Reservespeler volleybal: de speler die bijna nooit speelt | Koach Volleyball
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Spelerontwikkeling

Reservespeler volleybal: de speler die bijna nooit speelt

Na afloop staat er één speler in de kleedkamer die als enige nog droog is. Hij is er elke training, hij gaat elke wedstrijd mee, en vandaag speelde hij twee rally's. Een reservespeler volleybal laten spelen lijkt een kwestie van wisselen, maar een speler die week na week op de bank zit, verliest meer dan een paar rally's. Dit stuk gaat over hem — niet over zijn ouder, niet over je beleid en niet over het cijfer, maar over wat je hem deze week wél geeft.

Leestijd: 7 min

Wat bijna nooit spelen met een speler doet

Hij kleedt zich om, doet de warming-up mee en gaat zitten. Ergens in de tweede set staat hij twee rally's in het veld, en daarna zit hij weer. Hij zegt er niets van, en dat maakt het lastig.

Wat er in die maanden gebeurt, is niet alleen dat hij minuten mist. Het eerste dat verdwijnt is de reden om zich voor te bereiden. Wie weet dat hij waarschijnlijk niet speelt, kijkt anders naar de tegenstander en zit anders op de bank. Moet hij dan toch het veld in, dan komt hij koud in een rally — en ziet iedereen dat het niet loopt, hijzelf het eerst.

Het tweede is dat de kloof zichzelf voedt. Spelen is de zwaarste vorm van trainen die er is: er staat iemand aan de overkant die niet meewerkt, er hangt een telling aan en je moet kiezen in plaats van uitvoeren. Wie daar per seizoen een paar sets van krijgt, gaat langzamer vooruit dan de rest — en daarmee wordt jouw reden om hem niet op te stellen elke week een beetje sterker, zonder dat je iets nieuws hebt besloten.

Het derde gaat het stilst: hij haakt af. Niet met een gesprek, maar met een afmelding voor een training, dan een tweede, en aan het eind van het seizoen geen verlenging.

Klopt het eigenlijk? Kijk het na voordat je het uitlegt

Voordat je iets uitlegt of belooft: klopt het beeld? Coachgeheugen is hier onbetrouwbaar, en in beide richtingen. Jij onthoudt de set waarin hij wél stond, want die kostte je moeite. Hij onthoudt de drie wedstrijden waarin hij niet stond, want die duurden lang. Geen van beide is gelogen en geen van beide is een telling.

In Koach staat de telling onder de wedstrijd zelf: in het blok Speeltijd zie je per speler een balk met het aantal rally's en sets, en op het trainersdashboard staat hetzelfde over het seizoen, met eronder in hoeveel wedstrijden het gemeten is. Dat lijstje staat met de minste speeltijd bovenaan, met de vraag erbij of die speler de volgende keer moet starten. Hoe die meting precies werkt en wat er wel en niet in meetelt, staat in het artikel over speeltijd bijhouden.

Twee dingen bepalen wat je ermee kunt. Het eerste: er worden rally's en sets geteld, geen minuten. Dat is een bewuste keuze, en het betekent dat je het gesprek over rally's voert, niet over minuten. Het tweede is vervelender: de meting bestaat alleen voor wedstrijden die je live hebt gescoord. Begin je pas te tellen op de dag dat de klacht komt, dan heb je niets om te laten zien over de maanden ervoor.

Haal daarbij twee lijsten niet door elkaar. Aanwezigheid gaat over wie er was, speeltijd over wie er speelde. Wie elke training staat en bijna nooit speelt, staat bovenaan de ene lijst en onderaan de andere — en juist dat verschil is het gesprek waard.

Het wisselblad tijdens een wedstrijd in de Koach-app, met de speler die eruit gaat en de beschikbare wisselspelers eronder
Het wisselblad tijdens de wedstrijd: wie eruit gaat staat bovenaan, wie er op de bank zit eronder. Je ziet het op het moment dat je nog kunt wisselen, niet pas achteraf.

Vier momenten waarop je reservespeler volleybal speelt zonder dat het de wedstrijd kost

De meeste coaches wachten op het moment dat er niets meer op het spel staat, en dat moment komt vaak niet. Deze vier heb je bijna elke wedstrijd wel.

