dat getal tik ik zelf in. De app telt geen koppen in de zaal.”

Tot slot: wat zeg je tegen de trainer die elke week weer vanaf nul begint?

“Maak deze week één keer een goede training, en bewaar hem. Dat is alles. Volgende week ben je twintig minuten kwijt in plaats van een uur, en de week daarna tien. Zo bouw je een eigen bibliotheekje van avonden die werkten, en daar teer je het hele seizoen op. Dat je in maart nog met plezier de zaal in loopt, is belangrijker dan dat elke training uniek is.”

Interviews
Koach

Zet je training op in blokken

Bouw je volgende training uit blokken met een tijd per blok, hang er oefeningen uit de bibliotheek aan en bewaar hem als sjabloon. De week erna begin je niet meer vanaf nul.

Probeer Koach gratis