  1. De set die al beslist is. Bij een ruime voorsprong of een ruime achterstand verandert een wissel de uitslag niet meer, maar hij verandert wel wat die speler de rest van het seizoen doet. Spreek met jezelf een grens af voordat de set begint, bijvoorbeeld een verschil van acht punten, zodat je het in het moment niet opnieuw hoeft af te wegen.
  2. Het begin van een set in plaats van het eind. Invallen bij 22-22 is de zwaarste opdracht die er is; starten in een set is de makkelijkste. Wie de eerste helft van set twee speelt, krijgt doorgaans meer ballen dan iemand die er drie keer kort in komt, en onder normale druk.
  3. Zijn eigen stuk van de rotatie. Breng hem in op de plek waar hij het meeste kan — vaak de serviceplek en de achterlijn — en wissel hem terug voordat hij vooraan komt. Dat is geen noodgreep maar gewoon coachen. Hoeveel wissels je per set hebt en wie er terug mag voor wie, staat in de wisselregels; tel ze vooraf, anders zit je zonder wissels op het moment dat je er een nodig hebt.
  4. De wedstrijd die minder zwaar weegt. Elk seizoen zijn er een paar: een bekerwedstrijd, een oefenpartij, een tegenstander die veel sterker of veel zwakker is. Zet daar niet uit gewoonte je sterkste zes neer, maar de mensen die anders niet spelen — en zeg vooraf dat je dat doet.

Wat deze vier gemeen hebben: je besluit ze vóór de wedstrijd, niet erin. In de wedstrijd win je altijd het argument om het niet te doen.

Wat je reservespeler tijdens de wedstrijd wél doet

Een speler die de hele wedstrijd zit, doet de hele wedstrijd niets — tenzij je hem iets geeft. Dat is geen troostprijs; het is het verschil tussen meekijken en erbij horen.

Noteer na afloop in twee regels wat je zag toen hij er wél in stond. Dat kost een minuut en het is precies wat je over zes weken kwijt bent; hoe je dat licht houdt, staat in spelersnotities bijhouden.

Beloof geen minuten die je niet in de hand hebt. Een toezegging als 'volgende week speel je een set' is op wedstrijddag afhankelijk van blessures, opkomst en de stand. Beloof wat je wel kunt waarmaken: dat je het bijhoudt, dat je het hem vooraf zegt en dat je het uitlegt als het anders loopt.

Het gesprek met de speler zelf — niet met zijn ouder

De volgorde is belangrijker dan de woorden: voer dit gesprek met de speler voordat zijn ouder het met jou voert. Niet in de kleedkamer en niet tussen twee oefeningen door, maar vijf minuten voor of na een training, aan de kant.

Drie zinnen zijn genoeg. Wat ik zie: je bent er elke week en je speelt weinig, en dat weet ik. Waar het nu aan ligt: één concreet ding, in gedrag en niet in karakter — de eerste stap bij de pass, het serveren onder druk, de aanloop die te laat vertrekt. En wanneer we opnieuw kijken: noem een moment, bijvoorbeeld over vier wedstrijden.

Wat je niet doet, is het gesprek verzachten tot het niets meer zegt. "Je bent belangrijk voor de groep" zonder tweede zin klinkt als een afwijzing met een strik eromheen. Wees ook eerlijk over de uitkomst: die mag zijn dat hij ook de komende weken weinig speelt. Het verschil is dat hij dan weet waarom.

Komt de ouder er toch eerst mee — en dat gebeurt — dan is dat een ander gesprek. Wat je dan op tafel legt en in welke volgorde staat in het interview over de ouder die zegt dat zijn kind te weinig speelt. Voor wat er tijdens de wedstrijd langs de lijn gebeurt, is ouders langs de lijn de plek.

Op de training is hij geen reserve

De bank is een wedstrijdverschijnsel. Op de training hoort hij niet te bestaan — en toch gebeurt het ongemerkt: dezelfde speler gooit aan, staat achter in de rij en speelt in de partijvorm mee aan de kant die één man tekortkomt.

Drie dingen houden dat recht. Wissel de aangeefrol elke oefening door, zodat niemand er twee keer per avond staat. Zet hem in de partijvorm bij de sterkste helft in plaats van bij de zwakste, want daar leert hij meer en kost het je niets. En geef hem een tweede positie: wie ook op de plek van iemand anders uit de voeten kan, is op wedstrijddag opeens inzetbaar in situaties waarin je nu niets hebt. Hoe je dat opbouwt zonder zijn eerste positie te slopen, staat in een tweede positie leren.

Beoordeel hem ook op wat hij op de training laat zien in plaats van alleen op wat hij in de wedstrijd deed. Inzet en werkhouding leg je per training vast en geven over weken een lijn die niets met speeltijd te maken heeft; zie inzet van spelers beoordelen. Dat hij zijn eigen voortgang ziet in plaats van alleen jouw oordeel te horen, helpt hier meer dan bij wie ook — zie badges en mijlpalen als motivatie en de app vanuit de speler gezien.

Wanneer het geen wisselvraag meer is maar een beleidsvraag

Er is een punt waarop dit niet meer over deze ene wedstrijd gaat. Drie signalen wijzen die kant op: dezelfde speler staat het hele seizoen onderaan de lijst en het verschil met de nummer daarboven is groot; jij kunt niet in één zin uitleggen waarop je verdeelt; of je merkt dat je bij elke wissel opnieuw staat te wegen wat je eigenlijk al veel eerder had moeten besluiten.

Dan is het een beleidsvraag, en die los je niet op met een extra wissel. Waarop je speeltijd verdeelt en waarom eerlijk niet hetzelfde is als gelijk, staat in speeltijd eerlijk verdelen. Gaat het dieper — structureel meer spelers dan plekken, of een niveauverschil dat te groot is geworden — dan zit de vraag in de samenstelling; zie een selectie samenstellen.

En er is een uitkomst die zelden hardop gezegd wordt maar soms de juiste is: dat deze speler in een ander team of op een ander niveau meer zou spelen en meer zou leren. Dat is geen afserveren, mits je het zelf voorstelt en uitlegt voordat hij al afgehaakt is.

Probeer het zelf in Koach

Wat dit onderwerp echt verandert, is dat je het navertelbaar maakt. Score één wedstrijd live in Koach en je hebt per speler de rally's en de sets staan; na een reeks wedstrijden zie je wie er structureel onderaan staat, in plaats van wie jou het laatst aansprak. Dat maakt het gesprek niet makkelijker — het maakt het wel een gesprek over hetzelfde. De proefperiode duurt veertien dagen, en de eerste gescoorde wedstrijd laat al zien hoe het blok eruitziet.

Veelgestelde vragen

Hoeveel moet een reservespeler minimaal spelen?

Daar bestaat geen algemene norm voor. Wat er wel is, verschilt per bond, per niveau en per leeftijdscategorie, en soms is het niet vastgelegd maar afgesproken binnen de club. Kijk dus eerst wat er voor jouw competitie geldt en maak daarna je eigen afspraak — en maak die vooraf bekend, want een norm die pas ter sprake komt als iemand klaagt, klinkt als een excuus.

Moet ik in de jeugd iedereen evenveel laten spelen?

Bij de jongste jeugd is gelijk verdelen verdedigbaar, omdat spelen daar de belangrijkste vorm van leren is en de uitslag het minst betekent. Naarmate spelers ouder worden en het niveau stijgt, verschuift dat meestal naar verdelen op basis van wat iemand op dat moment laat zien. Beide zijn te verdedigen; wat niet werkt, is halverwege het seizoen ongemerkt van het ene naar het andere schuiven zonder het te zeggen.

Wat zeg ik tegen een speler die vraagt waarom hij niet speelt?

Geef één concrete reden in gedrag, niet in karakter, en noem er meteen bij wanneer je opnieuw kijkt. Dus niet 'je moet wat feller worden', maar bijvoorbeeld 'je vertrekt te laat bij je aanloop, daar werken we de komende vier trainingen aan en dan kijk ik opnieuw'. Als je die ene reden niet kunt formuleren, is dat het echte antwoord: dan is het een keuze die je nog niet hebt uitgelegd, ook niet aan jezelf.

Kan een speler zelf zien hoeveel hij gespeeld heeft?

Zijn eigen speeltijd wel. In Koach ziet een speler met een eigen account onder een live gescoorde wedstrijd zijn eigen balk met rally's en sets, niet die van teamgenoten. Het seizoensoverzicht met de hele groep staat alleen op het trainersdashboard. Wat ouders in de app te zien krijgen, lees je in de uitleg van de app voor ouders; voor alles geldt dat er alleen iets te zien is bij wedstrijden die live gescoord zijn.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.